Electrabel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Electrabel
Het hoofdkantoor van Electrabel Nederland in Zwolle
Het hoofdkantoor van Electrabel Nederland in Zwolle
Oprichting Fusie tussen Ebes, Intercom en Unerg (1990)
Sleutelfiguren Gérard Mestrallet, voorzitter van de Raad van Bestuur; Dirk Beeuwsaert, CEO.
Hoofdkantoor Brussel, België
Producten Elektriciteit en aardgas
Omzet € 12.468 miljoen (2013)[1]
Winst € -906 miljoen(2013)[1]
Website Electrabel
Portaal  Portaalicoon   Economie

Electrabel is een energiebedrijf van de Franse multinational GDF SUEZ dat actief is op de consumentenmarkt in de Benelux. Op deze markt verkoopt de onderneming elektriciteit, aardgas, energieproducten en energiediensten aan zakelijke klanten en particulieren.

Geschiedenis[bewerken]

Ebes (1905 - 1990)[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Verenigde Energiebedrijven van het Scheldeland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De naamloze vennootschap Electrabel werd in 1905 statutair opgericht in Antwerpen onder de naam Sociétés Réunies d'Energie du Bassin de l'Escaut, in 1956 afgekort tot Ebes.

Na de Eerste Wereldoorlog hadden veel Europese landen de elektriciteitsproductie en -distributie te genationaliseerd, maar in België bleven de elektriciteitscentrales privé-bedrijven. Desondanks had de overheid de mogelijkheid om controles uit te voeren in de centrales en hadden de gemeentes via aandelen enige belangen in de bedrijven.

Het marktleiderschap van Ebes/Electrabel in België is historisch gegroeid door middel van vele fusies tussen de verschillende elektriciteitsbedrijven. In 1935 waren er nog meer dan twintig onafhankelijke elektriciteitsbedrijven in België. Tegen 1976 waren er nog maar drie grote spelers op de Belgische elektriciteitsmarkt: Intercom, Ebes en Unerg, alle drie waren deze privé-bedrijven. Deze evolutie werd in 1990 geconsolideerd door de fusie van Ebes met Intercom en Unerg. Naar aanleiding van deze fusie werd gekozen voor de nieuwe naam 'Electrabel'. Historisch gezien had de Generale Maatschappij van België (GM) belangrijke aandelen in de Belgische energiebedrijven. In 1982 had de GM 4,9% van de aandelen van de Ebes in handen. Voor Intercom en Unerg bedroeg dit telkens 3,7%. In 1988 was dit al opgelopen tot meer dan 9% van Ebes, Intercom en Unerg.

Electrabel (1990)[bewerken]

Organigram van de onderneming Electrabel in 1990

Sinds 1988 was 60% van de aandelen van de GM in handen van het Franse Suez gekomen. Men hoopte dat Suez respect zou tonen voor de 'Belgische verankering' van de Generale Maatschappij. Om de kans op een buitenlandse overname zoals bij de GM gebeurd was, te verkleinen werd Ebes in 1990 'versterkt' tot Electrabel. Ebes fuseerde hierbij met Intercom en Unerg tot één groot Belgische energiebedrijf. De GM, in handen van SUEZ, bekwam 40% van de aandelen van Tractebel, de referentie-aandeelhouder van het nieuwe energiebedrijf.

SUEZ[bewerken]

