Stoom- en gascentrale

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Werking van een STEG-centrale.

Een stoom- en gascentrale of afgekort STEG-centrale is een elektriciteitscentrale waarbij twee turbines worden aangedreven. De eerste turbine is een gasturbine en wordt aangedreven door het verbranden van aardgas of door vergassing van steenkool en/of biomassa. De tweede turbine, de stoomturbine, wordt aangedreven door stoom die wordt verhit door de warmte van de gassen van de gasturbine. Vaak zitten de gas- en stoomturbine op dezelfde as en drijven ze dezelfde generator aan. Men spreekt dan vaak van een singleshaftconfiguratie. De stoomturbine levert vaak middels een synchronous self-shifting koppeling zijn vermogen aan de generator. Bij een multishaftconfiguratie hebben de gasturbine(s) en de stoomturbine(s) ieder een eigen generator. Het rendement van de modernste STEG-centrale bedraagt 60,65%[1].

In STEG-installaties waar tijdens het stookseizoen ook de restwarmte wordt benut door deze via warmtedistributie te gebruiken voor stadsverwarming, de verwarming van kassen en dergelijke, kan door deze warmte-krachtkoppelingen het rendement worden verhoogd tot boven de 80%. Ter vergelijking: een kolencentrale zonder kolenvergassing en warmtekrachtkoppeling haalt een rendement van omstreeks 40%. Bij een kerncentrale, waar de STEG-techniek niet mogelijk is, is het rendement met ca 25% nog lager. Dit heeft tot gevolg dat een kerncentrale noodgedwongen een grote hoeveelheid warmte via het koelwater in het milieu loost. Een generator aangedreven door een dieselmotor heeft een rendement van ca 35%, zo'n kleine installatie kan ook voorzien zijn van een warmtekrachtkoppeling die in de industrie vaak het gehele jaar benut kan worden.

De meeste nieuwe elektriciteitscentrales die nu in West-Europa gebouwd worden, zijn STEG-centrales. Daarvoor zijn er behalve het rendement nog andere redenen. Kerncentrales liggen politiek gevoelig omdat het afvalprobleem niet is opgelost. Kolencentrales lozen meer rookgassen met koolstofdioxide, zwaveloxide, koolwaterstoffen en fijnstof. Er zijn technieken om dat te beperken, maar die vergen kostbare investeringen en het gebruik van chemicaliën. Een kolencentrale produceert ook meer as, waaronder vliegas. Het voordeel van een STEG-centrale is ook dat soepeler ingespeeld kan worden op de vraag naar piekstroom.

Van aardgas is de bekende ontginbare voorraad nog maar voor enkele decennia toereikend. STEG-centrales die draaien op vergassing van steenkool en/of biomassa zijn een recente ontwikkeling.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties