Samenstelling Tweede Kamer 1827-1830

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1827-1830 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode tussen oktober 1827 en oktober 1830. De zittingsperiode ging in op 16 oktober 1827 en eindigde op 18 oktober 1830.

Er waren toen 110 Tweede Kamerleden, die verkozen werden door de Provinciale Staten van de 18 provincies van het toenmalige Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Tweede Kamerleden werden verkozen voor een periode van drie jaar. Elk jaar werd een derde van de Tweede Kamer vernieuwd.

Samenstelling na de verkiezingen van 1827[bewerken | brontekst bewerken]

Regeringsgezinden (71 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Zuid-Nederlandse oppositionelen (24 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Financiële oppositie (11 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Onafhankelijken (5 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • Bij de verkiezingen van 1827 werden 37 Tweede Kamerleden verkozen. Zij werden op 16 oktober 1827 geïnstalleerd.
  • Hendrik Backer (financiële oppositie) kwam op 21 oktober 1827 in de Tweede Kamer als opvolger van de in 1826 verkozen Daniël Hooft Jzn., die op 14 oktober 1827 ontslag had genomen.
  • Johan Baptist Joseph Claessens Moris (regeringsgezinden) kwam op 16 oktober 1827 in de Tweede Kamer als opvolger van de op 28 mei dat jaar overleden François Cornet de Grez (Zuid-Nederlandse oppositionelen)

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1827[bewerken | brontekst bewerken]

1828[bewerken | brontekst bewerken]

1829[bewerken | brontekst bewerken]

1830[bewerken | brontekst bewerken]

  • 7 april: Daam Fockema (financiële oppositie) vertrok uit de Tweede Kamer. De Provinciale Staten van Friesland verkozen Sjuck van Welderen Rengers (regeringsgezinden) tot zijn opvolger, hij werd op 13 september dat jaar geïnstalleerd.
  • 17 april: Sigismund Jacques van Heiden Reinestein (regeringsgezinden) overleed. De Provinciale Staten van Drenthe verkozen Wolter Hendrik Hofstede als zijn opvolger, hij werd op 17 mei dat jaar geïnstalleerd.
  • 1 juni: Willem Frederik Lodewijk Rengers (regeringsgezinden) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot gouverneur van Groningen. De Provinciale Staten van Friesland verkozen Jentje Cats Epz. (gematigde liberalen) als zijn opvolger, hij werd op 13 september dat jaar geïnstalleerd.
  • 1 juni: François Pierre Guillaume Aloys Surmont de Volsberghe (Zuid-Nederlandse oppositionelen) overleed. Er werd niet meer in vervanging van zijn vacature voorzien.¨
  • 29 september: naar aanleiding van de Belgische Revolutie stemde de Tweede Kamer in met de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden. Hierdoor daalde het aantal Tweede Kamerleden van 110 naar 55. Het mandaat van de Tweede Kamerleden verkozen door de Provinciale Staten van Antwerpen, Zuid-Brabant, Oost- en West-Vlaanderen, Limburg, Luxemburg, Henegouwen, Luik en Namen liep af op 18 oktober 1830.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]