Overleg:Artikel 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Artikel 163 lid 9 Sv[brontekst bewerken]

In het artikel staat het volgende « Artikel 163 lid 9 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering verplicht opsporingsambtenaren tot het ontvangen van een aangifte. Hetzelfde wetboek geeft de officier van justitie de mogelijkheid tot sepot. » Op basis van welke bron blijkt dat deze ontvangstverplichting daadwerkelijk een uitwerking vormt van het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel? Dit lijkt mij origineel onderzoek. Met vriendelijke groet, Perudotes (overleg)

In het artikel staat niet dat 163.9 Sv. een uitwerking is van art 13 EVRM. Wat er wel staat is: 'Vergelijking met Nederlandse wetgeving', net als bij EVRM artikel 8, 10 en 14. Voorstel: Verwijder bronverzoek. Met vriendelijke groet, Uwappa (overleg) 14 sep 2020 20:10 (CEST)
Beste Uwappa, wat is dan precies de meerwaarde van die vergelijking? Op welke bronnen is deze vergelijking gebaseerd? Met vriendelijke groet, Perudotes (overleg) 14 sep 2020 23:08 (CEST)
Beste Perudotes, Over meerwaarde vergelijking EVRM - nationale wetgeving: Dat is een vraag op een hoger niveau. Zie Europees_Verdrag_voor_de_Rechten_van_de_Mens#Directe_werking voor vergelijking EVRM - nationale rechtspraak en wetgeving, met praktijkvoorbeelden voor art. 2, 3, 8, 10 EVRM. Bronnen staan genoemd: handboek, met name #page=18 en wetboek van Sv. Het handboek is een vertaling van de Engelstalige, oorspronkelijke bron die niet specifiek voor de Nederlansde situatie is. Voetnoot 545 op blz 178 van het Nederlandstalige handboek linkt wel naar jurisprudentie http://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-57603 waarin zowel art 163 Sv. (Code of Criminal Procedure) als art 13 EVRM genoemd worden. Wikipedia pagina's voor EVRM artikelen 8, 10, en 14 hebben geen bronvermelding. Voorstel: De vergelijking EVRM - nationaal recht blijft in het EVRM hoofdartikel. Dit Wikipedia artikel over art 13 EVRM blijft in lijn met 8, 10 en 14, maar wel met bronvermelding, vooralsnog beperkt tot het niveau van het handboek totdat dit artikel ook een lijst met jurisprudentie heeft. Met vriendelijke groet, Uwappa (overleg) 15 sep 2020 13:40 (CEST)
Beste Uwappa, de zaak van het ECHR die u noemt legt geen verband tussen art. 163 lid 9 Sv en art. 13 EVRM. Er staat slechts een generieke verwijzing naar art. 163 in het feitenrelaas – de ontvangstverplichting speelt geen rol in die zaak. Verder noemt die zaak art. 12 Sv en de artt. 239, 242, 243, 244, 245, 246, 247, 248ter en 249 Sr. Waarom art. 13 EVRM dus in ons artikel alleen met 163 lid 9 Sv vergeleken wordt is onduidelijk. Ook het handboek legt geen link tussen deze artikelen.
Art. 13 EVRM is, in tegenstelling tot de meeste andere rechten in het EVRM, een diffuus recht dat geen directe pendant heeft in de nationale rechtsstelsels. Het bevat een inspanningsverplichting. Het is dan ook nutteloos om dit artikel te "vergelijken" met Nederlandse wetgeving, zoals dat bijvoorbeeld wel met materiële rechten in art. 2, 3, 8 of 10 EVRM kan. Daar is (voor zover ik kan overzien) ook geen literatuur over – uw ontwijkende antwoorden lijken dat te bevestigen.
Op basis van WP:GOO is het niet de bedoeling om zelf conclusies uit handboeken te trekken, of jurisprudentie zoals u doet zelf (foutief) te interpreteren. Wij beschrijven – in eigen bewoording – wat in gezaghebbende literatuur over het onderwerp is geschreven.
Kortom, wederom: waarom moet precies art. 163 lid 9 Sv vergeleken worden met art. 13 EVRM? En welke bron legt expliciet déze link. Het is natuurlijk niet erg als u zélf die link gelegd hebt, maar het is wel zo netjes om dat dan gewoon oprecht te zeggen. We maken allemaal wel eens een foutje. Met vriendelijke groet, Perudotes (overleg) 15 sep 2020 18:55 (CEST)
Beste Perudotes, Mijn interpretatie van EHRM, X en Y/Nederland, nr. 8978/80, 26 maart 1985:
  • 10: een opsporingsambtenaar van politie heeft de aangifte ontvangen, zoals voorzien in 163 Sv
  • 11: ovj besloot tot sepot
  • 12: Mr. X begon een art 12 Sv. procedure
  • 30: artikelen 248 en 239.2 Sr. boden niet genoeg bescherming, ECHR 8 was van toepassing
  • 30: art 8 EVRM geschonden
  • 36: geen effective remedy voor schending art 8 EVRM
  • 36: apart onderzoek effective remedy voor art 12 EVRM overbodig
163 Sv staat genoemd als relevant feit in paragraaf 10. De succesvolle ontvangst was geen belemmering in de toegang tot het recht, woog niet mee in de uitspraak. Zonder ontvangst van aangifte had er niet eens een begin van toegang tot recht geweest, geen sepot, geen art 12 Sv, geen uitspraak hof, geen uitspraak EHRM.
Hoe beoordeel je de tegenovergestelde bewering: De verplichting tot het ontvangen van een aangifte is irrelevant voor toegang tot het recht? Die bewering houdt geen stand.
Eens met je uitleg over het bijzondere karakter van art 12 EVRM tov andere EVRM artikelen. Dat bovenin kort uitgewerkt, met citaat uit blz 16 handboek, 1e bullet, laatste zin.
Art 17 Gw. toegevoegd, als tegenhanger 12 EVRM, in lijn met artikelen over art 8 en 14 EVRM.
8978/80 toegevoegd als jurisprudentie, met referentie naar de uitspraak. Met vriendelijke groet, Uwappa (overleg) 17 sep 2020 19:09 (CEST)
Beste Uwappa, ik stel deze vraag nog een keer. Kunt u aangeven waarom artikel 163 lid 9 Sv met art. 13 EVRM vergeleken moet worden? En kunt u aangeven welke bron expliciet deze vergelijking legt?
Het zelf interpreteren van uitspraken is in strijd met WP:GOO. De uitspraak legt – zoals u zelf ook aangeeft – geen link tussen beide artikelen.
Ik draai uw bijdrage terug. Ik verzoek u met klem eerst antwoord te geven op mijn hierboven – meermaals – gestelde vragen voordat u e.e.a. terugplaatst (zie ook: WP:CONSENSUS). Met vriendelijke groet, Perudotes (overleg) 17 sep 2020 23:17 (CEST)