Steenspil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maalkoppel. 1=steenrondsel, 2=kaar, 3=steenspil, 4=loper, 5=ligger, 6=steenzoldervloer, 7=gedeelte licht, 8=meelpijp
Houten steenspil met een tap- en klauwijzer
Pasmerk op molensteen en steenspil tegenover elkaar

De steenspil, onder de grote rivieren staakijzer genoemd, is een onderdeel van een koppel maalstenen en kan bestaan uit een doorlopende, ijzeren as, het staakijzer, met houten bekleding of uit hout met een tap- en klauwijzer. Bovenaan de steenspil zit het rondsel, dat door het spoorwiel van de molen wordt aangedreven. De tap van de steenspil is met twee neuten gelagerd in de ijzerbalk. De neuten zijn meestal van pokhout, maar ook komt het voor dat de drukneut van brons is. De spil zorgt ervoor dat de loper (bovenste molensteen), die op de rijn ligt, wordt rondgedraaid en drijft eveneens de schuddebak (toevoerapparaat voor het maalgoed) aan.

De steenspil met doorlopende ijzeren as bestaat uit:

  • het tapeinde
  • hout met ijzeren banden
  • het staak- of klauwijzer
  • de klauw, die in de rijn grijpt
  • (vaak) klapspanen, twee of vier houten latjes voor het bewegen van de schuddebak, van waaruit het graan tussen de stenen, in het kropgat, geschud wordt.

Bolspil of spil[bewerken]

De bolspil bestaat uit:

  • nok voor de rijn
  • hals
  • steel
  • taats (los of vast), waarmee de spil in een taatspot rust

De bolspil rust in een taastpot op het kussen dat op de pasbalk is vastgewigt.

De bolspil draait in de steenbus, ook wel buslager of neutenbus genoemd, die vastgezet is in de ligger. De vroegere steenbus was van vuren- of iepenhout met drie pokhouten neuten. Een van de neuten is met een lange hardhouten wig vanaf de onderzijde aan te wiggen. Dit was nodig omdat door slijtage van de hals van de bolspil en/of de neuten ruimte ontstaat, die weer opgevuld moet worden. Een nadeel is dat door het aanwiggen de bolspil scheefgedrukt wordt. De houten steenbus is soms voorzien van een vetpot. De houten steenbus wordt aan de bovenkant afgedicht met een in schapen- of multipurposevet gedrenkte wollen kous waarvan de voet is afgeknipt en die strak om de hals van de bolspil zit.

Later zijn er driekantige, zeskantige en ronde, ijzeren steenbussen gekomen, die met een staufferpot of smeernippel zijn uitgerust. Aan de onderzijde zitten trekbouten aan de stelwiggen, waarmee de pokhouten neuten afgesteld worden.

Bolspil met taatspot