Nederlandse elektriciteitsmarkt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Op de elektriciteitsmarkt in Nederland zijn verschillende soorten spelers actief. Dit zijn producenten van elektriciteit, leveranciers van elektriciteit, (groot)handelaren in elektriciteit, en de netbeheerders en meetbedrijven. De netbeheerder is als nutsbedrijf verantwoordelijk voor het fysieke transport van elektriciteit. In Nederland is hij in zijn regio monopolist. Hij moet een door de overheid gereguleerd tarief hanteren, het capaciteitstarief. Hoewel de meeste consumenten alleen elektriciteit afnemen, zijn er ook bedrijven en consumenten die elektriciteit produceren, terugleveren.

Keten[bewerken]

Tijdlijn van de fusies en splitsingen van de verschillende provinciale, regionale en gemeentelijke energiebedrijven (elektriciteit én gas) in Nederland, 1986–2008

De waardeketen van de Nederlandse elektriciteitsmarkt bestaat uit verschillende partijen:

  • De producenten van elektriciteit. Zij wekken stroom op.
  • TenneT, de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor spanningen van 110 kV en hoger. (aandelen voor 100% in handen van overheid)
  • De regionale netbeheerders. Zij beheren hoogspanningsdistributienetten (10 t/m 110 kV) en het laagspanningsnet.
  • De programmaverantwoordelijke (PV-Partij). Zij kopen de stroom in voor de leverancier en hebben een leveringsplicht.
  • De meetbedrijven (MV-meetverantwoordelijken). Zij meten het daadwerkelijke verbruik conform de Meetcode.
  • De leveranciers. Zij leveren stroom aan de klanten, zowel particulieren als bedrijven.

De Directie Energie van de Autoriteit Consument en Markt (ACM], houdt toezicht op de markt.

Producenten[bewerken]

Elektriciteit wordt opgewekt door middel van elektriciteitscentrales. De grootste producenten in Nederland zijn NUON, Essent, Electrabel, Intergen, Delta, Eneco en E.ON. In 2008 werd in Nederland 104 terawattuur (TWh) aan elektriciteit opgewekt, waarvan 91.5 TWh door centrales die fossiele (met name steenkool en gas) brandstoffen verstookten en bijna 4 TWh door de kerncentrale bij Borssele. Ten slotte kwam 9 TWh voort uit duurzame energiebronnen zoals wind en biomassa.[1]

In 2013 werd in Nederland 11,8 TWh groene stroom geproduceerd, wat ongeveer 10,1% van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland was. Dit is een afname van de productie van groene stroom ten opzichte van 2012 (toen 12,5 TWh) en komt voornamelijk doordat er minder bij- en mee-stook van biomassa in kolencentrales plaats vond. De productie van energie uit water, zon en wind nam echter wel toe. Energiea artikel 25-2-2014 (alleen zichtbaar met inlog)

Inkoop[bewerken]

De "programmaverantwoordelijke" of PV-partij is verantwoordelijk voor het in balans houden van de in- en verkoopvolumes van de elektriciteit.

De PV-partij kan elektriciteit op verschillende wijzen in- of verkopen:

  1. De elektriciteitsbeurs. Nederland heeft twee officiële elektriciteitsbeurzen, de Endex en de APX. Op de Endex worden futures gecleared. Dit zijn contracten met een vaste termijn voor langere tijd. De APX is een spot market: er wordt gehandeld in uur-prijzen. Voor elke dag wordt voor elk uur van de dag een aparte prijs vastgesteld.
  2. Onderling. Handelaren in elektriciteit kunnen hun elektriciteit ook onderling verhandelen, buiten de markt om. Dit kunnen zij direct met de tegenpartij doen, of via een broker. Dit wordt over-the-counter (OTC) genoemd. Een broker is een bedrijf dat handelaren bij elkaar brengt. Tegenwoordig gaat de handel via brokers altijd via computersystemen. De handelaar betaalt geld om van dit systeem gebruik te kunnen maken. De handelaar kan op een computerscherm aanbod en vraag volgen, en kan zo handelen op de markt.
  3. Centrales. Sommige elektriciteitsleveranciers zijn tevens eigenaar van een elektriciteitscentrale. Zij kunnen hun elektriciteit dus intern inkopen. Wel komen er steeds meer commerciële producenten op de markt.
  4. Buitenland. Het Nederlandse elektriciteitsnet staat in verbinding met België, Duitsland, Engeland en Noorwegen. Via deze netten staat het in verbinding met de rest van het Europese elektriciteitsnet. Deze verbindingen hebben slechts een beperkte capaciteit, grenscapaciteit. Deze grenscapaciteit wordt elke dag geveild. Omdat elektriciteitsprijzen grote verschillen kennen in Europa, kan het winstgevend zijn deze in te kopen uit het buitenland, ondanks de extra kosten van de grenscapaciteit.

