Schilddak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Principe schilddak

Een schilddak of schildkap is een daktype dat wordt gevormd door twee driehoekige schilden of dakvlakken aan de korte kant en twee trapeziumvormige schilden aan de lange kant van het gebouw.

Het schilddak werd voor het eerst in de jaren 30 op grote schaal toegepast. Het is een aangepast zadeldak. Door aan de korte kanten van het gebouw dakschilden aan te brengen ontstaat deze dakvorm. Door ruime overstekken, waarin meestal de dakgoot is opgenomen, te gebruiken kunnen "natte" muren voorkomen worden.

Het schilddak is een voorbeeld van een "noordboomdak". De noordboom of nok is de plaats waar twee dakschilden elkaar aan de bovenzijde snijden. Meestal hebben de vier dakvlakken dezelfde helling. Soms worden de uiteinden van een schilddak versierd met een piron.

Voordelen[bewerken]

Een schilddak heeft een aerodynamische vorm: van alle daktypes is het schilddak samen met het tentdak het beste bestand tegen windstoten en wordt daarom veelvuldig in het buitengebied toegepast. Een ander kenmerk is de rondom doorlopende dakgoot. Het traditionele zadeldak biedt op zolder meer ruimte, maar door variaties in schuinte kan dit verschil beperkt worden of vergroot worden.