Sint-Geertrui-abdij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Sint-Geertrui abdij in de 17e eeuw (afbeelding uit Chorographia Sacra Brabantiae van Antonius Sanderus - 1659)
Sint-Geertruikerk
Sint-Geertruikerk eind 19de eeuw

De Sint-Geertrui-abdij was een rijke abdij van reguliere kanunniken van Sint-Augustinus in de Halfmaartstraat, nabij de Mechelsestraat in de Belgische stad Leuven.

Deze abdij werd door Hendrik I van Brabant gesticht in 1206. De abdij bezat talrijke landerijen en hoeves. Binnen de Leuvense omwalling bezat ze wijngaarden met een bijhorend, nog steeds bestaand, wijnpershuis. De Sint-Geertruisluis was een van de waterpoorten van Leuven. In de schaduw van de abdij ontstond het Klein Begijnhof, waarschijnlijk als een gemeenschap van werkzusters in de abdij. Zeker is dat het Begijnhof nog tot in de 17e eeuw ook parochiaal afhing van de abdij. Vandaag resten van de abdij nog de kerk en een deel van de kloostergebouwen.

De kerk is bekend als een wonder van Leuven, omdat de toren volledig zonder nagels (d.i., zonder hout, volledig in steen) is opgetrokken. Deze torenspits, ontworpen door Jan van Ruysbroeck, valt op doordat hij helemaal opengewerkt is: men kijkt dwars door het stenen geraamte heen. Op de plaats van een oude vleugel van de abdij verrees na de Eerste Wereldoorlog onder impuls van professor-kanunnik Armand Thiery een vreemd aandoend samenraapsel van gerecycleerde gevels van huizen verwoest tijdens de oorlog.