Overleg:Cisterciënzers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

CISTERCIËNZERS

In de 11de eeuw vervlakte in de Franse Benedictijnenkloosters de trouwe navolging van de Regel van Benedictus. Daarom vertrok abt Robertus met twintig volgelingen uit het klooster Molesme naar de onherbergzame streek van Cîteaux en stichtte daar onder grote ontberingen in 1098 een nieuw klooster. Toen de eerste dochterkloosters ontstonden, werden de gebruiken van Cîteaux vastgelegd in de zgn. 'Carta Caritatis'. Een van de belangrijkste middelen om de eenheid onder de Cisterciënzers veilig te stellen was een filiatiesysteem, waardoor de abt van een moederklooster het recht van visitatie in een dochterklooster krijgt.

In 1112 trad Bernardus van Fontaines in te Cîteaux samen met zijn 4 broers en enkele familieleden en vrienden. Door deze uitbreiding van Cîteaux was de abt Etienne Harding op zoek gegaan naar nieuwe stichtingen. De eerste nieuwe stichting was La Ferté (omgeving Tournus) in 1113, Pontigny in 1114 en Morimond en Clairvaux in 1115. Bernardus werd abt te Clairvaux.

Bij zijn dood in 1153 telde de Orde al meer dan 300 kloosters. Die geweldige expansie borg echter de kiem van verval in zich en na 1300 kwam een moeilijke tijd. De vrouwen namen echter de fakkel over en de 13de eeuw werd de gouden eeuw van de monialen (= vrouwelijke ordeleden). Terwijl in hun kloosters het innerlijk leven en de mystiek bloeiden, kwamen de mannenabdijen tot rijkdom, vooral in grondeigendom, ontstaan door landontginning. In de plaats van de stormachtige expansie kwam stagnatie, ontbinding en verval. Erger echter was dat in plaats van gekozen abten zgn. commendataire abten aan het hoofd van het klooster kwamen, d.w.z. personen die de abdij hadden gekocht en die men vrijwel nooit in het klooster zag verschijnen. Het gevolg was, dat naast de economische ook een geestelijke verslapping ontstond, o.a. omdat door het ontbreken van een abt de regeltucht veel te wensen overliet. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een aantal hervormingsbewegingen binnen de Orde ontstond. Ze kenmerkten zich door een streng leven en een uitgewerkte spiritualiteit. De officies (= getijden) werden nauwgezet gereciteerd en een absoluut stilzwijgen werd ingevoerd. Uiteindelijk leidde deze beweging tot het ontstaan van de Trappisten (zie het artikel 'Trappisten').