De drie markten, Nederland, België en Frankrijk zijn sinds januari 2007 op de APX aan elkaar gekoppeld, de koppeling met het Duitse net heeft vertraging.[2]

TenneT[bewerken]

TenneT is de landelijke netbeheerder oftewel de Nederlandse Transmission System Operator (TSO). Vanaf 1 januari 2008 beheert TenneT het Nederlandse hoogspanningsnet vanaf 110 kV en hoger. Ze stelt het net op onpartijdige wijze beschikbaar voor elektriciteitstransporten en waarborgt de noodzakelijke balans tussen vraag en aanbod in Nederland.

PV-partij[bewerken]

Tussen de netbeheerder en de leverancier staat de programmaverantwoordelijke (of "PV-partij"). Deze partij is verantwoordelijk voor de inkoop van elektriciteit. De PV-partij draagt al het prijsrisico[3]. Het verbruik van de consument moet op elk moment gelijk staan aan het ingekochte verbruik. Mocht er een verschil tussen verbruik (en/of verkoop) en productie (en/of inkoop) ontstaan, dan ontstaat er een situatie van onbalans. De Nederlandse landelijke netbeheerder TenneT verrekent elke onbalans financieel. In feite heeft elke aansluiting onbalans doordat het individuele verbruik niet te voorspellen is. Maar als groep hebben alle Nederlandse consumenten een vrij voorspelbaar verbruik.

De PV-partij valt niet noodzakelijkerwijs onder dezelfde groep als de leverancier. Bij de grote leveranciers is dit wel het geval, maar bij de kleinere over het algemeen niet. Zo is bijvoorbeeld PVNed een PV-partij waar meerdere leveranciers gebruik van maken, en die niet 100% eigendom is van één van zijn klanten (leveranciers).

Leverancier[bewerken]

De leverancier levert uiteindelijk de elektriciteit aan de consument, en is verantwoordelijk voor de inkoop van deze elektriciteit. Hij is ook verantwoordelijk voor service naar de klant. De leverancier koopt zijn elektriciteit altijd in bij een programmaverantwoordelijke (PV-partij). Bij de grote energieleveranciers (Essent, Nuon, Eneco) zijn de leverancier en de PV-partij eigendom van dezelfde groep. In Nederland hebben zowel bedrijven als particulieren keuze tussen verschillende leveranciers. De leverancier bepaalt zelf welke PV-partij hij inschakelt. Hier heeft de consument dus geen keuze.

De leverancier verdient geld doordat hij de elektriciteit duurder verkoopt dan inkoopt. De leverancier loopt in principe geen prijsrisico omdat zijn inkoopprijs en verkoopprijs vast staan.

Contracten[bewerken]

Leveranciers kunnen verschillende contractvormen aanbieden:

  1. Ten eerste is er de vaste prijs voor een bepaalde termijn.
  2. Ten tweede is er een klik-contract. De leverancier spreekt geen prijs af met de consument, maar biedt de mogelijkheid om de elektriciteit op een bepaald moment vast te klikken, tegen de dan geldende marktprijs, met een "opslag" om de kosten en de winst van de leverancier te dekken.
  3. Ten derde is er het APX-contract. Hierbij heeft de klant een tarief dat per uur verschilt. Uiteindelijk wordt hier ten behoeve van de facturering een gemiddelde van gemaakt.

