Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Coat of arms of the Staten Generaal.svg
Nederlandse politiek
Wapen van Nederland
Grondwet · Statuut
Nederlandse regering
Staten-Generaal
Hoge Raad
Overige Hoge Colleges van Staat
Decentrale overheden
Buitenlands beleid

Portaal  Portaalicoon  Politiek
Portaal  Portaalicoon  Nederland
Bioscoopjournaal uit 1947. Omdat koningin Wilhelmina ziek is heeft zij minister-president L.J.M. Beel gemachtigd om, namens haar, de zitting van de Staten-Generaal te openen en de troonrede uit te spreken.

De Staten-Generaal zijn sinds 1814 de volksvertegenwoordiging, ofwel het parlement, van Nederland. Bij de Grondwet van 1815 werd een tweekamerstelsel ingevoerd, en sindsdien bestaan de Staten-Generaal uit de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.

Een wetsvoorstel moet door beide kamers worden goedgekeurd: eerst door de Tweede Kamer en vervolgens door de Eerste Kamer. De functies van de twee kamers zijn daarbij in de praktijk verschillend: de Tweede Kamer heeft het recht van amendement en het recht van initiatief, de Eerste Kamer kan een wetsvoorstel enkel goed- of afkeuren.

De leden worden Kamerleden, parlementariërs of senatoren (Eerste Kamer) genoemd.

Verenigde vergadering[bewerken]

De Staten-Generaal komen slechts zelden in hun geheel, in zogenoemde verenigde vergadering bijeen; de verenigde vergadering wordt in dat geval geleid door de voorzitter van de Eerste Kamer. De Grondwet schrijft een verenigde vergadering voor in de volgende gevallen:

  • voor het besluit over een toestemmingswet voor het huwelijk van een lid van het Koninklijk Huis (art. 28)
  • voor het uitsluiten van de erfopvolging van een lid van het Koninklijk Huis (art. 29)
  • voor het benoemen van de koning(in) als een troonopvolger ontbreekt (art. 30)
  • bij de beëdiging en inhuldiging van een nieuwe koning(in), in de Nieuwe Kerk te Amsterdam (art. 32)
  • voor een besluit over het ouderlijk gezag en de voogdij van een minderjarige koning(in) (art. 34)
  • voor het besluit dat de koning(in) "buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen". (art. 35)
  • wanneer de koning(in) de uitoefening van zijn gezag tijdelijk wenst neer te leggen (art. 36)
  • voor de benoeming van een regent (art. 37)
  • bij de Troonrede op de Derde dinsdag in september (art. 65)
  • direct na het afkondigen van een uitzonderingstoestand (noodtoestand) (art. 103)
  • om een oorlog te verklaren of te beëindigen, tenzij er door de oorlogstoestand niet vergaderd kan worden (art. 96)
Hofvijver

Documenten[bewerken]

Kamerstukken, handelingen van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en Kamervragen vanaf 1995 zijn te vinden op de website Parlando[1], en ook op officielebekendmakingen.nl, die uit de periode 1814 tot en met 1994 op Staten-Generaal Digitaal[2].

Geschiedenis[bewerken]

Van 1814 - 1815 (in het Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden) bestond de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden uit één Kamer met 55 leden. Leden van de Staten-Generaal werden per provincie door de Provinciale Staten gekozen.

Sinds 1815 zijn er twee Kamers. Vanaf dat jaar had de Tweede Kamer, gekozen door de Provinciale Staten, 110 leden en stemde deze over wetsvoorstellen en mocht die ook zelf indienen. De Eerste Kamer, benoemd door de koning, had 40 - 60 leden, en mocht alleen 'ja' of 'nee' tegen wetsvoorstellen zeggen.

Van 1840 - 1848 had de Tweede Kamer 58 leden. De Eerste Kamer had 20 - 30 leden.

Vanaf 1848 had de Tweede Kamer één lid per 45 000 inwoners, gekozen door de inwoners die voldoende belasting betaalden (censuskiesrecht). De Eerste Kamer had 39 leden, gekozen door de Provinciale Staten.

Na de grondwetswijziging van 1887 telde de Tweede Kamer 100 leden die via honderd kiesdistricten werden verkozen. Het aantal Eerste Kamerleden werd verhoogd naar 50.

Vanaf 1917 (voor het eerst bij de verkiezingen van 1918) werd de Tweede Kamer gekozen door de mannelijke ingezetenen, tevens Nederlanders of door de wet als Nederlandsche onderdanen erkend, die den door de wet te bepalen leeftijd, welke niet beneden drie en twintig jaren mag zijn, hebben bereikt en door de vrouwelijke ingezetenen, die aan gelijke voorwaarden voldoen, indien en voor zoover de wet haar, niet uit hoofde van aan het bezit van maatschappelijken welstand ontleende redenen, kiesbevoegd verklaart (algemeen kiesrecht voor mannen). Tevens werd het districtenstelsel vervangen door een stelsel van evenredige vertegenwoordiging.

Vanaf 1919 (voor het eerst bij de verkiezingen van 1922) was er algemeen vrouwenkiesrecht.

Van 1940 - 1945 was er geen functionerende Staten-Generaal, van 1945 - 1946 was er een nood-parlement.

Sinds 1956 heeft de Tweede Kamer 150 leden, de Eerste Kamer 75.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties