Remigius van Rouen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Remigius van Rouen (? - 771) was een buitenechtelijke zoon van Karel Martel bij een onbekende vrouw.[1]

De monnik Adrevald van Fleury bericht in zijn kort na 867 geschreven Miracula Sancti Benedicti dat Pepijn de Korte in 750/751 zijn halfbroer Remigius de opdracht gaf de relikwieën van de heilige Benedictus van Nursia terug te brengen naar de abdij van Montecassino.[2] In 755 werd hij tot bisschop van Rouen benoemd, wat hij tot 771 bleef. In 760 werd hij naar de Longobardenkoning Desiderius en naar Paus Paulus I gezonden. Bij zijn terugkeer had hij Simeo in zijn gevolg, een van de leiders van de Romeinse Kerkzangersschool, die hij met de scholing van zijn monniken belastte. Toen Simeo (Symeon) echter werd teruggeroepen naar Rome, moest hij zijn monniken achterna sturen, zodat zij hun opleiding ook konden afronden. Het laatste geattesteerde optreden van bisschop Remigius vond op de synode van Attigny in 762 plaats, die tot de gebedsbond van Attigny leidde.

De Annales Mosellani vermelden de dood van Remigius et Bernehardus in 787. Deze informatie wordt voor wat betreft Remigius als een vergissing aanzien, daar men 771 als het sterfjaar van Remigius beschouwt.[3]

Noten[bewerken]

  1. De Genealogica Arnulfi Comitis noemt (in deze opeenvolging) "Remigium et Geronimum" (Remigius en Hiëronymus) als zonen van "Karolus senior…ex concubina".
  2. Miracula Sancti Benedicti I 16. Pepijns broer Carloman leefde sinds zijn terugtrekking uit de politiek in 747 in Monte Soratte en Montecassino, en werd na zijn dood in 754 in Montecassino bijgezet.
  3. Riché, p. 35, Settipani, p. 355 (noot 1118).

Bronnen[bewerken]

Referenties[bewerken]