Verder bieden leveranciers ook combinaties tussen deze contracten aan. Sommige leveranciers bieden ook allerlei andere exotische opties aan.

In 2008 zouden contracten voor duurzame energie voorrang krijgen[4]

Berichtenverkeer[bewerken]

Netbeheerder, leverancier, meetbedrijf en PV-partij moeten constant hun klantenbestanden synchroniseren. Tussen de partijen moet overeenstemming bestaan wiens klant iemand is. Dit is omdat er anders een mogelijkheid is dat meerdere producenten energie produceren voor één klant, of dat niemand energie produceert voor een afnemer. Dit zou resulteren in onbalans. Als bijvoorbeeld een klant een contract met een nieuwe leverancier afsluit, verstuurt de nieuwe leverancier een geautomatiseerd bericht naar netbeheerder, PV-partij en oude leverancier. Ook andere gegevens zoals meetdata en stamdata moeten onderling gecommuniceerd worden.

Dit "berichtenverkeer" gaat op basis van het unieke 18 cijferige nummer van de aansluiting, de EAN-code[5]. Synchronisatie van de klantenbestanden gaat via een systeem genaamd Edine. Doordat de databestanden gestandaardiseerd zijn kan het vergelijken grotendeels automatisch gaan. Binnen Edine bestaat nog een ander systeem, genaamd EDSN (voormalig Energy Clearing House). De meeste leveranciers zijn geabonneerd op EDSN, met uitzondering van sommige kleinere leveranciers. Daarnaast communiceren netbeheerders (waaronder ook Tennet), programma- en meetverantwoordelijken (meetdata, prognosedata, nominaties, stamberichten, etc.) in Edine. EDSN vertaalt een aantal specifieke "leveranciers" Edine-berichten in een nieuw formaat en andersom. Daarnaast worden de leveranciersberichten gepubliceerd op een website via de webgui[6]. Deelnemers aan EDSN betalen om er aan mee te kunnen doen. Deelname aan Edine is daarentegen gratis en loopt via een centraal postbus systeem via een private netwerk van Tennet. De markt is voornemens te komen tot een standaard in XML in het stroomopwaarts-programma. Deze standaard zal open XML zijn.

Meetbedrijf[bewerken]

Een meetbedrijf registreert het daadwerkelijk afgenomen energieverbruik. Grootverbruikers moeten conform de meetcode een Meetbedrijf aanwijzen dat namens hen meet. Grootverbruikers mogen zelf bepalen welk meetbedrijf namens hen meet. Het meetbedrijf registreert en valideert per locatie (per EAN) het verbruik en geeft dit door aan de netbeheerder. De netbeheerder gebruikt deze informatie voor haar afrekening met de eindgebruiker en levert de informatie door aan de energieleverancier. Deze stelt haar facturen eveneens op basis van deze informatiestroom op. Kleinverbruikers hebben geen keuzevrijheid: de meetinrichting valt bij hen altijd onder verantwoordelijkheid van de netbeheerder.

Registersynchronisatie[bewerken]

Naast het normale berichtenverkeer vergelijken partijen eens in de maand hun volledige klantenbestand, genaamd "registersynchronisatie". Dit is noodzakelijk omdat het berichtenverkeer alleen mutaties synchroniseert, en niet ongewijzigde data. De partijen sturen elkaar de databestanden via een formaat genaamd Datastorm, uploaden het in hun computersysteem en kunnen binnen seconden zien over welke klanten geen overeenstemming bestaat. Mocht bij het synchroniseren blijken dat er geen overeenstemming is, dan moeten de partijen onderling onderhandelen wiens klant iemand is. Dit is een bijzonder tijdsintensief proces, omdat het per geval opgelost moet worden. Normaliter gaat dit door het vergelijken van de contracten met de partijen. Tegelijkertijd kunnen de kosten van fouten in een klantenbestand bijzonder groot zijn als het gaat om een grote afnemer.

