Pijnbank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een "torture rack" in de Tower of London

De pijnbank was een middel om iemand die verdacht werd van onwettige feiten te pijnigen om een bekentenis te verkrijgen. De pijnbank bestond al veel vroeger dan de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. De verdachte werd op de pijnbank gelegd en vastgebonden, zodat de beulen en de ondervragers alles konden doen met het slachtoffer. Er werd met vuurtoortsen, gesels, tangen, of met de waterproef gefolterd. De pijnbank was ook een soort rekbank, waarop de veroordeelde werd uitgerekt met behulp van touwen of kettingen aan het draairad. Later werden de pijnbanken geraffineerder gemaakt om iemands gewrichten te ontzetten. Na het midden van de 18e eeuw werden deze manieren van verhoren niet zo veel meer toegepast.

De uitdrukking "op de pijnbank leggen" wordt nog gebruikt om strenge ondervragingsmethoden aan te duiden.

Zie ook[bewerken]