Warmtedistributie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Stadsverwarmingsleidingen in Tübingen (D); De leidingen voor aanvoer en terugvoer liggen naast elkaar. Elke leiding bestaat uit een buitenste en een binnenste buis. Het heet water stroomt door de binnenste buis. Tussen de binnenste buis en de buitenste buis zit isolatie.

Warmtedistributie is een verwarmingssysteem, waarbij de woningen worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen.

Warmtedistributie voor (een groot deel van) een stad wordt stadsverwarming genoemd. Tegenwoordig is ook de term stadswarmte gangbaar.

Techniek[bewerken]

In veel gevallen maakt warmtedistributie gebruik van aftapwarmte van elektriciteitscentrales, ook wel warmte-krachtkoppeling genoemd, maar ook geothermie en de warmte van afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) wordt gebruikt. Elektriciteitscentrales hebben een rendement van tussen de 35 en 60%, en de rest van de energie wordt via koelwater of koeltorens aan de omgeving afgegeven. Bij het gebruik van restwarmte van elektriciteitscentrales voor warmtedistributie wordt de hoeveelheid gegenereerde elektriciteit wel iets kleiner, maar deze afname is veel minder dan de hoeveelheid warmte die gebruikt kan worden. Elke 10 gigajoule aan warmte die wordt afgetapt leidt typisch tot een vermindering van 1 gigajoule aan geproduceerde elektriciteit. Het gebruiken van warmte-kracht koppeling geeft daardoor een grote besparing ten opzichte van het apart opwekken van elektriciteit en warmte.

Nieuwe ontwikkelingen zijn gebruik van biomassa, warmtepompen en zonnecollectoren. Door het schaalvoordeel (een grote warmtebron in plaats van vele cv-ketels) is warmtedistributie meestal brandstofbesparend. Om de prijs te kunnen berekenen, heeft elk huis een warmtemeter. Het warmteverbruik wordt uitgedrukt in gigajoules. 1 gigajoule warmte komt ongeveer overeen met het verstoken van ruim 30 kubieke meter aardgas.

De huizen in de steden/wijken met deze dubbele warmwaterleiding zijn meestal niet aangesloten op het aardgasnet. Het leidingwater wordt vaak met behulp van een warmtewisselaar door de warmtedistributie verwarmd. In sommige gevallen wordt het warme tapwater bij het verdeelstation geproduceerd. Deze woningen hebben dus een aparte leiding voor warm kraanwater.

Bij oudere netwerken bedraagt de ingangstemperatuur 90°C en de uitgangstemperatuur 70°C. Bij nieuwe warmtenetten is de ingangstemperatuur uit milieuoverwegingen verlaagd naar 70°C. De uitgangstemperatuur bedraagt dan ongeveer 40°C. De transporttemperatuur in het hoofdnet ligt meestal tussen de 110 en 130 graden (stoomnet). In de wijkcentrales wordt de temperatuur afhankelijk van de buitentemperatuur geregeld naar de 90-70 voor de huizen.

In Oost-Europa en Scandinavië komt warmtedistributie veel voor. Veel dorpen in Denemarken hebben een kleine elektriciteitscentrale waarbij de restwarmte wordt gebruikt om de huizen te verwarmen (warmte-krachtkoppeling). In Nederland is warmtedistributie in de jaren zeventig en tachtig op gang gekomen.

Nederland[bewerken]

In 2000 hadden 212.000 huishoudens een aansluiting op een warmtedistributienet. In 2004 wordt het aantal op 250.000 geschat. Jaarlijks komen er circa achtduizend aansluitingen bij. In april 2011 zijn er ongeveer 550.000 huishoudens aangesloten op stads- of blokverwarming. De eerste stad in Nederland met stadsverwarming was Utrecht in 1923.[1]