Terugleververgoeding[bewerken]

Bedrijven en particulieren kunnen ook een terugleververgoeding krijgen voor de energie die zij terugleveren. Zij dienen dit te verkopen aan een PV-partij, via een leverancier. Bedrijven en particulieren kunnen energie opwekken op verschillende manieren. Onder andere door een zonnepaneel, het verbranden van biomassa (bijvoorbeeld bij fokkerijen) en een Warmte-Kracht-Koppeling (WKK). De grootste teruglevering in Nederland vindt plaats door de glastuinbouw. Meestal is het patroon van teruglevering zeer onregelmatig, omdat de consument ook een deel consumeert. Dit maakt het moeilijk om teruglevering te verkopen tegen een goede prijs. Sommige leveranciers staan alleen teruglevering toe als de teruglevering plaats vindt op een aparte aansluiting. Bij een kleinverbruikersaansluiting (max. 3 x 80A) is de terugleververgoeding gelijk aan de prijs die betaald moet worden voor de verbruikte elektriciteit; dit heet salderen. Dit geldt tot een maximum van 5000 kWh (in 2008 was dat nog 3000 kWh). Ligt het eigen verbruik hoger dan deze 5000 kWh, dan wordt toch tot 5000 kWh gesaldeerd. Hierboven is de terugleververgoeding lager, in verband met het doorberekenen van de kosten van transport, netbeheer e.d. door de netbeheerder. Het salderen tot 5000 kWh is geregeld in de elektriciteitswet.

In- en export van elektriciteit[bewerken]

Er wordt in Nederland meer dan genoeg elektriciteit opgewekt dan nodig is voor binnenlands verbruik. Het land is sinds oktober 2009 netto elektriciteitsexporteur. Het Nederlandse elektriciteitsnet is aangesloten met de netwerken van de buurlanden. Volgens de gegevens van TenneT, de netbeheerder, werd in 2008 25,0 TWh geïmporteerd, terwijl er 9,12 TWh werd geëxporteerd. Voor 2007 was dat 23,1 TWh import en 5,57 TWh export. Het gat tussen in- en export werd dus kleiner, en het is in 2009 gedicht.[7]

Landverbindingen[bewerken]

Nederland heeft vijf verbindingen over het land met de buurlanden. Met Duitsland zijn er drie bij Meeden, Hengelo en Maasbracht. Via twee hoogspanningslijnen bij Maasbracht en Borsele is er aansluiting met het Belgische net. Op dit moment werkt TenneT aan een vierde verbinding met Duitsland, tussen Doetinchem en Wesel, welke eind 2013 gereed zal zijn.[8]

Zeeverbindingen[bewerken]

Er is een elektriciteitsverbinding aangelegd tussen Nederland en Noorwegen, de NorNed-kabel. Deze kabel is een gelijkstroomverbinding met een vermogen van 700 MW en is in mei 2008 in gebruik genomen. De zeekabel heeft grote voordelen voor de Nederlandse elektriciteitsmarkt, omdat de elektriciteitsprijzen in Noorwegen normaal gesproken lager zijn dan in Nederland. Met name tijdens de nachturen kan de prijs in Noorwegen ook hoger liggen dan in Nederland. Dit is een gevolg van de vele waterkrachtcentrales met reservoirs die Noorwegen telt. Hierdoor is het prijsverschil tussen dag - en nachturen in Noorwegen veel lager dan in Nederland. De NorNed-kabel maakt dus een efficiëntere inzet van elektriciteitscentrales mogelijk. Daarnaast verhoogt de kabel de leveringszekerheid. Aan een verbinding met Groot-Brittannië (BritNed-kabel, 1000 MW) werd sinds eind 2008 gewerkt en deze is 1 april 2011 in gebruik genomen. Er wordt door TenneT nu een studie verricht naar de mogelijkheden van een derde zeekabel met Denemarken (COBRA-kabel).

Toezichthouder[bewerken]

De NMA Energiekamer houdt toezicht.[9]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties