Poète maudit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Poètes maudits: Paul Verlaine (uiterst links) en Arthur Rimbaud (2e van links), 1872, door Henri Fantin-Latour.

Een poète maudit (gedoemde dichter) is de benaming voor een miskende of maatschappelijk onaangepaste dichter. De dichter wordt gezien als een verschoppeling die niet thuishoort in de maatschappij.

Les poètes maudits was oorspronkelijk de titel van een in 1884 verschenen bloemlezing door Paul Verlaine met onder meer werk van Charles Baudelaire, Arthur Rimbaud, Comte de Lautréamont, Tristan Corbière, Gérard de Nerval en Stéphane Mallarmé. Al snel begonnen deze en een hele generatie dichters na hen zich onder deze noemer te presenteren en werd het bijna een soort van literaire stroming. Als prototypes werden gezien: François Villon, Oscar Wilde en Edgar Allan Poe.

Veelvoorkomende thema’s in het werk van de 'poètes maudits' waren ongezonde levenswijzen, drank- en drugsgebruik, misdaad, zondig leven, ziekte, decadentie, perversies, satanisme en voortijdig overlijden (de ware 'poète maudit' richt zichzelf te gronde). Er was duidelijk sprake van een verwantschap met het symbolisme, met name ook in vormexperimenten als het prozagedicht. Typerend was de tweestrijd tussen de vrijheid van de dichter en de eisen van de maatschappij, waaraan vele dichters ten onder gaan.

Spoedig bleef de term 'poètes maudits' niet meer beperkt tot Franse schrijvers en dichters, maar werd ze ook in het buitenland geadopteerd. In de Nederlandse literatuur valt bijvoorbeeld te denken aan Willem Kloos en J. Slauerhoff en later in Vlaanderen aan Jotie T'Hooft. Vaak werd de term ook onmiskenbaar gecultiveerd, bijvoorbeeld door de Dadaïsten.

Baudelaires De Albatros[bewerken]

Het beeld van de poète maudit is klassiek geworden door Baudelaires gedicht ‘De albatros’, opgenomen in Les Fleurs du Mal (1857) (De bloemen van het kwaad).

Vaak vangt het scheepsvolk, om verveling te verdrijven,
De vogel albatros die op zijn wieken wijd,
Als lome reisgenoot, elk schip nabij kan blijven
Dat over 't bitter diep der oceanen glijdt.
Maar amper prest men hem om op het dek te landen,
Of deze vorst van het azuur sleept gelijk twee
Peddels zijn grote, witte vleugels tot zijn schande
Grotesk en zielig aan weerszijden met zich mee.
Gevleugeld reiziger, nu krachteloos, onhandig!
Komiek en lelijk ook, voorheen zo'n lust voor 't oog!
De een brandt met een pijp zijn snavel en de ander
Hinkt honend het onmachtig dier na dat eens vloog!
De Dichter is gelijk die prins der hemelsferen,
Hij die met storm verkeert, lacht boog en schutter uit;
Gebannen aan de grond, waar spotters hem kleineren,
Wordt hij door reuzenwieken in zijn gang gestuit.
(Vertaling Peter Verstegen)

De dichter wordt vergeleken met een albatros, die dankzij zijn machtige vleugels aan het aardse kan ontstijgen. Wanneer hij echter naar de grond wordt gelokt, zijn het diezelfde vleugels die hem verhinderen om weer aan het wereldse bestaan te ontsnappen. De kunstenaar is gedoemd om onbegrepen te blijven tussen niet-kunstenaars.

Galerij[bewerken]

Literatuur, externe links en bronnen[bewerken]