Sociaal-Economische Raad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gebouw van de SER in Den Haag

De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert de Nederlandse regering en het Nederlandse parlement over de hoofdlijnen van het te voeren sociaaleconomisch beleid. Ook voert de SER taken uit in medebewind, waaronder taken op grond van de Wet op de ondernemingsraden. In de SER werken ondernemers, werknemers en onafhankelijke kroonleden samen.

Samenstelling[bewerken]

De SER is samengesteld uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties en uit zogenoemde kroonleden (door de regering benoemde deskundigen). Omdat er drie partijen (geledingen) in de SER zitten, wordt ook gesproken van een tripartiete samenstelling. De raad telt 33 leden: 11 werkgevers-, 11 werknemers- en 11 kroonleden. Een zittingsperiode van de SER duurt twee jaar.

Naam Geleding Organisatie Opmerkingen
Mariëtte Hamer Kroonlid - Voorzitter
Barbara Baarsma Kroonlid - Hoogleraar aan de UvA
Laura van Geest Kroonlid Centraal Planbureau Directeur CPB
Ferdinand Grapperhaus Kroonlid - Hoogleraar aan de Universiteit van Maastricht
Louise Gunning-Schepers Kroonlid - Hoogleraar aan de UvA
Ed Nijpels Kroonlid - Voormalig minister
Mirjam van Praag Kroonlid - Hoogleraar Copenhagen Business School
Paul Schnabel Kroonlid - Voormalig directeur Sociaal en Cultureel Planbureau
Leo Stevens Kroonlid - Hoogleraar Erasmus Universiteit
Job Swank Kroonlid De Nederlandsche Bank Directielid DNB
Romke van der Veen Kroonlid - Hoogleraar Erasmus Universiteit
Hans de Boer Werkgeverslid VNO-NCW Plaatsvervangend voorzitter
Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink Werkgeverslid VNO-NCW
Bertho Eckhardt Werkgeverslid VNO-NCW
Jan van Hoek Werkgeverslid VNO-NCW
Hans Rijnierse Werkgeverslid VNO-NCW
Jan van Tuinen Werkgeverslid VNO-NCW
Richard Weurding Werkgeverslid VNO-NCW
Patricia Hoogstraaten Werkgeverslid MKB-Nederland
Ger Hukker Werkgeverslid MKB-Nederland
Michaël van Straalen Werkgeverslid MKB-Nederland
Albert-Jan Maat Werkgeverslid LTO-Nederland
Edwin Bouwers Werknemerslid FNV
Corrie van Brenk Werknemerslid FNV
Robbert Coenmans Werknemerslid FNV
Ellen Dekkers Werknemerslid FNV
Leo Hartveld Werknemerslid FNV
Ton Heerts Werknemerslid FNV Plaatsvervangend voorzitter
Catelene Passchier Werknemerslid FNV
Martin Spanjers Werknemerslid FNV
Maurice Limmen Werknemerslid CNV
Arend van Wijngaarden Werknemerslid CNV
Reginald Visser Werknemerslid VCP

Advisering van regering en parlement[bewerken]

De meest in het oog vallende taak van de SER is de advisering van regering en parlement over het te voeren sociaaleconomisch beleid. Bij sociaaleconomische vraagstukken wegen de adviezen van de SER zwaar, zeker wanneer de verschillende geledingen (werkgevers, werknemers, kroonleden) een eensluidend advies uitbrengen.

In een van zijn eerste adviezen zette de SER de doelstellingen voor het sociaaleconomisch beleid op een rij. Voor een goed werkende overlegeconomie is eensgezindheid hierover heel belangrijk. De gezamenlijke uitgangspunten helpen om tot overeenstemming te komen over meer concrete keuzes in het sociaaleconomisch beleid. De drie doelstellingen van de SER zijn:

  • een evenwichtige economische groei, passend binnen het streven naar duurzame ontwikkeling;
  • een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie;
  • een redelijke inkomensverdeling.

