Phaedrus (schrijver)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Phaedrus (eerste helft van de 1e eeuw n.Chr.), was een vermaard Latijns fabeldichter en waarschijnlijk een (vrijgelaten) Thracische of Macedonische slaaf.[1]

Biografische gegevens[bewerken]

Phaedrus was naar eigen zeggen geboren in het Piërische gebergte in Macedonië[2], maar kwam als jonge slaaf terecht aan het hof van keizer Augustus, die hem de vrijheid schonk. Onder keizer Tiberius zette hij zich aan het schrijven van fabels, zonder enige vorm van oorspronkelijkheid, afgezien van de versvorm. Hij maakte bewerkingen in jambische verzen van de fabels van Aisopos en voerde daarmee de fabel als genre in de Latijnse literatuur in. Niettemin moeten de achterdochtige machthebbers in zijn nuchtere dierenverhaaltjes politieke toespelingen ontdekt hebben: weldra werd Phaedrus het zwijgen opgelegd door Sejanus, het beruchte hoofd van de Praetoriaanse garde. Nadat deze ten val was gebracht, verging het Phaedrus weer beter.

Literaire betekenis[bewerken]

Van zijn Fabulae Aesopiae zijn vijf boeken met in totaal 93 fabels bewaard gebleven; behalve herdichtingen bevatten zij ook eigen moraliserende dierenverhalen, doorspekt met eigentijdse anekdoten. Phaedrus is op verre na geen La Fontaine. Zijn eigenlijke dierenfabels missen verbeelding en gevoel, missen ook plastische en dramatische uitbeelding. Uit andere stukjes blijkt wel een persoonlijker en diepzinnig aspect: verbittering van de miskende, de misdeelde, machteloos verzet tegen de willekeur van de gewetenloze verdrukker. Daar is Phaedrus op zijn best, wanneer niet de dorre moralist aan het woord is maar de wrokkige satirist.

Invloed[bewerken]

In de Middeleeuwen ontstonden Latijnse parafrasen in proza van zijn fabels, die onder de titel Romulus grote verspreiding kregen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. F.E. Brenk, From Rex to Rana: Plutarch's Treatment of Nero, in F.E. Brenk, Relighting the Souls: Studies in Plutarch, in Greek Literature, Religion, and Philosophy, and in the New Testament Background, Stuttgart, 1998, pp. 95-96.
  2. Fab. III praef.