Naar inhoud springen

Rudra (Shiva)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Rudra

Rudra is een god uit het hindoeïsme die voorkomt in de Rig Veda. Hij is de god van wind, storm, krijgers, de dood, offers en zang, geneeskunst, dieren en de jacht en de personificatie van verschrikking. Hij staat voor wat wild is, voor chaos vóór kosmos, voor natuur die aan cultuur voorafgaat en alles wat onbeheersbaar is.[1] Rudra ging aan Shiva vooraf en werd als Shiva vriendelijk aangesproken om hem gunstig te stemmen. Rudra ging over in Shiva. Shiva (de 'Zegenrijke') was tot het einde van de Vedische periode een titel van Rudra. Hij werd soms geassocieerd met het destructieve aspect van Agni, de god van het (offer)vuur, later met het destructieve aspect van Shiva. Hij leverde een bijdrage aan Shiva's gedaanten als vreselijke verwoester en barmhartige vruchtbaarheidsgod. Rudra bood bescherming tegen Varuna, vertegenwoordiger van de kosmische wet en mysterieuze rechter over de mensen.[2]

Volgens een mythe zou Rudra zijn ontsproten aan het hoofd van Brahma toen deze kwaad werd. Rudra wilde Prajapati neerschieten toen deze op het punt stond bloedschande te begaan met Ushas, de dageraad. Prajapati beloofde hem toen tot heerser over de dieren uit te roepen.[3]

Zijn echtgenote is Uma, (Sati, Ambika, Parvati, Haimauti), de goddelijke kennis of hemelse wijsheid. De Rudra's (Maruts), de metgezellen van Indra, zijn stormgoden en de zonen van Rudra (Shiva). Rudra zou hen hebben gegenereerd van de stralende uier van de koe Prsni.

Rudra stamt van rud (huilen) en hij is dan ook de Huiler of Bruller. Maar zijn naam wordt ook weergegeven als de Rode of de Wilde (de Verschrikkelijke).

Attributen en kenmerken

[bewerken | brontekst bewerken]

Rudra is boogschutter, hij wordt zo (Sarva) genoemd in de Shiva Saharanama en de pijl is een belangrijk attribuut van de god. Met zijn pijlen kon hij goden, mensen en dieren ziek maken. Zijn wraak wordt gevreesd. Hij is net als Shiva een genezer. In RV 2..33.4 is hij de 'beste geneesheer der geneesheren' en heeft hij duizend medicijnen (RV 7.46.3) Hij is Vaidyanatha (Heer van remedies). Hij was de geneesheer van de goden en bewaarder van geneeskrachtige kruiden. Rudra is dus een ambivalente boogschuttergod die zowel verwonden kan als helen en zijn manifestatie als dier is een rat of mol (akhú). Wegens de gang van het diertje is hij ook bekend als Vankú (weifelaar, wankelaar).[4] Als heerser over de dieren (Pasupati, heer der dieren[5]) werd Rudra afgebeeld als stier of 'wildeman op een stier'.

Rudra heeft drie ogen en vier armen[6] en is eeuwig jong, roodbruin, draagt zijn haar in een vlecht, draagt een tulband, draagt gouden ornamenten en een veelkleurige halsketting (niská). Hij heeft stevige ledematen en kent verschillende vormen. Hij straalt als een gouden zon. Hij rijdt in een wagen en houdt een bliksem in de hand, maar gewoonlijk wordt hij afgebeeld met boog en pijlen. [7]

In de Rig Veda

[bewerken | brontekst bewerken]

In de Rig Veda zijn drie hymnen aan Rudra gewijd, RV 1.114, 2.33 en 7.46. RV 2.33.9 noemt Rudra 'de Heer of Soeverein van het universum'. Samen met Soma komt hij voor in RV 1.43 en 6.74. In de Yajur Veda (Shri Rudram hymne) wordt Rudra de zoon van hemel en aarde (Bhumi) genoemd.

Vergelijking met goden in andere culturen

[bewerken | brontekst bewerken]

Zowel Apollo als Rudra zijn boogschuttergoden die kunnen schaden als helen (volgens het principe: hij die verwondt zal heel maken, ho trosos iásetai). Apollo kan met zijn pijlen de pest brengen aan mensen en dieren. Apollo's zoon was de halfgod Asklepios, beroemd als geneesheer. Als pestbrenger was Apollo bekend als Smintheus (van smínthos, een ratachtig type muis), terwijl Asklepiós van skálops of (a)spálax (blinde rat of rat mol) is afgeleid. De rat werd als ziekteverspreider gezien als symbool van de pest en de mol als het blinde, weldadige helende dier. Apollo heeft het epithet Loxias 'de ene met het scheve loopje', wat refereert aan de typische beweging van de muis. Rudra's dier is de 'rat mol', net zoals zijn zoon Ganesha, de god van wijsheid en poëzie, dat heeft en die soms afgebeeld wordt als akhu-ga (rijdend op een rat). Zo was ook Apollo Smintheus bebekos epi tôi mui (gezeten op een muis, Strabo 13.48).[4]

Volgens Jaan Puhvel, hoogleraar klassieken en Indo-Europese studies, heeft de Germaanse Odin het meest met Rudra-Siva overeenkomstig. Beiden zijn tot op zekere hoogte demonisch, moreel ambivalent, zelfs kwaad en destructief, beiden vereisen menselijk offer en hebben hun gezworen groepen vereerders en bezitten arcane magische kennis. En er zijn uiterlijke overeenkomsten: waar Odin één oog mist, heeft Rudra er drie (Odin heeft één oog, Rudra heeft één oog in het voorhoofd); Odin heeft een platte hoed en Rudra draagt een tulband; beiden hebben een passie voor vermommingen en incognito verschijningen en zwerven rond. Rudra is vooral een ksatriya (krijger) god en zo lijkt ook Odin in oorsprong een semi-demonische beschermheer van de krijgers.[8]

  • A.A. Macdonell, A Vedic Reader for Students (1917, herdruk 2002), p.56-67
  • J. Puhvel, Comparative Mythology (1987)
  • C. Scott Littleton, Mythologie (2003), p.343
  • R. Storm, Encyclopedie van de Oosterse Mythologie (1999), p.154