Pauselijk legaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Miniatuur van een pauselijk legaat in de periode van Bonifatius VIII .

Een pauselijk legaat is een gezant van de paus die met bepaalde volmachten is uitgerust.

Vanaf met name de twaalfde eeuw gingen de pausen er meer en meer toe over om juridische conflicten waarover zij in hoger beroep om een oordeel werden gevraagd, in handen te geven van een gevolmachtigd rechter (iudex delegatus). Deze werd ermee belast om het pauselijk vonnis aan twistende partijen op te leggen. Vaak kreeg een abt of bisschop uit een aangrenzende streek deze opdracht. Er zijn bijvoorbeeld uit de twaalfde eeuw al duizenden decretalen bekend met dergelijke vonnissen in briefvorm. De belangrijkste decretalen werden verzameld, geredigeerd en uiteindelijk opgenomen in het kerkelijke recht, zoals in de Decretales Gregorii IX van 1234, ook wel Liber Extra genoemd, van paus Gregorius IX. Ook verschillende pausen waren zelf ooit pauselijk legaat geweest.

De pausen stelden ook pauselijke legaten aan om grote inspectiereizen en visitaties uit te voeren. Beroemd is de reis van kardinaal Nicolaus Cusanus in 1451 om de toestand van de Rooms-Katholieke Kerk in de Noordelijke Nederlanden te onderzoeken.

De canones 362 tot en met 367 van de Codex Iuris Canonici van 1983 behandelen de status en taken van pauselijke legaten volgens het huidige canonieke recht.