Pagėgiai
| Stad in Litouwen | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| District | Tauragė | ||
| Gemeente | Pagėgiai | ||
| Coördinaten | 55°8'10"NB, 21°54'20"OL | ||
| Algemeen | |||
| Inwoners (2004) |
2.321 | ||
| Overig | |||
| Website | Officiële website | ||
| Foto's | |||
| |||
Pagėgiai (Duits: Pogegen) is een stad in het zuidwesten van Litouwen. De naam betekent letterlijk "aan de Gėgė" en het wordt dan ook aangenomen dat de rivier de Gėgė ooit door het stadje stroomde. De stad is door middel van de Koningin Louisebrug verbonden met Sovjetsk een stad in de Russische oblast Kaliningrad.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]De eerste betrouwbare vermelding van de plaats stamt uit 1307. In die tijd had de Duitse Orde de grens van haar uitbreiding naar het noordoosten bereikt. Omdat Duitse boeren weinig interesse hadden voor het onontgonnen gebied ten noorden van de Memel, vestigden zich hier Litouwse christenen die hun geloof niet konden belijden in hun eigen land. In het grotendeels ontoegankelijke landschap werd de grens tussen de Duitse Orde en Litouwen pas in 1398 vastgelegd. Met de verspreiding van de Duitse taal naar het noorden adopteerden de Litouwse immigranten het Duits vaak als tweede taal en assimileerden ze zo steeds meer in de samenleving.
Rond 1785 telde het dorp Pogegen 39 huishoudens en werd het deel van het district Baublen (Būbliškė), dat 70 dorpen omvatte met in totaal 881 huishoudens. Men leefde voornamelijk van de landbouw en visserij in de Memel.
Tot de 18e eeuw werd men in het Memelland geteisterd door zowel invasies van Litouwers, Russen en Zweden, als door epidemieën van pest en cholera. Halverwege de 19e eeuw verbeterden de levensomstandigheden. Pagėgiai kreeg een station aan de spoorlijn Memel (Klaipėda) – Tilsit (Sovjetsk) – Insterburg (Tsjernjachovsk), die op 15 oktober 1875 werd voltooid. In 1902 werd het gebied ten oosten van Pagėgiai ontsloten door een stoomtram naar Schmalleningken (Smalininkai). In 1904 kwam er een spoorlijn naar het noorden gereed, van Pagėgiai naar Lauksargiai (Laugszargen) aan de grens met het Keizerrijk Rusland. Deze lijn werd enkele jaren later doorgetrokken naar Šiauliai en werd daarmee de spoorverbinding van Oost-Pruisen naar Riga en Tallinn. Pogegen zelf bleef een relatief onbeduidende plaats met nog geen 700 inwoners, enkele winkels en bedrijven.
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd de plaats in de herfst van 1914 veroverd door Russische troepen. Na de oorlog werd het gebied ten noorden van de Memel, het Memelland, bij het Verdrag van Versailles tijdelijk onder Frans militair bestuur geplaatst. Pogegen werd toen de zetel van het bestuur van het nieuw opgerichte gelijknamige district. Op 10 januari 1923 bezetten Litouwse soldaten het Memelland. Als zetel van het districtsbestuur ontwikkelde Pagėgiai zich verder. Er kwamen nieuwe bedrijven, een wijk bij het station, een middelbare agrarische school en een Litouws gymnasium. Voor de energievoorziening werd een elektriciteitscentrale gebouwd. In 1925 was het aantal inwoners verdubbeld tot ruim 1.400. De gemeenschap had nog geen eigen kerk; men behoorde nog steeds tot de parochie van Tilsit (het huidige Sovjetsk) aan de andere zijde van de Memel. Omdat de kerk in Tilsit door de nieuwe staatsgrens tussen Pruisen en Litouwen steeds moeilijker bereikbaar werd, werd in 1933 in Pagėgiai een kleine kerk gebouwd, waaraan in 1938 een toren werd toegevoegd.
Op 22 maart 1939 werd het Memelland na een ultimatum door Litouwen 'vrijwillig' overgedragen aan nazi-Duitsland.
Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Pogegen op 20 oktober 1944 veroverd door het Rode Leger van de Sovjet-Unie. In 1947 werd het Memelland deel van de Sovjetrepubliek Litouwen. In 1959 was de bevolking van Pagėgiai gegroeid tot 3.436 inwoners.
Krijgsgevangenenkamp Tweede Wereldoorlog
[bewerken | brontekst bewerken]Van juli 1941 tot juli 1942 had de Duitse Wehrmacht in een bos ten westen van Pogegen een krijgsgevangenenkamp voor officieren. In het kamp verbleven vooral militairen van het Rode Leger van de Sovjet-Unie. Het regime in het kamp was wreed, men kreeg slecht te eten en er was geen goede medische hulp. Bij de opening van het kamp in 1941 was er alleen een kaal veld in het bos waar de gevangenen in zelfgegraven holen in de grond moesten leven. Pas eind 1941 en begin 1942 werden er barakken gebouwd. In het kamp hebben naar schatting 24.000 gevangenen verbleven en zijn ongeveer 8.000 tot 10.000 gevangenen omgekomen. Na de sluiting is het kamp door de Gestapo vernietigd en zijn zoveel mogelijk sporen verwijderd.
Van het kamp is weinig bewaard gebleven. In december 1944 zijn in en buiten het kamp vijf massagraven aangetroffen. In december 1991 werden nog eens 13 massagraven ontdekt, met daarin meer dan 5.000 doden. Tussen 1977 en 2005 zijn op het terrein verschillende gedenktekens en monumenten geplaatst. Het voormalige kamp is op 1 juli 1993 opgenomen in het register van cultureel erfgoed van de Republiek Litouwen.[1][2]
- Rooms-Katholieke kerk
- Evangelisch-Lutherse kerk
- station Pagėgiai
- voormalige stoomtram naar Schmalleningken
- ↑ Pagėgių karo belaisvių stovykla „Oflager 53“ ("Pagegiai krijgsgevangenenkamp „Oflager 53“") Ignas Giniotis, Silaines Krastas, 15 dec 2021 (in het Litouws)
- ↑ Nacistinės Vokietijos stovyklos Oflager 53 Sovietų Sąjungos karo belaisvių palaidojimo vieta (begraafplaats van Sovjetkrijgsgevangenen in het nazi-Duitse kamp Oflager 53.) Kultūros vertybių registras (Register van cultureel erfgoed), objectcode 16528 (in het Litouws)