Patrick van Schie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Patricius Gerardus Cornelis (Patrick) van Schie (Waalwijk, 19 mei 1964) is historicus, publicist en directeur van de TeldersStichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD.

Carrière[bewerken | brontekst bewerken]

Van Schie bezocht de lagere school St. Jozef in Waalwijk en haalde in 1982 het gymnasium-ß-diploma aan het Dr. Mollercollege in dezelfde plaats. Hij studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht en was daar gedurende twee jaar student-assistent Oost-Europese geschiedenis. In die functie gaf hij onder andere colleges over de buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie. In 1989 studeerde hij af in de richtingen Internationale Betrekkingen (scriptie over de voorkeur van de Sovjet-Unie tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1968-1984) en Politiek Bestel (scriptie over de houding van de Nederlandse liberalen ten aanzien van de SDAP in de jaren 1930).

Hij vervulde zijn militaire dienstplicht als ROAG (reserve-officier academisch gevormd) en werd na de militaire opleidingsperiode geplaatst op de directie Algemene Beleidszaken van het Ministerie van Defensie. In die tijd was Frits Bolkestein, minister op dit departement. Op 27 september 2005 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Leiden tot doctor in de Letteren, op een proefschrift getiteld Vrijheidsstreven in verdrukking. Liberale partijpolitiek in Nederland 1901-1940, bij de hoogleraar Joop van den Berg.

Van 1991 tot 2001 werkte Van Schie als medewerker bij de TeldersStichting. Na het overlijden van directeur Klaas Groenveld werd Van Schie in 2001 benoemd tot directeur van deze stichting. Als medewerker en directeur houdt Van Schie zich met name bezig met de grondslagen en de geschiedenis van het liberalisme, buitenlands beleid en veiligheidsbeleid, de Europese integratie, staatsrechtelijke aangelegenheden en hoger onderwijs.

Sinds 2013 schrijft Van Schie een tweewekelijkse column voor het dagblad Trouw.

Bibliografie[1][bewerken | brontekst bewerken]

  • Passie voor individuele vrijheid. Den Haag, 2017. 179 pp. [columns voor het dagblad Trouw;
  • Eigenzinnige liberalen. Onafhankelijk denkende politici in Nederland. Amsterdam, 2014. 267 pp. [met Fleur de Beaufort en Joop van den Berg];
  • Sociaal-liberalisme. Amsterdam, 2014. 198 pp. [met Fleur de Beaufort];
  • Neoliberalisme: een politieke fictie. Amsterdam, 2014. 79 pp. [met Martin van Hees en Mark van de Velde]
  • Liberale spiegel. Reflecties op zestien veelgehoorde vooroordelen over het liberalisme en de VVD. Den Haag, 2013, plus nieuwe herziene druk 2016. 51 pp. [met Heleen Dupuis];
  • Het Liberalen Boek. Zwolle, 2011. 448 pp. [rijk geïllustreerde geschiedenis van de liberale theorie, de politieke praktijk en de maatschappelijke inbedding in Nederland alsmede van de Europese context en de ons omringende landen; samengesteld en geschreven met Fleur de Beaufort];
  • Vrijheidsstreven in verdrukking. Liberale partijpolitiek in Nederland 1901-1940. Amsterdam, 2005. 503 pp. [dissertatie universiteit Leiden, tevens in handelseditie verschenen];
  • Aurea Libertas. Impressies van vijftig jaar Teldersstichting. Den Haag, 2004. 138 pp. [met Sabine Bierens];
  • Krijgsgerommel achter de kim. Analyse van de veiligheidsrisico's voor Nederland. TS-geschrift 89; Den Haag, 1999. 102 pp.;
  • Nationaal belang. Over de bruikbaarheid van het begrip voor een liberaal buitenlands beleid. TS-geschrift 84; Den Haag, 1996. 60 pp.;
  • Europa: een volgende akte. Een verkenning van de grondslagen en de toekomst van de Gemeenschap en de positie van Nederland daarin. TS-geschrift 76; Den Haag, 1992. 225 pp. [geschreven als secretaris-lid van een werkgroep o.v.v. Gijs van Aardenne];