San José (schip, 1696)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf San José (galjoen))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
San José
"Explosion of San José during Wager's Action". Olieverf op canvas door Samuel Scott
"Explosion of San José during Wager's Action". Olieverf op canvas door Samuel Scott
Geschiedenis
Werf la Corona[1]
In de vaart genomen 1696[1]
Status gezonken
Algemene kenmerken
Type galjoen
Voortstuwing en vermogen zeilen
Bemanning +/- 600 man
Bewapening 62 kanonnen
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De San José, was een Spaans galjoenschip uit de zilvervloot, gekelderd voor Cartagena tijdens de Wager’s Action. Op 8 juni 1708 werd de San José in een woeste zeeslag met Britse schepen tijdens de Spaanse Successieoorlog tot zinken gebracht. Het schip verdween voor de kust van Colombia, en de fabelachtige lading goud, zilver en smaragden ging verloren. Drie eeuwen later is de 'heilige graal van de scheepswrakken' gevonden.

De San José was een indrukwekkend handelsschip. Een Spaans galjoen met drie masten, 62 kanonnen en zo’n 600 man aan boord. Het had handelsgoederen naar het Caraïbische gebied gebracht en was op de terugweg met een schat aan rijkdommen voor de Spaanse kroon, toen de Britten toesloegen. Het is niet helemaal duidelijk wat er precies gebeurde, maar bekend is dat de San José midden in de nacht in een mum van tijd zonk, zonder tijd om iets van de waardevolle schatten te redden. Alleen een handvol manschappen overleefde.

Nadat het meer dan drie eeuwen op de bodem van de zee had gelegen, werd het wrak op 27 november 2015 gevonden door een internationaal team van wetenschappers en ingenieurs. Het schip bleek zich ergens voor de kust van Cartagena in Colombia te bevinden, op meer dan 600 meter diepte. Drijvende kracht achter de ontdekking was Roger Dooley, een archeoloog van Maritime Archaeology Consultants (MAC). Hij doorzocht meer dan 33 jaar meerdere archieven om alles te weten te komen over de San José: van zijn bouw tot zijn laatste reis.

Zoektocht[bewerken]

De plaats waar het schip uiteindelijk zonk werd lang beschouwd als een van de grootste maritieme mysteries. Met de hulp van een door Dooley ontdekte kaart uit 1729 slaagde hij er echter in om de laatste route van de San José te reconstrueren. Op basis daarvan werd een gebied afgebakend waarin het wrak zich moest bevinden en nadat er toestemming was gegeven door het Colombiaanse ministerie van cultuur, kon de zoektocht beginnen.

Met een speciale duikboot, de REMUS 6000, daalde het onderzoekteam af tot 9 meter boven het wrak en namen daar foto’s. Daarop zijn onder meer gravures van dolfijnen te zien op de kanonnen, iets waarmee de definitieve identificatie van het schip gebeurde. Het wrak was bedekt met sediment, maar op de beelden die de camera maakte op grotere diepte konden er toch nieuwe details ontdekt worden.

Titanic[bewerken]

Het was niet de eerste keer dat de REMUS 6000 liet zien wat de duikboot kon doen. De duikboot die langdurige missies kan uitvoeren in uitgestrekte gebieden slaagde er ook al in om het wrak te helpen vinden van een vliegtuig van Air France. Het toestel stortte in 2009 neer in zee, op enkele honderden kilometers voor de kust van Brazilië. REMUS maakte ook foto’s en een kaart van de Titanic tijdens een missie in 2010.

Schat[bewerken]

De schat, die aan boord was van het schip, werd de inzet van een juridische strijd tussen verschillende landen en private bedrijven. De schat zou omgerekend dan ook ongeveer 14 miljard euro waard zijn. Het wrak is ook belangrijk omwille van zijn culturele en historische waarde. De artefacten aan boord kunnen immers een licht werpen op het economische, sociale en politieke klimaat in Europa in de vroege achttiende eeuw.

Unesco[bewerken]

In mei 2018 riep de Unesco Colombia nog op om het wrak niet meteen commercieel te exploiteren. Colombia maakte intussen plannen bekend om een museum en een state of the art conservatielaboratorium te bouwen om de resten van het schip te bewaren en tentoon te stellen. De schat ligt vooralsnog op de bodem van de zee en de exacte locatie blijft geheim.[2]