Orangisme (na 1830)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het orangisme is de naam voor het gedachtegoed van de beweging die na de Belgische Opstand trouw bleef aan koning Willem I en nog lange tijd bleef ijveren voor een herstel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.[bron?] Ruimer gezien is het de wens om Vlaanderen, België en/of Luxemburg te herenigen met Nederland, maar dan expliciet onder het huis Oranje-Nassau.[bron?]

Geschiedenis[bewerken]

Na de Belgische Revolutie was er een krachtige elitaire strekking die streefde naar het herstel van de vorige toestand. Deze orangisten pleegden in maart 1831 een coup om de Nederlandse kroonprins Willem op de Belgische troon te krijgen. De staatsgreep kon worden verijdeld door een gebrek aan steun vanuit Nederland. Volgens Talleyrand zouden de grote mogendheden dit nochtans aanvaard hebben. Enige maanden later, tijdens de Tiendaagse Veldtocht, deden orangistische officieren uit het Belgisch leger de strijd overhellen in het voordeel van de Nederlanders. Enkel een militaire tussenkomst van de Fransen hield de jonge staat toen overeind.

Men zou de aanhangers van het orangisme kunnen indelen in drie groepen:

  • Zij die meenden dat de Nederlanden een legitiem land waren, geruggensteund door het Congres van Wenen in 1815: België kon slechts gelegitimeerd worden door een langdurig, stabiel bestuur. Deze groep rekruteerde vooral onder de elite en telde ook onder de Franstaligen en katholieken een zeer grote aanhang. Hun openlijke Oranjecultus werd door de jonge Belgische staat als een acuut gevaar beschouwd. Ze werden dan ook met harde hand onderdrukt.
  • Zij die er economisch voordeel bij hadden: onder het bewind van Willem I kende het Zuiden een ongekende bloei, door een sterk uitgebreid onderwijs, introductie van nieuwe industrieën en het aanleggen van nieuwe wegen. In de haven van Antwerpen kwamen goederen van de Nederlandse koloniën binnen, en in Gent bloeide de textielproductie. Na 1830 ging het land economisch sterk achteruit, en kende het vele orangisten uit deze categorie. Bijzonder is dat hier veel Franstalige fabrikanten bij waren.
  • De taalminnaren: dezen stelden het Nederlands als cultuurtaal centraal, en betreurden de afscheiding van hun Noordelijke broeders, zeker omdat deze gepaard ging met een ernstige sociale achterstelling. Voorbeelden zijn onder andere Prudens Van Duyse en Jan Frans Willems.

De eerste groep deemsterde weg nadat Willem I in 1839 het bestaan van de Belgische staat had aanvaard. In 1841 deden ze nog een laatste poging tot staatsgreep. De tweede groep ging over naar de liberalen (onder andere in Gent) en de Meetingpartij (onder andere in Antwerpen). De laatste, de taalminnaren, groeide uit tot de Vlaamse Beweging.

Bekende historische orangisten[bewerken]

Hedendaags orangisme[bewerken]

Het orangisme heeft zijn eigenlijke, Oranje-royalistische betekenis verloren. Het gaat om het zich vereenzelvigen met het Groot- of Heel-Nederlandse gedachtegoed. Dit werd traditioneel vooral door republikeinen bepleit.[bron?]

Orangisme staat in Vlaanderen soms voor het streven naar een betere manier van besturen zoals men die in Nederland denkt te vinden; vandaar ook het streven naar samengaan. Het gaat om een intellectuele droom, een spielerei die niet ondersteund wordt door politieke programma's of door activiteiten van verenigingen of groepen.[bron?] Vertegenwoordigers vindt men in Vlaamsgezinde middens, in het ANV, de Orde van den Prince, de Marnixring, de Belgisch-Nederlandse Vereniging (BENEV). De Benelux-gedachte is er de meest concrete politieke uitdrukking van.

In Nederland vindt men hen vooral in christelijke en paleoconservatieve kringen.

Het orangisme kreeg in het najaar van 2003 een kleine opstoot toen de geboorten van prinses Catharina-Amalia van Oranje-Nassau en prins Gabriël van België een toekomstig huwelijk tussen het Belgisch en het Nederlands koningshuis denkbaar maakten. In België gingen toen stemmen op om het Decreet betreffende de eeuwige uitsluiting van de familie Oranje-Nassau van enige macht in België uit 1831 te schrappen.[1] Hierdoor moest een huwelijk tussen het Belgische vorstenhuis en het Huis Oranje-Nassau terug mogelijk worden. Uiteindelijk bleef alles echter bij het oude.

Bekende hedendaagse orangisten[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • C. NIELLON, Histoire des événements militaires et des conspirations orangistes de la révolution en Belgique de 1830 à 1833, Brussel, 1868.
  • A. EENENS, Les conspirations militaires de 1831, Brussel, 1875.
  • Luc FRANÇOIS, Elite en gezag. Analyse van de Belgische elite in haar relatie tot de politieke regimewissel, 1785-1835, doctoraatsverhandeling (onuitgegeven), Universiteit Gent, 1987.
  • Gita DENECKERE, De plundering van de orangistische adel te Brussel in april 1834. De komplottherorie voorbij, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 1996.
  • F. JUDO, De lange aanloop naar de aprilrellen van 1834. Een bijdrage tot de geschiedenis van het orangisme te Brussel, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 1996.
  • Jean STENGERS, Histoire du sentiment national en Belgique des origines à 1918, Deel 1, Les Racines de la Belgique, Brussel, Racine, ISBN 2-87386-218-1, 2000.
  • Els Witte, Het verloren koninkrijk. Het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie (1828-1850), Amsterdam, 2014.
  • Els Witte, De Belgische orangistische adel. Een profielschets (1815-1840, in: Bulletin van de Vereniging van de Adel van het Koninkrijk België, nr. 280, oktober 2014.