Simon Dasberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Simon Dasberg (Dordrecht, 13 november 1902 - Bergen-Belsen, 24 februari 1945) was een Nederlandse opperrabbijn.[1]

Leven en werk[bewerken]

Dasberg was een zoon van rabbijn Samuel Dasberg en Dina de Vries. Hij trouwde in 1929 met Isabella Franck (1906-1945), uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren.

Hij bezocht het gymnasium in zijn geboorteplaats en trok naar Amsterdam waar hij, daartoe voorbereid door jarenlange studie bij zijn vader, toegelaten werd aan het Nederlands Israëlietisch Seminarium, onder rector Ph.J.B. Gobits en diens opvolger Lion Wagenaar. Hij behaalde daarnaast zijn kandidaats in de Semitische talen aan de Universiteit van Amsterdam. In 1927 kreeg hij zijn moré-titel. Hij werd hoofd van de Isr. Godsdienstschool in Amsterdam en was leider van mizrachistische jeugdgroepen.

In 1929 werd Dasberg geïnstalleerd als opperrabbijn van Friesland. Op 20 maart 1932 volgde zijn installatie als opperrabbijn van het resort Groningen. Hij bleef daarnaast ad interim aan in Friesland, tot hij in 1935 werd opgevolgd door Abraham Salomon Levisson.

Dasberg was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de Joodsche Raad. Hij werd in 1942 tot plaatsvervangend opperrabbijn van Amsterdam benoemd. Op 29 september 1943 werd hij met zijn gezin naar kamp Westerbork gedeporteerd en van daaruit op 11 januari 1944 naar Bergen-Belsen. Hij overleed er aan uitputting en een hartaanval.[2]

Voorganger:
S.J.S. Hirsch a.i.
Opperrabbijn van Friesland
1929 - 1932 (1935)
Opvolger:
Abraham Salomon Levisson
Voorganger:
Bernard Davids
Opperrabbijn van Groningen
1932 - 1943
Opvolger:
Aäron Prins