Salderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Voorbeeld van salderen: dagoverschot 's nachts gebruiken

Salderen of te wel de salderingsregeling houdt in dat van een klein verbruiker met zonnepanelen zijn, vooral in de zomer, aan het elektriciteitsnet geleverde kWh's verrekend worden met de, vooral in de winter, afgenomen kWh's. Deze regeling is dus voordelig want over de gesaldeerde kWh's betaalt hij immers ook geen energiebelasting, opslag duurzame energie (ODE) en btw. Als ook geen transportkosten of (fictieve) opslagkosten. Dankzij deze regeling is er (voorlopig) geen verschil tussen (de analoge) elektriciteitsmeter die bij teruglevering terug draait en de slimme meter.

De regeling is in 2004 ingevoerd. Daarvóór werd saldering al zonder wettelijke grondslag feitelijk bereikt door het gebruik van een meter die terugdraait als de klant elektriciteit levert aan het net.[1]

Levert een klein verbruiker in een jaar meer kWh's dan dat hij in dat jaar zelf verbruikt, ontvangt hij over die netto-levering van zijn energieleverancier een terugleververgoeding. Dit niet te verwarren met de terugleversubsidie van minister Wiebes waarmee hij vanaf 2021 de salderingsregeling aanvankelijk had willen vervangen.

Voorwaarden voor salderen[2][bewerken]

  • Een afnemer (in dit artikel zijn dat consumenten met een aansluiting tot en met maximaal 3 x 80 A) mag het momentane overschot van zijn zelf opgewekte elektriciteit terugleveren aan het net en op jaarbasis verrekenen met de op een ander moment uit het elektriciteitsnet afgenomen elektriciteit, tegen hetzelfde tarief.[3][4] Als er meer dan het eigen verbruik wordt opgewekt moet voor het meerdere een ´reële vergoeding´ worden betaald die in de praktijk neerkomt op de kale stroomprijs.
  • De afnemer hoeft niet terug te leveren via een kilowattuurmeter met aparte terugleverregistratie (een slimme meter is dus niet verplicht). De meter moet echter wel achteruit kunnen draaien, of, een terugleveringstelwerk bevatten.

Wijzigingen[bewerken]

De volgende wijzigingen in de regelgeving rondom het salderen hebben plaatsgevonden.

  • De salderingsgrens is verlegd van 3000 kWh naar 5000 kWh per jaar (amendement Samsom).
  • De energieleverancier is verplicht 5000 kWh te salderen tot een maximum van het eigen gebruik.
  • Per 1 juli 2013 is de grens van 5000 kWh vervallen en kan onbeperkt gesaldeerd worden, waarbij per consument een maximum geldt zo hoog als het eigen verbruik.
  • Voor de teruglevering die buiten de salderingsnormen valt, is de leverancier verplicht een redelijke terugleververgoeding te geven.[5]
  • Salderen via een ouderwetse meter (ferrarismeter) is toegestaan.

Toekomst[bewerken]

Minister Wiebes was van plan de salderingsregeling op 1 januari 2021 te vervangen door een terugleversubsidie. In april 2019 gaf de minister echter aan dat vervanging door een terugleversubsidie (thans) te ingewikkeld is en de salderingsregeling pas vanaf 2023 wordt afgebouwd tot 2031 [6]. Voor het directe eigen gebruik van opgewekte elektriciteit (of eigen opslag daarvan) verandert er niets (wat de overheid ook met de zogenaamde slimme meter ook niet kan meten). Voor door de klant geleverde elektriciteit die op een ander tijdstip afgenomen wordt gaat dan echter een versoberde regeling gelden. Alle kleinverbruikers die elektriciteit opwekken zullen moeten gaan beschikken over een elektriciteitsmeter die de afname van, en het invoeden aan het elektriciteitsnet afzonderlijk kan meten.[7][8]

Het argument daarbij is, dat eigenaren van zonnepanelen over de teruggeleverde energie geen energiebelasting betalen. Daarbij maakt het voor de afnemer niet uit wanneer in het jaar er stroom wordt afgenomen. Dus als de gemiddelde afname nul is, valt er ook niets te betalen. Het "belastingvoordeel", de uitgespaarde belasting door eigen opwek, voor de groeiende groep salderende particulieren, komt jaarlijks neer op 40 miljoen euro. Dit bedrag komt niet meer als energiebelasting bij de overheid binnen, en de overheid moet dat langs een andere weg compenseren. Het argument zou zijn dat dit wordt gefinancierd door mensen die niet in het bezit zijn van zonnepanelen. Vaak zijn dit lagere inkomens die weinig of geen zonnepanelen hebben, en daardoor de prijs zouden betalen voor hogere inkomens met zonnepanelen. Door dit argument pleit minister Kamp voor een versobering van de salderingsregeling vanaf 2020. (Wel gaf minister Kamp aan dat er voor mensen die al geïnvesteerd hebben in zonnepanelen een overgangsregeling moet komen.[9][10]) Er is echter een uit milieu- en handelsbalansoogpunt gewenste afname van binnenlands verbruikte energie waar geen belasting meer over te heffen is. Deze afname aan energiebelasting hoeft echter niet uitsluitend door de resterende energieverbruikers te worden opgebracht, maar zou via de algemene middelen op een algemene lastenverhoging in de orde van 0,01% uitkomen.

Na een motie in de 2e kamer heeft minister Kamp in 2017 besloten om de salderingsregeling tot 2023 te verlengen[11]. In de kamerbrief[12] daarover wordt ingegaan op een aantal varianten die na 2023 gekozen kunnen worden.

Coöperatief produceren en consumeren[bewerken]

Een andere vorm is "zelflevering"; het coöperatief produceren en consumeren van (duurzame) energie door middel van door burgers geëxploiteerde installaties voor energie, bijvoorbeeld windmolens en zonnepanelen. Deze vorm is omgeven door grijze gebieden hoewel in de Tweede Kamer bij herhaling moties zijn aangenomen om helderheid te creëren.[13][14]

Er zijn in Nederland twee initiatieven ondernomen om helderheid te scheppen. Beide hadden ten doel een proefproces uit te lokken. Dat is in beide gevallen mislukt:

  • In Amsterdam werd het project Zon op VVE gestart. Dit project loopt maximaal 1 jaar.
  • In Nijmegen werd een tijdelijk project opgezet met als doel een rechterlijke uitspraak uit te lokken. Het project werd echter in het Lenteakkoord gedoogd.