Prinsenhof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een prinsenhof was een vaak tijdelijke verblijfplaats voor een vorst. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was dit vaak de stadhouder, in de Zuidelijke Nederlanden waren dit de graven van Vlaanderen, prins-bisschoppen van Luik en Bourgondische hertogen. Ze werden in de Noordelijke Nederlanden vanaf het einde van de 16e eeuw in diverse steden ingericht, vaak op terreinen van voormalige (onteigende) kloosters. Later kregen de prinsenhoven andere functies, zoals stadhuizen, musea of hotels. Bij een prinsenhof bevond zich soms een prinsentuin, zoals in Groningen en Leeuwarden. De laatste stad had als enige (naast een Stadhouderlijk Hof (*)) een princessehof (van Maria Louise van Hessen-Kassel).

Lijst van historische prinsenhoven[bewerken | brontekst bewerken]

(*) verblijfplaats stadhouder

De prinsenhoven in Den Haag en 's-Hertogenbosch zijn 21e-eeuwse gebouwencomplexen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]