Warmtewet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Warmtewet is een Nederlandse wet die op 1 januari 2014 van kracht is geworden. De wet geeft regels omtrent stadsverwarming, blokverwarming en warmte-koude-opslag en is gericht op de levering aan kleinverbruikers zoals consumenten. Bij deze types energielevering is er geen landelijk netwerk, waardoor de afnemer geen keus heeft voor een leverancier.

De Warmtewet geldt voor aansluitingen tot maximaal 100 kilowatt, dat zijn bijna alle huishoudens. Naar schatting ontvangt in 2014 ongeveer 8% van alle Nederlandse huishoudens, namelijk 600.000, warmte via blok- of stadsverwarming. Woningcorporaties krijgen op grond van de warmtewet een rol als energieleverancier.

Achtergrond[bewerken]

De Warmtewet biedt bescherming aan consumenten en bedrijven die gebonden zijn aan lokale warmtenetten, met name tegen een te hoge prijs voor de warmte. Een warmtenet is een lokaal stelsel van leidingen dat warmte transporteert van de bron naar de afnemers. Warmtenetten zijn onderling meestal niet verbonden en hebben een eigen warmtebron.

De bescherming van de kleinverbruikers van warmte is om twee redenen nodig:

  • Warmte is in een koud land als Nederland een basisbehoefte. De overheid zorgt ervoor dat iedereen basisvoorzieningen zoals water, stroom en gas heeft. Ook warmte valt hieronder.
  • De kleinverbruikers van warmte zijn volledig afhankelijk van één warmteleverancier, omdat zij niet kunnen overstappen naar een andere warmteleverancier, of kunnen overstappen op verwarming met aardgas.

Inhoud van de wet[bewerken]

In de wet wordt het volgende geregeld:

  • Landelijke maximumtarieven voor warmte.
  • Wanneer de warmteleverancier een afnemer mag afsluiten.
  • Wanneer een afnemer recht heeft op compensatie bij een storing.
  • Wat er in de overeenkomst tussen de afnemer en de warmteleverancier moet staan.
  • De rechten en plichten van een afnemer bij het meten van het warmteverbruik.
  • De mogelijkheid om een meningsverschil tussen de afnemer en de warmteleverancier aan een geschillencommissie voor te leggen.
  • De verplichting voor de leverancier om een slimme meter ter beschikking te stellen.

De Autoriteit Consument en Markt controleert of de leveranciers van warmte zich aan deze regels houden. Deze organisatie stelt ook de tarieven vast. De maximumprijs voor warmte wordt daarbij gebaseerd op alle kosten die een afnemer zou moeten maken voor het verkrijgen van dezelfde warmte wanneer hij een gasaansluiting zou hebben, het zogenaamde niet meer dan anders-principe. De variabele kosten zijn in 2018 maximaal € 24,05 per GJ (incl. btw).[1]

Wetsgeschiedenis[bewerken]

Op 15 september 2003 hebben enkele leden van de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend.[2] De Tweede Kamer heeft de Warmtewet in juni 2008 aangenomen, de Eerste Kamer in februari 2009. In juli 2011 verscheen een aangepast wetsvoorstel Warmtewet maar ook het warmtebesluit en de warmteregeling. Het aangepaste voorstel werd in februari 2013 door de Tweede Kamer aangenomen, door de Eerste Kamer in juni 2013.[3]

Externe link[bewerken]