Staartletter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een staartletter is een letter waarvan een gedeelte een stok vormt die onder de zetlijn uitsteekt.

Onderkastletters worden ingedeeld in:

  • letters met dezelfde hoogte als de x: de x-hoogte
    • a c e i m n o r s u v w x z
  • stokletters, die boven de x-uitsteken:
    • b d f h k l t
    • ſ + (s of z) = ß
  • staartletters:
    • g j p q ij y f ſ

Staartletters zijn daarentegen de letters g, j, p, q, ij, y en de cursieve letters f en ſ (lange-s). Zij hebben een staart: een onder de zetlijn uitstekend gedeelte. Dit geldt doorgaans alleen voor de kleine letters. De overeenkomstige hoofdletters zijn niet hoger dan andere hoofdletters.

Afhankelijk van het lettertype zijn er meer of minder cursieve staartletters; de cursieve z van Monotype Garamond series 156 en 174 is een voorbeeld. Ook zijn er lettertypen waarbij bijvoorbeeld de kapitalen C, G, J en Q niet op de zetlijn staan, maar eronder eindigen. Vooral bij cursieve "swash"-kapitalen komt dit voor.

De tegenhanger van staartletters zijn stokletters; soms wordt de term "staartletter" overigens voor beide typen gebruikt: zowel voor "stokletter" als voor "staartletter" in engere zin.

Bij een lettertype als Times New Roman is lengte van de staartletters tot een absoluut minimum teruggebracht. Op die manier kon er veel meer tekst op een krantenpagina zonder dat dit veel invloed had op de leesbaarheid van de regels. De bovenste helft van een letter is veel belangrijker voor het herkennen van letters dan de onderste helft.

Voor meer luxe drukwerk waren er bij Monotype ook matrijzen voor "long descenders" verkrijgbaar. Deze verlengde staartletters geven aan een lettertype prompt een heel ander uiterlijk: tussen de regels is er meer wit of interlinie, en daardoor ook verandert de "kleur" van de pagina.

Cursieve f, ſ, þ[bewerken]

f[bewerken]

Een cursieve letter moet worden onderscheiden van een schuine letter (italiek of oblique). Bij vele lettertypen, met name bij lettertypen die op de computer worden gebruikt, wordt de schuine letter simpelweg gemaakt door scheefstelling van de romein (de rechtopstaande). Een cursieve letter is wezenlijk anders: in dit lopende schrift wijkt niet alleen de richting, maar ook de vorm af van de romein.

Er zijn evenwel lettertype uit het "loden tijdperk" bekend waarbij de cursief een schuingezette romein is: de cursief van de Romulus van Jan van Krimpen is daarvan een voorbeeld.

Het lettertype Arial bijvoorbeeld kent slechts een schuine f; het lettertype Times New Roman heeft een set van werkelijk cursieve tekens, waaronder de f.

De cursieve f is daarmee het enige teken in ons alfabet dat zowel staart- als stokletter is.

þ[bewerken]

In historische alfabetten komt nog wel de thorn voor: het teken þ, dat eveneens stok- én staartletter is.

Zie ook[bewerken]