Naar inhoud springen

Staandehouding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dit is een oude versie van deze pagina, bewerkt door Look Sharp! (overleg | bijdragen) op 17 jan 2020 om 11:16. (Wijzigingen door 212.178.155.203 (Overleg) hersteld tot de laatste versie door Natuur12)
Deze versie kan sterk verschillen van de huidige versie van deze pagina.

Staandehouding is de minst beperkende handeling die een opsporingsambtenaar kan uitvoeren.

Bij een staandehouding wordt de verdachte kort ter plaatse gehouden. Hierbij vraagt de opsporingsambtenaar om de identiteitsgegevens zoals NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats, etc.) van de verdachte om bijvoorbeeld een proces-verbaal te kunnen opmaken (art. 52 Wetboek van Strafvordering). Deze bevoegdheid geldt alleen ten aanzien van een verdachte. Dat is volgens art. 27 Wetboek van Strafvordering iemand "te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit". Dit dient objectiveerbaar te zijn. Een onguur uiterlijk kan geen "redelijk vermoeden" opleveren. Sinds de Wet op de Identificatieplicht kan iemand zijn naam niet meer verborgen houden, maar het opgeven van een adres mag nog steeds geweigerd worden.

De staandehouding kan ook buiten heterdaad plaatshebben. Op deze manier kan de opsporingsambtenaar de verdachte bekeuren voor een overtreding die eerder werd begaan.