Gewone schorpioenvlieg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Panorpa communis)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gewone schorpioenvlieg
Panorpa communis mannetje
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Mecoptera (Schorpioenvliegen)
Familie:Panorpidae (Schorpioenvliegen)
Geslacht:Panorpa
Soort
Panorpa communis
Linnaeus, 1758
Panorpa communis vrouwtje
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gewone schorpioenvlieg op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De gewone schorpioenvlieg (Panorpa communis) is een insect uit de familie schorpioenvliegen (Panorpidae). De vliegtijd is meestal tussen mei en september.

Verspreidingsgebied[bewerken | brontekst bewerken]

De gewone schorpioenvlieg komt algemeen voor in heel Nederland. Komt voor in tuinen, struikgewas en andere beschaduwde plaatsen; vooral bij netels. [1]

Uiterlijk[bewerken | brontekst bewerken]

Hij heeft een lengte van 30 mm.[1] Het is een geel insect met zwarte brede rechthoekige vlekken op de rug. Aan de kop zit een lange rode snuit waarmee het kleine insecten eet. De vleugels zijn doorzichtig met zwarte vlekken, die in vergelijking met de Duitse schorpioenvlieg groter en vollerzijn. De soort toont veel gelijkenis met Panorpa vulgaris. De mannetjes hebben een schorpioenachtig uiteinde aan de staart. Bij de vrouwtjes is dit afwezig.

Voedsel[bewerken | brontekst bewerken]

Voedt zich aan dode insecten, plantensap en vruchten.[1]

Larven[bewerken | brontekst bewerken]

De vrouwtjes paren meestal met meerdere mannetjes en leggen dan na ongeveer vier dagen in totaal 50 tot 60 eieren op verschillende plaatsen - twaalf tot twintig elk - in de grond. Na ongeveer tien dagen komen de larven uit de eieren, die zich net als de volwassenen voeden met dode of verzwakte insecten en lijken op rupsen. Tijdens het larvale stadium vervellen de larven drie keer. Ongeveer vier weken na het uitkomen begint de prepupa-fase, die afhankelijk van het seizoen twee weken tot acht maanden duurt. De larven die zich laat in het jaar ontwikkelen, overwinteren in het prepopstadium, terwijl de larven die zich vroeg in het jaar ontwikkelen relatief snel verpoppen en in hetzelfde jaar als een afgewerkt insect uitkomen. Na het verlaten van de poppenschaal heeft het dier ongeveer drie uur nodig om te drogen en klaar te zijn met kleuren.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

  • Kaarten met waarnemingen: