Slimme meter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een slimme meter
Voorlichtingsfilm over plaatsing slimme meter

Een slimme meter is een digitale gas- en elektriciteitsmeter die zowel thuis als op afstand kan worden uitgelezen. Deze meter is bedoeld als vervanging van de traditionele analoge kilowattuurmeter.

Betekenis van de naam[bewerken]

Met de term 'slim' wordt bedoeld dat het apparaat op afstand bediend en uitgelezen kan worden en uit zichzelf in staat is om de meterstanden door te geven aan de netbeheerder. Daarnaast bevat het apparaat mogelijkheden waarmee op afstand andere apparatuur bediend kan worden. Zo kan in landen waar dat wettelijk is toegestaan via een signaal de elektriciteit afgesloten worden, bijvoorbeeld bij wanbetaling of bij (dreigende) overbelasting van het net.

Werking[bewerken]

Voor de factuur gebaseerd op het werkelijke verbruik of voor een webapplicatie worden de gegevens door de slimme meter verzonden naar de netbeheerder. Hiervoor registreren de slimme meters het energieverbruik met tussenpozen van 15 minuten voor elektriciteit en van 60 minuten voor gas (en eventueel water en warmte). Gangbare technieken voor communicatie tussen de woning en de netbeheerder zijn GPRS (Mobiele telefonie netwerken) en PLC (Power Line Carrier).

Slimme meter niet verplicht[bewerken]

De gebruiker is niet verplicht om een slimme meter te laten installeren of als slimme meter te gebruiken. Er zijn dan twee mogelijkheden:

  • De gebruiker kan de slimme meter in zijn geheel weigeren. De huidige meter blijft dan behouden, of de gebruiker krijgt van de netbeheerder een vervangende traditionele meter.
  • Na het plaatsen van een slimme meter kan de gebruiker opdracht aan de netbeheerder geven om de meetgegevens niet (meer) op afstand uit te lezen. De netbeheerder is dan verplicht deze functie van de slimme meter uit te zetten. Hierna zal de slimme meter functioneren als een traditionele energiemeter, waarbij dus alleen de meterstand van dat moment weergeven wordt. Als het uitlezen op afstand op een later tijdstip toch door de gebruiker verlangd wordt, mag de netbeheerder voor het weer aanzetten kosten in rekening brengen.

In beide gevallen moet de de gebruiker de meterstanden zelf jaarlijks doorgegeven.

College Bescherming Persoonsgegevens[bewerken]

Na aandringen van de Tweede Kamer heeft minister van der Hoeven op 2 juni 2008 aan het het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) gevraagd een advies uit te brengen over de wetsvoorstellen omtrent de introductie van de slimme meters, en de gevolgen daarvan voor de persoonlijke levenssfeer van de Nederlandse burger.

Dit leidde tot een adviesrapport[1] waarin het CBP zeer kritisch was, met als conclusie dat het wetsvoorstel over de invoering van deze slimme meters op essentiële punten onduidelijk was en op belangrijke onderdelen in strijd was met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het wetsvoorstel gaf bijvoorbeeld niet aan hoe, hoeveel, waar, en waartoe de meetgegevens bewaard zouden worden en ook niet hoe lang. En bovendien werd de netbeheerder verplicht in alle gevallen meetwaarden over het energieverbruik te verzamelen en beschikbaar te stellen aan derden, ongeacht of de burger hiervoor toestemming zou geven of niet.

Ook bleek uit aanvullend onderzoek[2] door de Universiteit van Tilburg, in opdracht van de Consumentenbond, dat de verplichte invoering van slimme meters in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Ook de Eerste Kamer ging wegens redenen als schending van grondrechten en burgerlijke vrijheden, en wegens het zeer dwingende karakter van het wetsvoorstel niet akkoord.[3] Volgens het wetsontwerp zou een persoon die een slimme meter weigerde te laten plaatsen zich schuldig maken aan een economisch delict, en daardoor een celstraf van maximaal zes maanden en een boete tot €17.000 opgelegd kunnen krijgen, waarna de slimme meter alsnog geplaatst zou worden.

Pas op 22 februari 2011 heeft de Eerste Kamer, na diverse aanpassingen te hebben afgedwongen, de door minister Verhagen gewijzigde wetsvoorstellen bekrachtigd.

Het CBP heeft op 28 maart 2012 een Ontwerpbesluit Gedragscode voor de verwerking van persoonsgegevens door regionale netbeheerders gepubliceerd,[4] waarmee regelgeving en toezicht is gekomen op de omgang met de persoons- en meetgegevens die door de netbeheerders gebruikt worden.

De European Data Protection Supervisor (EDPS), de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, heeft op 8 juni 2012 haar opinie gepubliceerd[5][6] over de aanbeveling van de Europese Commissie over de voorbereiding van de daadwerkelijke toepassing van slimme metersystemen.[7]

De EDPS waarschuwt hierin, dat slimme meters mogelijk een serieuze bedreiging voor de privacy en de veiligheid van de burger kunnen vormen, en dat de invoering kan leiden tot het massaal verzamelen van gegevens die informatie geven over het doen en laten van burgers, bijvoorbeeld door hun huishoudelijke apparaten door middel van hun specifieke stroomverbruik te identificeren. [8] De EPDS beveelt daarom de Europese Commissie aan hiertegen wettelijke maatregelen te nemen. Volgens de brancheorganisatie Netbeheer Nederland is dit probleem in Nederland al wettelijk ondervangen.[9]

Maatregelen tegen aantasting van de privacy[bewerken]

Er zijn inmiddels regels opgesteld ter berscherming van de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker van de slimme meter. [10]

Wat mag wel?[bewerken]

Netbeheerders en energieleveranciers mogen meetgegevens alléén in de volgende gevallen gebruiken:

  • één maal per jaar voor de jaarafrekening
  • zes maal per jaar voor de tweemaandelijkse energie-overzichten
  • als de gebruiker verhuist
  • als de gebruiker overstapt naar een andere energieleverancier
  • als de netbeheerder noodzakelijk beheer aan het energienet uitvoert.

Wat mag niet?[bewerken]

  • Het in kaart brengen van het leefpatroon van de gebruiker is niet toegestaan, de slimme meter mag alleen het totale energieverbruik meten.

Wat mag uitsluitend met toestemming van de gebruiker?[bewerken]

  • De netbeheerder en de energieleverancier mogen de meetgegevens alleen vaker uitlezen als de gebruiker daarvoor expliciet toestemming geeft.
  • De netbeheerder en de energieleverancier mogen zonder toestemming van de gebruiker niet onderzoeken welke apparaten er aan de slimme meter gekoppeld zijn en hoe deze gebruikt worden.

Toezicht op de omgang met meetgegevens[bewerken]

De gegevens van de gebruiker die wél zichtbaar zijn voor de netbeheerder en/of energieleverancier, worden op een aantal manieren door de wet- en regelgeving beschermd. Dit wordt door overheidsinstanties bewaakt:

  • de overheid heeft wettelijke eisen aan de beveiliging van de slimme meters gesteld en aan de manier waarop de netbeheerders gegevens verzenden en opslaan
  • energiebedrijven dienen hun netten en het dataverkeer te beschermen
  • het CBP houdt toezicht op hoe de energiebedrijven met persoonlijke gegevens van de gebruiker moeten omgaan, in overeenstemming met de Wet bescherming persoonsgegevens en de Gedragscode voor de verwerking van persoonsgegevens door regionale netbeheerders.
  • de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) controleert hoe de energiebedrijven met klanten en elkaar omgaan bij het verwerken van persoonlijke gegevens van de gebruiker.

Klachten van de gebruiker[bewerken]

De gebruiker kan voor het stellen van vragen of het indienen van klachten over privacy en de plaatsing of de toepassing van de slimme meter terecht bij het Slimme Meter Loket, het informatieloket van de overheid voor consumentenrechten bij ConsuWijzer of de rechtstreeks bij de Energiekamer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Voor- en nadelen van een slimme meter[bewerken]

Voordelen voor de consument[bewerken]

  • Verbruikers kunnen door de slimme meter meer inzicht krijgen in hun energieverbruik. Dit kan leiden tot bewustwording en een lager verbruik. In huis hangt daarvoor een display waarop alle gegevens afleesbaar zijn, maar het is ook mogelijk zelf de meter uit te lezen via een P1-poort/-uitgang. Dit laatste biedt een eigen gedetailleerde inzage zonder dat de netbeheerder toegang heeft tot deze informatie.
  • Door tussentijdse inzage in het verbruik is het mogelijk om de eindafrekening beter in te schatten.
  • De netbeheerder kan besparingstips geven die op de situatie zijn toegesneden.

Voordelen voor de netbeheerder en de energieleverancier[bewerken]

  • Als de meterstanden op afstand kunnen worden uitgelezen, wordt de eindafrekening betrouwbaarder.
  • De netbeheerder kan de voorzieningszekerheid beter waarborgen, door bij calamiteiten op afstand groepen klanten af te sluiten en andere klanten daardoor te vrijwaren van uitval van de elektriciteit.

Voordelen voor zowel de consument als de netbeheerder en de energieleverancier[bewerken]

  • Er is koppeling mogelijk met decentrale opwekkers zoals zonnepanelen en een micro-warmtekrachtkoppeling. Door deze systemen aan te sluiten op de slimme meter (en hier bijvoorbeeld een flexibele tarieven aan te verbinden) ontstaat er gedetailleerder inzicht in de financiële gevolgen van opwekking van de energie door de consument zelf. De huidige generatie 'slimme' meters is hier nog niet toe in staat.
  • Terugdringing van storingen. Oudere meters (vóór DSMR 4.0, Dutch Smart Meter Requirements) communiceren mogelijk via PLC/BPL met de netbeheerder. Sinds versie 4.0 van de DSMR specificatie[11] wordt PLC niet meer gebruikt in slimme meters, en worden uitsluitend GPRS en Ethernet gebruikt voor communicatie met de netbeheerder. PLC staat bekend om de hevige storingen die het regelmatig veroorzaakt bij radiotoepassingen, vooral tussen 2 tot 30 MHz (korte golf), omdat de frequenties van PLC die van de korte golf overlappen en elektriciteitskabels over het algemeen niet afgeschermd zijn en er zeer veel ongewenste harmonischen optreden bij PLC.[12][13][14][15] Vooral radioamateurs ondervinden hier regelmatig hinder van omdat hun ontvangstapparatuur erg gevoelig is. Ook radio-astronomie-, ruimtevaart-, tijdsynchronisatie-, scheepvaart-, luchtvaart-, en defensiediensten maken gebruik van deze frequentieband [16] en ondervinden ook met enige regelmaat hinder van PLC-installaties.[17][18][19]

Nadelen voor de gebruiker[bewerken]

  • De meter verbruikt zelf energie met het verzamelen, opslaan, verzenden en ter beschikking stellen van de meetgegevens. Maar ook de oude een analoge kilowattuurmeter verbruikt zelf een kleine hoeveelheid energie.
  • De meetgegevens kunnen de privacy van de burger schaden.[20]
  • De slimme meter heeft een los telwerk voor teruglevering door decentrale opwekkers, bijvoorbeeld via PV-installaties. De slimme meter saldeert dus niet, zoals een analoge meter die gewoon terug draait. Hierdoor kunnen de energiebedrijven voor levering een ander tarief rekenen dan voor teruglevering, wat voor- of nadelig kan uitpakken voor de afnemer. Bij de regelgeving anno 2014 maakt deze mogelijkheid de opwekker afhankelijk van de keuzes van zijn energiebedrijf.

Nadelen voor de netbeheerder en de energieleverancier[bewerken]

Nadelen voor de netbeheerder en de energieleverancier zijn vooralsnog niet bekend.

Wetten en regelgeving[bewerken]

De “Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie” en “wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt”, dienen om te voldoen aan Europese richtlijnen om efficiënter met energiebronnen om te gaan.

In juli 2008 is het wetsvoorstel "Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt (31374)", met diverse amendementen, aangenomen door de Tweede Kamer.[21] Een onderdeel hiervan was de verplichte plaatsing van de slimme meter bij alle kleinverbruikers (burgers).

Op 7 april 2009 bepaalde de Eerste Kamer dat de invoering van de slimme meter op vrijwillige basis zou dienen te geschieden[22] en ging derhalve niet akkoord met de wetsvoorstellen. De wetsvoorstellen werden niet verworpen maar aangehouden, onder andere zolang er voor een gebruiker de verplichting bestond om de slimme meter te laten plaatsen op straffe van maximaal €17.000 en/of een gevangenisstraf van maximaal 6 maanden. [23]

Minister van der Hoeven (CDA) moest de Eerste Kamer schriftelijk toezeggen dat deze verplichting tot het plaatsen veranderd zou worden in een vrijwillige keuze voor de gebruiker, en dat zij dit via een novelle aan de Tweede Kamer ter stemming zou aanbieden, zodat dit deel definitief uit het wetsontwerp kon verdwijnen.

De op 26 februari 2011 door de Eerste Kamer bekrachtigde wetsvoorstellen, werden met de door de Eerste Kamer vereiste aanpassingen opnieuw ingediend door minister Verhagen (CDA).

Op 10 maart 2014 kondigde minister Kamp van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer aan dat op 1 januari 2015 gestart zou worden met de grootschalige toepassing van de slimme meter, zodat op 31 december 2020 wordt voldaan aan de Europese eis dat minimaal 80% van de aansluitingen is uitgerust met een slimme meter.

Weigeroptie, schakelfunctie en cybercriminaliteit[bewerken]

In het ontwerpbesluit is de weigeroptie gehandhaafd, zodat het mogelijk blijft om de plaatsing in zijn geheel te weigeren. Daarnaast is in het ontwerpbesluit de verplichting voor de schakelfunctie geschrapt, zodat de mogelijkheid om de energievoorziening op afstand in- en uit te schakelen niet meer aanwezig zal zijn in de meters die tijdens de grootschalige invoering worden geplaatst, vooral vanwege zorgen over cybercriminaliteit en maatschappelijke acceptatie.[24][25]

Proefprojecten[bewerken]

Het op verzoek laten installeren van slimme meters was al geruime tijd mogelijk in Nederland. Zo introduceerde energieleverancier Oxxio in 2005 de eerste slimme meter voor zowel elektriciteit als gas in Nederland. Oxxio heeft deze activiteit sinds 1 januari 2012 overgedragen, omdat de overheid besloten heeft dat de regionale netbeheerders de vervanging, plaatsing, en het beheer van de slimme meters vanaf die datum moeten verzorgen.

Op 20 maart 2007 berichtte Eneco in een persbericht,[26] dat ENECO-klanten die over een slimme meter beschikten, gebruik konden maken van het “Telmi EnergieTegoed”, een betaalsysteem voor de levering van gas en elektriciteit, op basis van een vooraf gestort tegoed.

Sinds 2009 waren er in Nederland verscheidene proefprojecten[27] gaande om de bestaande gas- en elektriciteitsmeters bij wijze van proef door slimme meters te vervangen of in nieuwbouwprojecten te plaatsen, om ervaring met de apparatuur en de mogelijkheden op te doen.

Op 19 mei 2011 bleek uit een persbericht[28] van de KEMA dat het mogelijk was om met bestaande technologieën een “smart grid” of slim energienet te creëren, inclusief bijbehorend marktmodel waarin gebruikers onderling elektriciteit kunnen uitwisselen.

Met de officiële invoering van de slimme meter werd op 1 januari 2012, voor een periode van twee jaar gestart met het plaatsen van slimme meters in nieuwbouw- en renovatieprojecten, bij reguliere vervanging van meters, en op verzoek van de burger zelf, waarbij de eerdere ervaringen met de slimme meters op iets grotere schaal werden beproefd. Op deze manier wilden de overheid, de netbeheerders en de energiebedrijven verdere ervaring opdoen met de plaatsing van slimme meters, en eventuele aanpassingen in de architectuur kunnen testen en beschrijven. Tot 2014 werd nog met de slimme meter getest, ook door het aantal locaties uit te breiden, waarna de ervaring met het invoeren en plaatsen van de slimme meter geëvalueerd werd. De regering zou hierna in overleg met het parlement besluiten hoe de meter in de rest van Nederland verspreid zal worden.

In 2014 is besloten dat netbeheerders de slimme meter gratis aan alle Nederlandse huishoudens aan gaan bieden. Als de gebruiker al eerder wil beschikken over een slimme meter, dan kunnen er wel kosten aan de plaatsing verbonden zijn.[29] De netbeheerder mag voor de plaatsing van de slimme meters voor zowel elektriciteit als gas maximaal € 72,60 rekenen. Indien er geen gasaansluiting in het huis aanwezig is, dan kost de plaatsing van de meter voor alleen elektriciteit maximaal € 66,64.

Kenmerken van het meetsysteem[bewerken]

Het meetsysteem is in combinatie met de infrastructuur van de netbeheerder in staat om:

  • de meterstanden op afstand uit te lezen, waaronder ook de gegevens van andere meters zoals bijvoorbeeld gas-, water-, warmte-, en productiemeters
  • het actueel verbruik en de terugvoeding door energiewinning door de gebruiker weer te geven en te registreren
  • kwartierwaarden van het verbruik en de terugvoeding te registreren
  • de gegevens en de status van het systeem (met onder andere de tarieven en het verbruik) weer te geven op bijvoorbeeld een display in huis, of om deze informatie te leveren aan een gekoppelde applicatie of module
  • op afstand uitgelezen en aangepast te kunnen worden, zoals bijvoorbeeld met firmware updates [30]
  • de kwaliteit van de energielevering te registreren, zoals onderbrekingen en dergelijke.

Norm voor de apparatuur[bewerken]

Het ministerie van Economische Zaken heeft het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) opdracht gegeven om basisfuncties voor de meetinrichting voor elektriciteit, gas en thermische energie voor kleinverbruikers te beschrijven en te normeren, met als resultaat dat op 27 april 2007 de NEN-norm NTA 8130 (Basisfuncties voor de meetinrichting voor elektriciteit, gas en thermische energie voor kleinverbruikers) is opgemaakt.[31] De nadruk in de NTA 8130-normering ligt op de beschrijving van de basisfunctionaliteiten voor de slimme gas- en elektriciteitsmeters, zoals hoe communicatie dient te verlopen.

De architectuur waaraan een slimme meter en zijn omgeving moet voldoen, is eveneens gespecificeerd in de NTA 8130-normering en in de daarvan afgeleide DSMR-specificatie (Dutch Smart Meter Requirements) versie 4, met inbegrip van de begeleidende protocollen, definities, en afhankelijkheden voor de communicatie, zoals

  • DSMR P1: de communicatiepoort voor apparatuur bij de eindgebruiker, bijvoorbeeld een extern beeldscherm
  • DSMR P2: de communicatiepoort voor het uitlezen van andere meetinstrumenten zoals een gasmeter, warmtekrachtkoppelingen (HRe-ketel), watermeter, etc.
  • DSMR P3: de communicatiepoort tussen de meetinstallatie en de netbeheerder
  • DSMR GPRS: de GPRS infrastructuur

Voor de communicatie tussen de systemen van de netbeheerder en de slimme meter kunnen zowel mobiele communicatie-netwerken zoals GPRS en publieke netwerken zoals Internet worden gebruikt. Sinds DSMR-4.0 is PLC uit de normering verwijderd, tot grote vreugde van radioamateurs. In de praktijk zal bij een nieuwe meter veelal GPRS worden gebruikt, al dan niet aangepast voor de speciale infrastructuur.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]