De fusie was echter tevergeefs. Naar het einde van de jaren 90 toe, werd het duidelijk dat SUEZ zijn zinnen op de Belgische energiemarkt had gezet. In 1996 besliste Albert Frère met zijn Groupe Bruxelles Lambert om zijn belang van 25 procent in Tractebel te ruilen voor een belang in Suez. Frère werd met ongeveer tien procent van de aandelen een belangrijke aandeelhouder van de Franse multinational. Dit zette echter het einde van de onafhankelijkheid van Tractebel-Electrabel definitief in. Philippe Bodson, CEO van Tractebel ijverde nog voor een fusie van Tractebel en Electrabel om de Franse invloed op Tractebel-Electrabel te verkleinen, maar dit plan werd niet uitgevoerd. In 1998 kreeg SUEZ bijna alle aandelen van de GM in handen waardoor de invloed op Tractebel en Electrabel wederom werd vergroot. In 1999 werd SUEZ voor 100% eigenaar van Tractebel, vooral door de verkoop van de GBL-belangen van Frère aan SUEZ en de opkoop van de GM. De invloed van SUEZ was nu onafwendbaar en in 2005 tenslotte kwam Electrabel voor 100% in handen van de Franse groep. Daarvoor kocht het onder andere 5% van de aandelen die tot dan in handen waren van de Belgische gemeenten. Albert Frère probeerde de gemeenten te overtuigen om een ruilbod van SUEZ te aanvaarden en om zo bij SUEZ een 'Belgisch' blok te kunnen vormen. De Vlaamse politieke partijen probeerden de gemeenten dan weer te overtuigen om met de opbrengst van de verkoop aan SUEZ de aandelen van Electrabel in de distributienetbeheerders over te kopen.

Om de aankoop van Tractebel en Electrabel te bekostigen moest SUEZ heel wat dochters van de GM verkopen.

Omwille van deze consolidatie- en overnamegeschiedenis ging de Belgische elektriciteitsmarkt de liberalisering van de energiemarkt (2003-2007) in als een quasi-monopolie. Naarmate de tijd verstreek werd het belang van Electrabel wel verminderd, onder andere door verkoop van capaciteit aan Luminus en E.On.

België[bewerken]

Electrabel is de grootste producent en leverancier van elektriciteit van het land. Ze beschikt in België over een gediversifieerd productiepark met een totale capaciteit van 9.163 MW.[1] Het park bestaat uit installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken zoals kerncentrales en spaarbekkencentrales en verder centrales die werken op fossiele brandstoffen als aardgas en steenkool. De kerncentrales maken 45% van de capaciteit uit, maar produceerden in 2013 ongeveer 60% van alle elektriciteit.[1] Het aandeel van aardgas ligt op ongeveer een kwart van de capaciteit en de productie.[1] De totale stroomproductie in 2013 lag op 42,7 TWh.[1]

Het bedrijf telt bijna 3 miljoen klanten in België waarvan ongeveer de helft alleen elektriciteit afnemen en de andere helft neemt ook aardgas af bij Electrabel.[1] In 2013 had Electrabel heeft een marktaandeel van 50% in de verkoop van elektriciteit[1]. In de periode van eind 2012 tot 2014 verlieten echter veel klanten de oude monopolist, waardoor het marktaandeel daalde tot 44 en 40 procent voor respectievelijk elektriciteit en aardgas in december 2014[2]. In België had Electrabel in 2013 5151 medewerkers.[1]

Ruil met E.On[bewerken]

Electrabel heeft in 2009 de kolengestookte centrale van Langerlo (Genk, 556 MW), de gasgestookte centrale in Vilvoorde (385 MW) en het recht op een deel van de nucleaire capaciteit (circa 770 MW) overgedragen aan E.ON.[3] Electrabel kreeg hiervoor in ruil een aantal energiecentrales in Duitsland, waaronder de Farge en Zolling centrales met een totale capaciteit van 799 MW.[3] Verder kreeg Electrabel ook het recht op 700 MW capaciteit van diverse Duitse kerncentrales.[3] Met deze ruil werd E.ON een nieuwe aanbieder op de Belgische markt met een marktaandeel van zo’n 9%.[3] De capaciteit van Electrabel daalde tot 11.200 MW in 2010, maar bleef de belangrijkste leverancier van elektriciteit met een marktaandeel van 65% in België.[3]

Resultaten[bewerken]

In 2012 leed Electrabel voor het eerste in haar geschiedenis een nettoverlies van 105,7 miljoen euro.[4] In 2011 maakte het bedrijf nog een winst van 1,2 miljard euro. Na de liberalisering van de energiemarkt stappen veel klanten over.[4] Het prijsvoordeel dat ze kunnen opstrijken door een andere leverancier te kiezen is vaak aanzienlijk. Verder is de nucleaire rente verdubbeld van 245 miljoen euro naar 550 miljoen euro.[4] Tot slot heeft de tijdelijke sluiting van Doel 3 en Tihange 2 ook bijgedragen tot het verlies.[4]

