Penning

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de dichter Penning zie Willem Levinus Penning, voor de familie zie Penning (familie), voor de schaakterm zie penning (schaken)
Gedenkpenning voor een ambassadeur van de Nederlandse Republiek uit 1609. (Rijksmuseum Amsterdam)

Het woord penning wordt gebruikt voor een historische muntsoort, maar ook voor een munt zonder vaste waarde, als herinnerings- of kunstobject vervaardigd of om bepaalde diensten te belonen (medailles). In de geschiedenis zijn er wettelijke betaalmiddelen geweest waarvoor de verzamelnaam penning bestond.

Medaille[bewerken]

Penningen die geen wettig betaalmiddel zijn, worden gemaakt van verschillende soorten materialen. Veel voorkomende materialen zijn zilver, brons, koper, metaal, nikkel, goud en kunststof. Penningen worden ontworpen door een medailleur.

In de numismatiek kunnen er globaal drie stromingen worden onderscheiden, te weten:

  • Historische (waardevolle) penningen
  • Betaal- en/of consumptiepenningen
  • Kunstpenningen

Daarbinnen kunnen de volgende soorten worden onderscheiden.

  • rekenpenningen (voor het rekenen met een abacus of rekenbord);
In tegenstelling tot de oorspronkelijke abacus lopen op het middeleeuwse rekenbord de lijnen horizontaal en mogen de rekenpenningen niet alleen tussen, maar ook op de lijnen gelegd worden. Het principe is hetzelfde. Een rekenpenning op de onderste lijn is 1 waard, op de volgende lijn 10, op de daarop volgende lijn 100, enzovoort. De vakken tussen de lijnen geven de penningen een waarde van 5, 50, 500, enzovoort. Op deze manier konden getallen worden uitgebeeld.
  • gaspenningen en elektriciteitspenningen, ter afrekening in een muntmeter;
  • penningen of munten voor parkeren, speelautomaten, golfballenautomaten, autowasstraten en andere diensten waarvoor een gecontroleerde lokale afrekening wordt geregeld;
  • consumptiepenningen, doorgaans van kunststof, voor het afrekenen van consumpties bij bedrijven of evenementen,
  • gedenkpenningen, uitgegeven ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis;
  • penningen uitsluitend als kunstvorm bedoeld.

'Gedenkpenningen' is een vrij algemeen gebruikte term voor penningen die ter gelegenheid van een specifieke gebeurtenis zijn gemaakt. Een aantal belangrijke vormen zijn: universiteitspenningen, gildenpenningen, prijspenningen en vroedschapspenningen, geslagen voor jubilea, openingen, overlijden (begrafenispenning), of de herdenking van specifieke gebeurtenissen.

Onderscheiding[bewerken]

In de faleristiek kent men de erepenning die aan veldheren en admiraals werd uitgereikt.

Historisch[bewerken]

De zilveren penning werd als munteenheid geïntroduceerd in het midden van de achtste eeuw, onder de Pepijn de Korte, de hofmeier die de laatste telg van het nominale koningsgeslacht van Frankrijk, de Merovingen aan de kant schoof, en de vader was van Karel de Grote. De Franse naam van de munt, 'denier', geeft de afkomst aan: dat was de Romeinse denarius, die echter sinds het jaar 290 niet meer was aangemunt.

In Groot-Brittannië werd de penning nagevolgd door koning Offa van Mercia omstreeks 785. Deze munt heette penny, mogelijk naar het Oudhoogduits 'Phant' ('Pand'), en van dat woord is 'penning' een afleiding. Ook in de Nederlanden is de denier nagevolgd, het eerst in het rijke Dorestad (bij Wijk bij Duurstede) in het midden van de achtste eeuw. De grootte was zo'n 20 millimeter, met op de voorzijde het portret en/of de naam van de koning en op de achterzijde een tekst en een symbool, bijvoorbeeld een kruis of een kerk.

Van de achtste tot de dertiende eeuw bleef de penning bij ons een gangbaar betaalmiddel. Deze zilveren munt, waarvan onder Karel de Grote het gewicht werd gesteld op 1/240 deel van een Karolingisch pond (circa 1,8 gram), werd later steeds lichter, dus minder waard. In het gehele rijk van Karel de Grote werd hetzelfde type munt geslagen (zilveren denier). Maar aan het eind van de negende eeuw begint het Karolingische Rijk macht te verliezen, en de aanmunting in Nederland houdt op. In de elfde eeuw beginnen de Utrechtse bisschoppen weer met het vervaardigen van penningen. Pas na 1250 worden in de Nederlanden grotere munten geïntroduceerd, sterlingen, dubbele sterlingen en groten (een groot was 8 of 12 penningen waard). Gouden munten werden pas in het begin van de veertiende eeuw geslagen. Ten slotte verdween na 1500 de penning ook als rekenmunt uit de Nederlandse economie.

Maar daarna, tot in de 18e eeuw was het woord penning ook een gewone aanduiding voor muntgeld. Ook in het huidige spraakgebruik komt de penning nog in vele uitdrukkingen voor, zoals 'op de penning zijn', 'het penningske der weduwe', 'penningmeester' en andere.

Zie ook[bewerken]