South Sea Company

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De South Sea Company werd in 1711 opgericht door Robert Harley. Deze zag zich geplaatst voor de aflossing van ten behoeve van de marine gemaakte schulden. Sceptici vreesden dat het bankroet van Engeland alsnog voor de deur stond, maar Harley vond een oplossing. Deze oplossing leek even ingenieus als onschuldig, maar zou grote gevolgen hebben. Aan de schuldeisers werd aangeboden hun obligaties om te wisselen voor aandelen in een speciaal op te richten compagnie, waarvan de volledige naam zou luiden: The Governer and Company of Merchants of Great Britain Trading to the South Sea's and other parts of America and for encouraging the Fishery.[1]

Onder leiding van dertig directeuren zou slavenhandel bedreven worden. De directie huurde een kostbaar pand in de Londense City en vergaderde constant. Het gehele kapitaal bestond uit schulden, die waren ingeruild voor aandelen. Het duurde twee jaar voordat de converteringsoperatie voltooid was en het predicaat "in oprichting" geschrapt kon worden.

In 1713, na de Vrede van Utrecht, verkregen de Engelsen het Asiento, het recht slaven van Afrika voor de plantages in de Spaanse kolonies aan te voeren. Mocht er winst gemaakt worden dan was een kwart voor de Spaanse koning. In 1716 stegen de koersen tot 100%. In 1719 bood John Blunt de regering aan de gehele staatsschuld, inclusief bij de Bank of England en de East India Company ondergebrachte schulden, om te wisselen voor South Sea-aandelen.[2] Het parlement aarzelde.

In 1720 heerste in Londen een complete gekte rond de aandelen in de South Sea Company. Onder de speculanten bevonden zich vele parlementsleden. Er werden voor 2.000.000 pond aandelen op de markt gebracht tegen een koers van 300. In enkele uren was deze emissie volgetekend. In het voorjaar van 1720 werden in Londen 190 vennootschappen opgericht,[3] waaronder de Royal Academy of Music door G.F. Händel.

Aan Sir Isaac Newton werd gevraagd wat hij ervan dacht. Ik kan de bewegingen van hemellichamen berekenen, maar van de markt begrijp ik niets, zo moet hij geantwoord hebben. Een waar woord. Newton verkocht zijn aandelen aanvankelijk met dikke winst voor 7.000 pond. Vervolgens kocht hij net voor het hoogtepunt voor 20.000 pond opnieuw aandelen. Voor dat bedrag ging hij met vele andere beleggers het schip in.[4]

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Slechte, C.H. (1982), p. 16-17
  2. Slechte, C.H. (1982), p. 35
  3. Slechte, C.H. (1982), p. 37
  4. http://www.nl.capgemini.com/resources/columns/goudkoorts/

Bron[bewerken]

  • Slechte, C.H. (1982) 'Een noodlottig jaar voor veel zotte en wijze’. De Rotterdamse windhandel van 1720. Nijhoffs historische monografieën.