Strijkkwartetten van Dvořák

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Antonín Dvořák

Dvořák heeft ruim dertig jaar aan het genre strijkkwartet bijgedragen. Hij is een van de componisten, wier ontwikkeling zich laat illustreren met hun oeuvre aan strijkkwartetten. De verschillende fasen van zijn ontwikkeling zijn het onderwerp van dit Strijkkwartetten Dvořák overzicht. De achtergronden worden verder bij de afzonderlijke kwartetten toegelicht.

Overzicht[bewerken]

De grote strijkkwartetten[bewerken]

De kern van het oeuvre aan strijkkwartetten zijn de zeven laatste strijkkwartetten, die stuk voor stuk meesterwerken zijn. Bepaald populair is - op zich al ongewoon voor een strijkkwartet - het "Amerikaans" strijkkwartet. Op zich is dit kwartet - met zijn pentatonische motieven - niet karakteristiek voor Dvořák's oeuvre. Vergeleken daarmee zijn - veel minder bekend - de kwartetten met nummer 13 en 14 van toch weer verder ontwikkelde geacheveerdheid. Voor verdere details zie Overzicht in trefwoorden

Naar een eigen stijl[bewerken]

Er is een totale breuk qua stijl met zijn eerdere kwartetten. Er zijn veel vroege werken vernietigd. Dat blijkt ook uit de opusnummering: ooit had het kwartet in f opus nummer 23. Later werd het opus 10 en toen er noch een werk vernietigd was uiteindelijk opus 9.

Dvořáks stijl van componeren is na de aftastende experimentele kwartetten trefzeker en persoonlijker geworden. Het werk bevat géén spoor meer van invloeden van Liszt of Wagner, zoals in de eerdere kwartetten. Ook bespeurt men hier de latere "slavische" kleuring, zie beginthema van het eerste deel; het middendeel in 2/4 maat van het 3e deel; en de dansante vaart van de finale. Er zijn anders dan in zijn "leerperiode" geen lange lijnen a la Wagner, maar korte contrasterende motieven, in een afwisseling van snelle muzikanteske contrasten.

Vroege strijkkwartetten en Wagnerinvloed[bewerken]

Werkzaam als altist onder o.a. Smetana en in een omgeving waar de Neudeutsche Schule (Wagner; Liszt) vereerd werd, probeerde Dvořák voet aan de grond te krijgen als componist, ook in de kamermuziek. Bijna alle werken uit deze periode zijn door Dvořák vernietigd. Ze bestaan uitsluitend als reconstructie vanuit losse overgeleverde partijen.

Los hiervan staat opus 2. Dit werk werd door Dvořák 26 jaar na dato volledig gereviseerd. In dit eerste kwartet is nog geen enkele invloed van Wagner te bespeuren en is een muzikantesk werk dat vooral op Schubert geïnspireerd lijkt. De Dvořák heeft vooral door coupures aan te brengen dat werk in 1888 effectiever gemaakt, toen hij op het hoogtepunt van zijn roem stond.

Nummering[bewerken]

De opusnummers worden gecompliceerd, doordat Dvořák met name in 1873 in samenhang met een breuk in zijn stijl een groot aantal partituren heeft vernietigd. Enkele kwartetten zijn toch bekend, omdat ze aan de hand van losse partijen konden worden gereconstrueerd of omdat Dvořák het kwartet in gereviseerde vorm uitgaf. Burghauser heeft naast een reconstructie van het zesde strijkkwartet, een gezaghebbend overzicht gemaakt, waarin alle werken van Dvořák (en hun verschillende versies) in de juiste volgorde zijn geplaatst.

Een curieus voorbeeld van inconsequentie is opus 80. Oorspronkelijk had dat het opusnummr 27 van Dvořák gekregen. De uitgever wilde het strijkkwartet wel uitgeven, maar dan moest het een voor dat moment recent werk lijken. Zeer tegen de zin van Dvořák werd het opusnummer toen verhoogd naar opus 80.

Overzicht in trefwoorden[bewerken]

1865-1870 Vroege strijkkwartetten en Wagnerinvloed
Opus Burgh. Titel Commentaar Manuscript Compositiedatum Première
2 8 Strijkkwartet nr. 1 in A Bij einde van zijn opleiding. Door hem als gelauwerd en gerijpt componist sterk ingekort en herzien.
ja, gereviseerd (1888)
maart 1862 1888
-- 17 Strijkkwartet nr. 2 in Bes reconstructie van losse partijen vernietigd ?
-- 18 Strijkkwartet nr. 3 in D reconstructie van losse partijen vernietigd ? 1964 uitgegeven
-- 19 Strijkkwartet nr. 4 in e reconstructie van losse partijen vernietigd 1870 1968 uitgegeven
1873-1877 Loslaten van Wagner.
Opus Burgh. Titel Commentaar Manuscript Compositiedatum Première
9 37 Strijkkwartet nr. 5 in f Door Bennewitz geweigerd "bij gebreke van kwartetstijl" ja september-oktober 1873 11 januari 1930
12 40 Strijkkwartet nr. 6 in a Direct gevolgd door (onvolledige) revisie en laten vervallen van Andante appassionato beide onbruikbaar Origin.: 1873.
Rev: 1874
1980: reconstructie door Burghauser
16 45 Strijkkwartet nr. 7 in a hercomponeren opus 12. Het eerste gedrukte strijkkwartet van (Dvořák) ja september 1874 29 december 1878
1878-1895 De zeven "grote" kwartetten
Opus Burgh. Titel Commentaar Manuscript Compositiedatum Première
80 57 Strijkkwartet nr. 8 in E Nieuw opusnummer bij eerste uitgave (1890).
Eerste van de zeven "grote" strijkkwartetten.
ja januari - februari 1876 2 februari 1889
34 75 Strijkkwartet nr. 9 in d aan Brahms opgedragen revisie in 1879 december 1877 27 februari 1882
51 92 Strijkkwartet nr. 10 in Es "Slavisches" Snel zeer populair.
Ook door het succes van de Slavische dansen.
ja 25 december 1878 -
28 maart 1879
17 december 1879
61 121 Strijkkwartet nr. 11 in C Opdracht voor Wenen. Echter première in Berlijn.
Qua stijl vaak met Beethoven te associëren
ja 25 oktober -
10 november 1881
1 november 1882
96 179 Strijkkwartet nr. 12 in F "Het Amerikaanse" Veruit bekendste strijkkwartet.
"Indiaans karakter" (pentatonische motieven)
ja 8-23 juni 1893 1 januari 1894
106 192 Strijkkwartet nr. 13 in Bes Vormt samen met nr 14 het hoogtepunt in compositorisch kunnen ten aanzien van het strijkkwartet van Dvořák ja 11 november -
9 december 1895
9 oktober 1896
105 193 Strijkkwartet nr. 14 in D Vormt samen met nr 13 het hoogtepunt in compositorisch kunnen ten aanzien van het strijkkwartet van Dvořák ja 26 maart -
30 december 1895
10 november 1897
-- 152 Strijkkwartet Cipressen naar liederencyclus uit 1865 ja 21 april -
21 mei 1887
6 januari 1888