Steenkoolmijn van Winterslag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Steenkoolmijn van Winterslag was een van de zeven mijnen van het Kempens steenkoolbekken.

Geschiedenis[bewerken]

De vroegere steenkoolmijn van Winterslag
De oudste schachtbok
De driepotige schachtbok uit 1963, ter vervanging van een exemplaar uit 1915
De terril

De concessie tot uitbating van steenkool werd op 3 november 1906 verleend met als concessienaam Genck-Sutendael, 3800 hectare groot. Na een aantal wijzigingen werd in 1912 de uitbatingsmaatschappij Société anonyme Charbonnages de Winterslag opgericht. Belangrijkste aandeelhouder was een steenkoolmijn uit Frankrijk van eigenaar Evence Coppée. Vanaf 1912 kreeg de Franse groep Schneider veertig procent in handen, de rest van de aandelen kwam in het bezit van de Belgische groep Coppée.

Deze Kempense mijnzetel was gevestigd in stadsdeel Winterslag van de Belgische gemeente Genk. Het was de mijn die in 1917 en daarmee als eerste begon met steenkoolproductie in Belgisch Limburg. Al voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had men hier steenkool aangetroffen. De Duitse bezetter stond de uitbaters toe de mijn verder uit te bouwen.

Op de mijnsite staan nog steeds een aantal gebouwen die verwijzen naar het mijnverleden met onder meer de oudste en de meest recent gebouwde schachtbok in Limburg.

De mijn haalde in 1967 nog een jaarproductie van 1.635.514 ton. De totale mijnproductie bedroeg 66.593.000 ton. In 1953 was de tewerkstelling maximaal met 6250 mijnwerkers. De ondergrondse verdiepingen lagen op 600, 660, 735 en 850 m.

In 1988 sloot de steenkoolmijn definitief.

De mijnterril, 163 m hoog, is omgevormd tot wandelgebied.

Het imago van de mijn[bewerken]

Winterslag had een slechte reputatie op het gebied van veiligheid. Het treinvervoer (berlines die door lieren opgetrokken werden) maakte veel slachtoffers. Door de inspanningen van directeur-gerant Alexandere Dufrasne groeide Winterslag na de Tweede Wereldoorlog uit tot een van de veiligste mijnen. De tuinwijk, aangelegd door architect Adrien Blomme, naar zijn plan uit 1912, werd al snel in heel België bekend.

Winterslag als dorp en parochie[bewerken]

De steenkoolmijnen kregen veel kritiek van de katholieken. Om hun imago op te poetsen investeerden de uitbatingsfirma's in grote kerken, de zogenaamde mijnkathedralen. De Heilig-Hartkerk van Winterslag uit 1925 van architect Adrien Blomme is opgetrokken in natuursteen.

Nieuwe toekomst[bewerken]

C-Mine is een project dat op de terreinen van de mijn werd opgestart.