Patijn (houten schoeisel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
15de eeuwse patijn, in 2003 opgegraven in Gorinchem

Patijnen of trippen waren houten overschoenen waarmee op modderige straten kon worden gelopen. Patijnen werden in de middeleeuwen veel gedragen, vooral door de gegoede burgerij, die op deze manier hun mooie schoenen konden beschermen. In Nederland bestonden in 1429 al patijnmakers en 'hoelblockmakers' (klompenmakers).

Op een schilderij van Jan van Eyck uit 1434 zijn sierlijke houten patijnen afgebeeld. In het Rijksmuseum in Amsterdam is een stel patijnen van rond 1700 te zien die meer op dagelijks gebruik wijzen. Onder de houten zool is een ijzeren ring aangebracht die door het lopen aan de voorkant wat afgesleten is. Aan weerszijden van de zool zijn twee leren banden gespijkerd die met veters om de schoenen bevestigd konden worden.

Afbeeldingen[bewerken]