Samenstelling Tweede Kamer 1830-1833

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1830-1833 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode tussen oktober 1830 en oktober 1833. De zittingsperiode ging in op 19 oktober 1830 en eindigde op 21 oktober 1833.

Er waren 55 Tweede Kamerleden, die verkozen werden door de Provinciale Staten van de 9 provincies die Nederland toen telde. Tweede Kamerleden werden verkozen voor een periode van drie jaar. Elk jaar werd een derde van de Tweede Kamer vernieuwd.

Samenstelling na de verkiezingen van 1830[bewerken | brontekst bewerken]

Regeringsgezinden (36 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Financiële oppositie (15 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Onafhankelijken (2 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Liberalen (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Gematigde liberalen (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • Bij de verkiezingen van 1830 werden 17 Tweede Kamerleden verkozen. Zij werden op 19 oktober 1830 geïnstalleerd.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1831[bewerken | brontekst bewerken]

1832[bewerken | brontekst bewerken]

1833[bewerken | brontekst bewerken]

  • 17 april: Dirk van Foreest (regeringsgezinden) overleed. Er werd in deze zittingsperiode niet meer in vervanging van zijn vacature voorzien.
  • 25 september: Otto van Randwijck (regeringsgezinden) overleed. Er werd in deze zittingsperiode niet meer in vervanging van zijn vacature voorzien.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]