Gemiddeld genomen duurt het ongeveer 6 maanden voordat een SER-advies is afgerond.

Toezicht op product- en bedrijfschappen[bewerken]

Tot 1 januari 2015 hield de SER toezicht op de product- en bedrijfschappen. Product- en bedrijfschappen, ook wel bedrijfslichamen genoemd, waren publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van ondernemers en werknemers, die activiteiten ontplooien ten behoeve van een hele sector. Activiteiten van schappen konden bijvoorbeeld betrekking hebben op het voorkomen van plant- en dierziekten, het bevorderen van de innovatie in een branche of het verbeteren van arbeidsomstandigheden. Bedrijfslichamen werden, na advies van de SER, op basis van een algemene maatregel van bestuur ingesteld.[1].

Na een jarenlange discussie heeft het kabinet-Rutte II in zijn regeerakkoord uit 2012 het besluit genomen dat de schappen zouden moeten worden opgeheven. Met ingang van 1 januari 2015 is dit wettelijk geregeld.

Geschiedenis[bewerken]

Bijeenkomst van de SER over de representativiteit der hog ambtenaren, 25 September 1959 (foto Anefo)

In het boek Een andere SDAP? geschreven door W. Huygens (N.V. De Arbeiderspers, Amsterdam, 1934) wordt voor het eerst geschreven over "De Centraal Economiese Raad" (C.E.R.) met kroonleden, afgevaardigden van bedrijven en afgevaardigden van bedrijfsraden. In dit boek krijgt de C.E.R. met verantwoordingsplicht aan Regering en Parlement en indirect naar onderen naar de bedrijfschappen, het karakter van een uitvoerend regeringsorgaan. Er is dus een langere ontstaansgeschiedenis voorafgaande aan de vorming van de uiteindelijke SER. De SER is in 1950 als gevolg van het aanvaarden van de Wet op de Bedrijfsorganisatie opgericht.[2] Dat was na een lange periode van discussie over de sociale en economische orde in Nederland. Het ging vooral over de rol die de overheid en maatschappelijke organisaties daarin moesten spelen. Het was de tijd van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. De grote economische crisis van de jaren dertig lag nog vers in het geheugen. Algemeen vond men dat de overheid zich meer moest gaan bemoeien met economische groei, werkgelegenheid en sociale zekerheid. Maar de overheid kon die zware taak alleen waarmaken door het bedrijfsleven (ondernemers en werknemers) blijvend bij het oplossen van deze vraagstukken te betrekken.

Dat gebeurde onder andere door de adviezen die de regering sinds de oprichting in 1950 aan de SER vroeg. Sinds 1 januari 1997 mogen de Eerste en de Tweede Kamer de SER ook advies vragen. De eerste adviesaanvraag van het parlement (in dit geval de Tweede Kamer) ging over onvolledige AOW-opbouw en dateert van december 1999.

Overheidsorgaan?[bewerken]

De SER is formeel geen overheidsorgaan maar wordt wel getypeerd als semioverheid. De SER wordt gefinancierd door het gehele bedrijfsleven uit het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf). Het kabinet stelt jaarlijks de hoogte van de premies vast die werkgevers dienen af te dragen aan het AWf. Tot en met 2012 werd de SER betaald uit een heffing die alle ondernemingen in Nederland jaarlijks betaalden aan de kamers van koophandel. Deze financieringswijze kwam voort uit de visie dat ondernemingen een samenwerkingsvorm zijn van werkgevers en werknemers. De hoogte van de heffing was afhankelijk van de ondernemingsvorm en de grootte van de onderneming. Met de omvorming van de Kamers van Koophandel tot Ondernemingspleinen is de heffing komen te vervallen.

Het budget van de SER bedraagt circa €15 miljoen per jaar. Dit bedrag is exclusief de Kamers van Koophandel, de productschappen en de bedrijfschappen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]