Ernest Grégoire

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ernest Grégoire (Charleville, rond 1800 – Nancy?, na 1870), was een Frans arts, officier en avonturier die streed in de Belgische Revolutie van 1830. Hij vocht in 1830 aan Belgische zijde maar liep in 1831 over naar de orangisten.

1830[bewerken]

Ernest Grégoire was in de herfst van 1830 als luitenant aanvoerder van het vrijkorps "corps de Roubaix". Hij had zijn diensten aangeboden aan het voorlopig bewind in Brussel. Op 17 oktober 1830 viel hij met zijn vrijkorps, dat aanvankelijk bestond uit 70 à 80 vrijwilligers, Zeeuws-Vlaanderen binnen. Bedoeling was om Zeeuws-Vlaanderen in te lijven bij de nieuwe staat België. Hij nam eerst zonder slag Sas van Gent in en trok daarna met zijn korps van gemeente naar gemeente. Hij eiste dat de gemeentebesturen de Brabantse vlag zouden hijsen en het voorlopig bewind in Brussel zouden erkennen. Het korps van Grégoire, dat inmiddels bestond uit 600 man geregelde troepen en meer dan 1 000 meelopers, verenigde zich met de troepen van Louis-Adolphe de Pontécoulant in Sluis. Ze slaagden er niet in Oostburg te veroveren en werden eind oktober bij Aardenburg verslagen door Nederlandse troepen onder aanvoering van overste Jospeh Ledel. Nadat de Pontécoulant zich had teruggetrokken, probeerde Grégoire opnieuw om Oostburg in te nemen nadat hij zijn leger had gereorganiseerd. Hij moest zich echter terugtrekken, werd uit zijn functie ontheven en keerde op 6 november terug naar België.

1831[bewerken]

In februari 1831 bood Grégoire, ontevreden over zijn positie in het Belgische leger, zijn diensten aan aan de orangisten. Hij was de leider van een mislukte orangistische coup in Gent. Zij ongeregelde troepen werden daar snel verslagen en Grégoire vluchtte naar Eeklo waar hij gearresteerd werd. Hij werd al snel terug vrijgelaten en verdween van het Belgische toneel.

Krantenprojecten[bewerken]

Grégoire vestigde zich in 1836 in Trier met de bedoeling er een katholiek dagblad uit te brengen. Hij kreeg echter geen toestemming en verhuisde naar Luxemburg, waar zijn Luxemburger Zeitung gedurende een tweetal jaar verscheen (1844-45).