Otto Duintjer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Otto Dirk Duintjer (Amsterdam, 30 april 1932) is een Nederlands filosoof. Hij was hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en ontving een eredoctoraat van de Universiteit voor Humanistiek.

Biografie[bewerken]

Otto Duintjer studeerde theologie aan de Vrije Universiteit (Amsterdam) en de Universiteit van Amsterdam en filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Van 1960 tot 1970 was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Universiteit Leiden, waar hij in 1966 bij prof. Kees van Peursen cum laude promoveerde op het proefschrift De vraag naar het transcendentale, vooral in verband met Heidegger en Kant.

Van 1970 tot 1987 was hij hoogleraar Kennisleer en Metafysica aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1987 tot zijn emeritaat in 1997 bezette hij aan dezelfde universiteit de leerstoel Filosofie en Spiritualiteit. In 2004 ontving Duintjer een eredoctoraat van de Universiteit voor Humanistiek vanwege zijn werk op het grensvlak van filosofie en spiritualiteit.[1] Duintjer was mede-oprichter van de Stichting Filosofie Oost-West.

Bibliografie[bewerken]

  • De vraag naar het transcendentale, vooral in verband met Heidegger en Kant. Leiden: Universitaire Pers Leiden, 1966 (proefschrift).
  • Rondom regels — wijsgerige gedachten omtrent regelgeleid gedrag. Amsterdam/Meppel: Boom, 1977.
  • Rondom metafysica. Over 'transcendentie' en de dubbelzinnigheid van metafysica. Amsterdam: Boom, 1988.
  • Hints voor een diagnose. Naar aanleiding van Kant. Baarn: Ambo, 1988.
  • Onuitputtelijk is de waarheid. Budel: Damon, 2002.

Externe link[bewerken]