Bij de vaststelling van de warmtetarieven in Nederland wordt in beginsel het 'NMDA'-principe (NMDA: Niet Meer Dan Anders) aangehouden. EnergieNed, het verbond van Nederlandse energiebedrijven, stelt jaarlijks een adviestarief vast op basis van verbruikscijfers bij referentiewoningen. Bij projecten die gesubsidieerd worden door het rijk, ziet Agentschap NL toe op de warmtetarieven. Bij veel projecten zijn bewoners van mening dat zij te veel betalen voor hun warmte. Door het CDA is het initiatief genomen tot een warmtewet, die zal leiden tot het op basis van kostprijs vaststellen van warmtetarieven per project. Om de klanten te beschermen is er bovendien een maximumtarief, dat ervoor zorgt dat men maximaal dezelfde kosten heeft als bij aardgas. Deze Warmtewet is in juli 2008 aangenomen door de Tweede Kamer, en werd op 10 februari 2009 zonder stemming door de Eerste Kamer aangenomen. De Warmtewet trad in werking op 1 januari 2014.[2]

In Nederland wordt warmtelevering, op papier, veel hoger gewaardeerd dan aardgas waardoor de huizen in de berekeningen sneller voldoen aan de gestelde EPC-norm en de bouwer dus minder hoeft te isoleren. Dat dit het milieuvoordeel tenietdoet en de aangesloten gebruiker tot 30% meer warmte gebruikt moeten de gebruikers voor lief nemen; dit wordt niet meegenomen in het NMDA-tarief.[3]

In de Warmtewet is opgenomen dat benutting van overtollige warmte van centrales en industrie zal worden hergebruikt waar dat mogelijk is.

Steden met stadsverwarming[bewerken]

stad - wijk/stadsdeel

Al of niet verplichte stadsverwarming voor huurders[bewerken]

Als een huurwoning een aansluiting heeft op stadsverwarming kan het huurcontract bepalen dat de huurder verplicht is op zijn minst de vaste kosten die de stadsverwarmingsleverancier in rekening brengt te betalen, ook als de huurder geen warmte wenst af te nemen en bijvoorbeeld de voorkeur geeft aan elektrische verwarming.[6] Zie ook onder.

België[bewerken]

Vlaams Gewest[bewerken]

  • In Aalst lag een warmtenet op stoom gevoed vanuit een elektriciteitscentrale. Bij sluiting van de elektriciteitscentrale in 2004 werden alle klanten opgezegd. Het warmtenet is in 2008 overgeschakeld op warm water opgewekt met vier ketels van elk 500 kW op aardgas en bedreven door Veolia.[7]
  • In Antwerpen wordt de nieuwe wijk Nieuw Zuid (Antwerpen)[8] verwarmd worden met een warmtenet.
  • In Brugge ligt een warmtenet van 11 km buizen van 250 mm diameter met heet water van 120°C op een druk van 8 bar. Het net wordt vooral gevoed vanuit de afvalverbrandingsinstallatie IVBO. De belangrijkste klant van het net is AZ Sint-Jan, dat 70% van de warmte afneemt. In de zomer gebruiken die de warmte om met absorptiekoeling koude op te wekken.[9]
  • In Gent ligt een warmtenet van 22 km met heet water van 130°C gevoed vanuit de elektriciteitscentrale van EDF Luminus.[10] Nog in Gent ligt een net van 8 km op stoom tussen de afvalverbrandingsinstallatie IVAGO en het Universitair Ziekenhuis Gent.[11]
  • In Roeselare ligt een warmtenet van 7 km met heet water van 110°C op een druk van 3 bar en gevoed vanuit de afvalverbrandingsinstallatie MIROM. Overschot in de zomer zet MIROM om naar elektriciteit met een organische rankinecyclus.[12]

Waals Gewest[bewerken]

In Louvain-la-Neuve beheert de Université catholique de Louvain een warmtenet van 4 km op heet water gevoed vanuit een warmtekrachtkoppeling.[13] Ook op de campus Sart-Tilman van de Universiteit van Luik ligt een warmtenet.

In Saint-Ghislain ligt een warmtenet van 6 km heet water van 72°C op basis van aardwarmte.[14]

Voor- en nadelen[bewerken]

Het belangrijkste voordeel van warmtedistributie is dat door het gebruik van warmte-krachtkoppelingen een hoop energie bespaard kan worden. Een ander voordeel is dat bij gebruik van een warmtedistributienetwerk er makkelijker van energiebron veranderd kan worden dan wanneer elk huis of gebouw zijn eigen warmtevoorziening heeft. Bij een warmtedistributienetwerk hoeft alleen de centrale aangepast te worden, de warmteafnemers merken geen verschil. Dit kan voordelen bieden voor de milieuvriendelijkheid en voor de leveringszekerheid. Ook kunnen er verschillende leveranciers op hetzelfde netwerk zijn aangesloten waarbij de op dat moment efficiëntste leverancier de warmte levert.

Belangrijke nadelen zijn de hoge investeringskosten voor het netwerk wat enkel door de op dat net aangesloten gebruikers moet worden verdeeld, en het enorme verlies van warmte op het distributienet tot soms wel 40-45% op hogetemperatuur warmtenetten. Warmteverliezen zijn recht evenredig met het temperatuurverschil tussen het distributienet en de omgeving, dus lage temperatuur warmtedistributie beperkt deze verliezen behoorlijk.

Monopolie[bewerken]

Afnemers die gebruik maken van warmte van een distributienetwerk kunnen geen andere warmteleverancier kiezen (zie ook boven), en de warmteleverancier heeft dus een monopoliepositie. In Nederland geldt hiervoor het Niet meer dan anders principe, wat inhoudt dat verwarming via warmtedistributie niet meer mag kosten dan verwarming met een HR CV ketel op aardgas. Dat betekent dat verwarming via warmtedistributie voor huishoudens meestal niet goedkoper is dan traditionele verwarming op aardgas. En het kan ook duurder zijn doordat de wetgeving uitgaat van gemiddelden en doordat huizen met warmtedistributie minder goed geïsoleerd hoeven te worden, waardoor er meer warmte nodig is dan bij vergelijkbare huizen met een CV ketel. Ook is het vastrecht bij warmtedistributie vaak een veel groter deel van de totale kosten dan bij een gasaansluiting, wat het moeilijker maakt om geld te besparen door minder warmte te gebruiken. En warmteleveranciers hebben in het verleden soms torenhoge afsluitkosten in rekening gebracht voor mensen die toch van hun stadsverwarming af wilden.[15]

In andere landen verschilt de regelgeving hier over. In Denemarken komt het veel voor dat de warmtegebruikers ook gezamenlijk de eigenaar zijn van hun warmteleverancier, wat het probleem van de monopoliepositie oplost.

Niet zo milieuvriendelijk als aangegeven[bewerken]

De milieuvriendelijkheid hangt in grote mate af van hoe de warmte wordt opgewekt. Als dit niet efficiënt gebeurt geeft warmtedistributie geen milieuvoordeel. Ook kunnen hoge transportverliezen en het minder isoleren van de afnemers via EPC/EMG bouwrichtlijnen ervoor zorgen dat er minder CO2 bespaard wordt.

Leidingbreuk[bewerken]

Bij oude stadsverwarmingsinstallaties loopt soms het water van de warmtedistributie direct door de radiatoren in de woning. Bij een breuk in de verwarmingsleiding kan er dan heel veel heet water de woning in stromen en veel schade veroorzaken. Tegenwoordig worden verwarmingen van afnemers meestal met een warmtewisselaar op het distributienetwerk aangesloten. De risico's bij een breuk in een verwarmingsleiding zijn dan niet groter dan bij een reguliere CV installatie.

Geen slimme meter[bewerken]

Een slimme meter wordt niet in alle gevallen aangeboden; om privacyredenen kan dit echter ook als voordeel worden opgevat, daar het gebruik van een slimme meter bij elektriciteit en gas dikwijls wordt opgelegd.

Bronnen[bewerken]

Beluister

(info)