Joseph van Crombrugghe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Joseph van Crombrugghe
Van Crombrugghe met versierselen van de Orde van de Nederlandse Leeuw
Van Crombrugghe met versierselen van de Orde van de Nederlandse Leeuw
Volledige naam Joseph Jan van Crombrugghe
Geboren Gent, 22 september 1770
Overleden Gent, 10 maart 1842
Partij regeringsgezind (onder Willem I)
Religie Rooms-katholiek
Titulatuur Mr.
Functies
1815 lid algemene raad van het Scheldedepartement
1815 grondwetsnotabele
1816-1817 lid Provinciale Staten van Oost-Vlaanderen
1817-1830 lid Tweede Kamer der Staten-Generaal
1820-1824 burgemeester van Sint-Martens-Leerne
1824-1830 lid Raad van State in buitengewone dienst
1826-1831;
1840-1842
burgemeester van Gent
1840-1842 lid Provinciale Raad van Oost-Vlaanderen
Website
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Joseph van Crombrugghe (Gent, 22 september 1770 - aldaar, 10 maart 1842) was een advocaat en politicus in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en het latere België. Hij was burgemeester van Gent (1825-1836, 1840-1842) en provincieraadslid voor Oost-Vlaanderen (1836-1842).

Biografie[bewerken]

Van Crombrugghe behaalde in 1792 zijn rechtendiploma aan de Universiteit van Leuven. Na een vervolgstudie te Parijs vestigde hij zich als advocaat te Gent. Vanaf 1804 werd hij er, onder het Napoleontische regime, stadssecretaris. Vanaf het Nederlandse regime engageerde hij zich actief in de politiek, als lid van de Provinciale Staten van Oost-Vlaanderen (1816-1817), lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (1817-1824), en burgemeester van Sint-Martens-Leerne (1820-1825).

Na de dood van de Gentse burgemeester Piers de Raveschoot benoemde koning Willem I hem tot burgemeester, hoewel hij geen lid was van de Gentse gemeenteraad. Hij maakte zich populair als verdediger van de Gentse belangen en weigerde zelfs een benoeming tot provinciegouverneur van Antwerpen.

Belgische Revolutie[bewerken]

Na het uitbreken van de Belgische Revolutie in 1830 werd hij het boegbeeld van de orangistische beweging in Gent, met als motor Hippolyte Metdepenningen. Van Crombrugghe moest vanwege het Voorlopig Bewind in oktober 1830 zijn ambt ter beschikking stellen. In rechtstreekse burgemeestersverkiezingen haalde hij het echter ruim van uitdager Van den Hecke della Faille. Hij kon zijn ambt verder uitoefenen, tegen de zin van de de katholieke revolutionairen. Zij lieten de verkiezing ongeldig verklaren, maar in nieuwe verkiezingen in december 1830 versterkte Van Crombrugghe zijn positie nog.

Op 2 februari 1831 volgde echter de mislukte contrarevolutionaire actie van Ernest Grégoire, die verijdeld werd door het gewapende brandweerkorps. Van Crombrugghe en het gemeentebestuur werden geschorst en de macht werd tot augustus uitgeoefend door een Comité van openbare veiligheid onder leiding van Charles Coppens. In oktober 1831 riep koning Leopold de staat van beleg uit in Gent. De stad werd daarop geregeerd door een militair bestuur onder Charles Niellon, die als taak het orangisme in de stad te onderdrukken. De situatie normaliseerde zich in 1833 na een petitie van de gemeenteraad aan het parlement.

In 1836 wonnen de orangisten opnieuw de verkiezingen in Gent, maar de herbenoeming van de gematigde Van Crombrugghe ging niet door vanwege zijn associatie met de meer radicale orangisten van Metdepenningen. Jean-Baptiste Minne-Barth werd door de regering benoemd tot burgemeester, maar zag zich geconfronteerd met de oppositie van de voltallige gemeenteraad, en nam uiteindelijk ontslag in 1840. Van Crombrugghe werd hierna opnieuw burgemeester, tot zijn dood in 1842.

Voorganger:
Philippe Piers de Raveschoot
Burgemeester van Gent
1825-1836
Opvolger:
Jean-Baptiste Minne-Barth
Voorganger:
Jean-Baptiste Minne-Barth
Burgemeester van Gent
1840-1842
Opvolger:
Constant de Kerchove de Denterghem