In 2013 was het verlies 906 miljoen euro.[5] De stilstand van Doel 3 en Tihange 2 gedurende de eerste helft van 2013, de algemene prijsdaling op de energiemarkten en de teruglopende energieverkopen deden het bedrijfsresultaat met 35% dalen ten opzichte van 2012.[5] Het uitzonderlijk resultaat kwam uit op een verlies van meer dan 2 miljard euro hoofdzakelijk samengesteld uit de nucleaire rente van 422 miljoen euro, de afschrijvingen op de waarde van gascentrales en de waardevermindering van de deelnemingen.[5]

Nederland[bewerken]

GDF Suez elektriciteitscentrale op de Maasvlakte

Sinds januari 2012 opereert moederbedrijf GDF SUEZ onder twee namen op de markt in Nederland: GDF SUEZ Energie Nederland voor de grootzakelijke markt en Electrabel voor de overige zakelijke markt en particulieren.

Electrabel stapte in 2001 in de Nederlandse markt door overname van elektriciteitsproducent EPON. EPON was toen de grootste producent van elektriciteit in Nederland met een totaal opgesteld vermogen van 4.647 MW.[6]

GDF SUEZ Energie Nederland heeft diverse elektriciteitscentrales.

  • Eemshaven (Eemscentrale) - vijf gasgestookte STEG-eenheden met een totaal vermogen van 1.750 MW, een gasgestookte combi-eenheid met een vermogen van 675 MW en een gasturbine-eenheid met een vermogen van 17 MW. Verder staan op het terrein nog negen windmolens met een totaal vermogen van 27 MW
  • Bergum - twee identieke aardgasgestookte combi-eenheden met elk een vermogen van 332 MW
  • Zwolle (Centrale Harculo) - een aardgas- en bio-oliegestookte combi-eenheid met een totaal vermogen van 356 MW
  • Nijmegen (Elektriciteitscentrale Gelderland) - kolen- en biomassagestookt met een totaal vermogen van 590 MW
  • Lelystad (Maxima-centrale) - een oude gasturbine-eenheid met een vermogen van 119 MW en 2 x 440 MW gasgestookte STEG eenheden. Het rendement van de nieuwe centrale zal 59% gaan bedragen. Deze twee nieuwe eenheden zijn in december 2010 in gebruik genomen. De centrale heeft de nieuwe naam Maxima-centrale gekregen.
  • Botlek (WKC Air Products) - een aardgasgestookte STEG-eenheid met warmte-kracht-koppeling ten behoeve van het gasbedrijf Air Products. De centrale heeft een vermogen van 43 MW en 70 ton (66 MW) stoom. In 2002 is deze opgeleverd.
  • Maasvlakte - op de Eerste Maasvlakte staat een kolen- en biomassa gestookte centrale van 800 MW. Het aandeel van de biomassa - voornamelijk hout - kan maximaal 50% bedragen. Deze centrale werd in 2014 in bedrijf genomen. Bij de bouw wordt rekening gehouden met de mogelijke toepassing van de afvang en opslag van CO2.[7] De brandstof voor de centrale komt van het naastgelegen Europees Massagoed Overslagbedrijf.

Bij GDF Suez Energie Nederland werken ruim 800 mensen. Het hoofdkantoor staat in Zwolle.

Weetje[bewerken]

In 1985 werd het stripverhaal Het groene raadsel uitgegeven. Het verhaal is gegroeid uit een samenwerking van een aantal personeelsleden en verspreid over de onderneming EBES. Tekeningen zijn van Jeff Broeckx en het scenario van Marck Meul. De gebeurtenissen en personages die in het verhaal voorkomen zijn volledig fictief. Het verhaal speelt zich af op de fictieve planeet Voltanië en volgt Daan Overdrive die werkt voor professor Alko L. Schnaps, een bekend botanicus. De mannen proberen erachter te komen waarom op verschillende plaatsen planten verbazingwekkend snel beginnen te groeien. Ze vinden het geen toeval dat het steeds gebeurt op plaatsen waar de charmante juffrouw Elvier plantjes komt afleveren. Met de hulp van het blitse robotje Chippy (een creatie van de professor) pogen Daan en de professor de overijverige plantenliefhebster te stoppen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties