Samenstelling Tweede Kamer 1864-1866

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1864-1866 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode na de Tweede Kamerverkiezingen van 14 juni 1864. De zittingsperiode ging in op 19 september 1864 en eindigde op 1 oktober 1866.

Nederland was verdeeld in 39 kiesdistricten.[1] Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde. Om de twee jaar werd de helft van de Tweede Kamer vernieuwd, om die reden werd op 14 juni 1864 slechts een tweede van de leden van de Tweede Kamer verkozen, de andere helft was immers verkozen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 10 juni 1862. Op 12 juni 1866 werden periodieke verkiezingen gehouden om de andere helft van de Tweede Kamer te vernieuwen.

Samenstelling na de verkiezingen van 14 juni en 28 juni 1864[bewerken | brontekst bewerken]

Liberalen (23 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Thorbeckianen (22 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatieven (17 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Liberaal (4 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Protestants (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Antirevolutionairen (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Katholieken (2 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Gematigd liberaal (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 7 kieskringen was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd op 28 juni 1864 gehouden.
  • Op 14 en 28 juni 1864 werden eveneens drie nieuwe leden verkozen in de Tweede Kamer, waardoor het zetelaantal uitbreidde van 72 naar 75. Op 14 juni werd in het nieuwe kiesdistrict Winschoten Anthony Winkler Prins gekozen, op 28 juni werd in Deventer en Haarlem respectievelijk Albertus van Delden (liberalen) en Asser van Nierop (thorbeckianen) gekozen.
  • Winkler Prins besloot zijn verkiezing niet aan te nemen, als gevolg hiervan vonden op 18 juli en 2 augustus 1864 nieuwe verkiezingen plaats in Winschoten. In de tweede stemronde werd Willem Jonckbloet (liberalen) verkozen.
  • Asser van Nierop (liberalen) werd in twee kiesdistricten gekozen, Haarlem en Hoorn. Hij opteerde voor Haarlem, als gevolg hiervan vonden op 21 juli en 4 augustus 1864 naverkiezingen plaats in Hoorn. In de tweede stemronde werd Willem van Goltstein van Oldenaller (conservatieven) verkozen.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1864[bewerken | brontekst bewerken]

  • 9 oktober: Simon Cool (liberalen) overleed. Hij werd nog verkozen bij de periodieke verkiezingen van 14 juni 1864, maar was niet formeel geïnstalleerd als Kamerlid. Bij een tussentijdse verkiezing op 3 november 1864 in Amsterdam werd Jan Jacob Rochussen (conservatieven) verkozen, die op 14 november werd geïnstalleerd.
  • 20 december: Schelto van Heemstra (conservatief-liberaal) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 17 januari 1865 in Middelburg werd Gerrit Adriaan Fokker (thorbeckianen) verkozen, die op 27 februari 1865 werd geïnstalleerd.

1865[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1 februari: Isaäc Theodorus ter Bruggen Hugenholtz (thorbeckianen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot lid van de Raad van State. Als gevolg hiervan werden op 21 februari en 7 maart 1865 nieuwe verkiezingen gehouden in Dokkum. In de tweede stemronde werd Philippus van Blom (liberalen) verkozen, die op 18 maart 1865 werd geïnstalleerd.
  • 6 april: Willem Groen van Prinsterer (antirevolutionairen) nam ontslag om gezondheidsredenen. Bij een tussentijdse verkiezing op 2 mei 1865 in Arnhem werd Julius van Zuylen van Nijevelt gekozen als zijn opvolger. Hij werd op 22 mei 1865 geïnstalleerd.
  • 23 april: Joannes Josephus van Mulken (thorbeckianen) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn promotie tot luitenant-generaal. Bij een tussentijdse verkiezing op 9 mei in Haarlem werd van Mulken herkozen en op 15 mei 1865 werd hij geïnstalleerd.
  • 21 augustus: Johannes Baptista Bots (thorbeckianen) nam ontslag vanwege zijn herbenoeming tot kantonrechter in Helmond. Bij een tussentijdse verkiezing op 12 september werd Bots herkozen. Hij werd op 19 september 1865 geïnstalleerd.
  • 1 november: Wieger Hendrikus Idzerda (thorbeckianen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot inspecteur bij het Geneeskundig Staatstoezicht in Friesland en Groningen. Daarom werden op 15 en 29 november 1865 tussentijdse verkiezingen gehouden in Leeuwarden. In de tweede stemronde werd Jouwert Andreae (conservatieven) gekozen, die op 11 december 1865 werd geïnstalleerd.
  • 25 november: Paul Therèse van der Maesen de Sombreff (thorbeckianen) nam ontslag naar aanleiding van de Limburgse brievenaffaire. Bij een tussentijdse verkiezing op 12 december 1865 in Maastricht werd van der Maesen de Sombreff herkozen en op 15 december 1865 werd hij geïnstalleerd.

1866[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]