Strijkkwartet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Voor de gelijknamige compositie van Hanson, zie Strijkkwartet (Hanson)
Het Allegra-kwartet
Het Tokyo String Quartet
Het Pražák Quartet
Het Belgische strijkkwartet van César Thomson, begin 20e eeuw
Het 'Menuetto' uit het Strijkkwartet nr. 5 (Beethoven), in 1938 gespeeld door het Haags Strijkkwartet (Sam Swaab, Adolf Poth, Jean Devert, Charles van Isterdael)

Een strijkkwartet is een kamermuziekwerk voor vier strijkinstrumenten. Het is ook de term voor het muziekensemble dat die muziekstukken uitvoert.

Muziekstuk[bewerken]

Een strijkkwartet is geschreven voor twee violen, altviool en cello en is een veel voorkomend genre in de kamermuziek.

De oorsprong van het strijkkwartet moeten we in de barok zoeken. Er werden toen al vierstemmige stukken voor strijkers geschreven, maar de baspartij (cello) was nog 'becijferd', d.w.z. er werden door middel van cijfercodes aanwijzingen voor de harmonische ondersteuning door een toetsinstrument (klavecimbel of orgel) gegeven. De 'Six Quatuors' Op.3 (1774) van André Ernest Modeste Grétry zijn nog een laat voorbeeld van deze vroege strijkkwartetpraktijk met basso continuo. Toch probeerden sommige componisten de mogelijkheden reeds uit van een bezetting met vier evenwaardige stemmen zonder becijferde bas: Alessandro Scarlatti, Baldassare Galuppi, Giovanni Battista Sammartini, Georg Philipp Telemann, Johann Gottlieb Graun, Johann Friedrich Fasch en Gregor Joseph Werner.

In het classicisme verdwijnt de becijferde bas definitief en speelt de cello een meer zelfstandige partij. Vanaf dat ogenblik kunnen we al spreken van echte strijkkwartetten. Al betreft het nog een prille ontwikkeling, toch wordt het nieuwe genre erg populair. Veel componisten zien er wel muziek in: Johann Georg Albrechtsberger, Ignaz Pleyel, Franz Krommer, Friedrich Ernst Fesca enz. Alhoewel hij het genre van het strijkkwartet helemaal niet heeft uitgevonden, toch geldt Joseph Haydn als de grondlegger van het moderne strijkkwartet. Hij was de eerste die de vier stemmen als gelijkwaardige partners behandelde in plaats van - zoals voordien gebruikelijk - de melodie bij de eerste viool te leggen en de andere stemmen als begeleiding of vulstemmen te behandelen. Hij is meteen ook een van de veelschrijvers in het genre: hij componeerde niet minder dan 68 strijkkwartetten.

Aanvankelijk zijn het vooral componisten uit de Duitse staten, Pruisen of Oostenrijk-Hongarije, die het nieuwe genre omarmen. Dat heeft ermee te maken dat de bezetting van twee violen, altviool en bas (basso continuo) in deze landen al zeer gebruikelijk was in de barok. Het vierstemmige idioom van een strijkkwartet had daarentegen wat meer tijd nodig om door te dringen in Italië en Frankrijk. In de Italiaanse barok was de triosonate met twee bovenstemmen (bv. violen) en bas populair, en de Franse barokmuziek maakte veel gebruik van een vijfstemmige bezetting.

Het strijkkwartet is sinds Haydn een van de populairste maar ook moeilijkste muziekgenres geworden. Veel componisten zouden hun beste muzikale ideeën voor het strijkkwartet voorbehouden. Misschien heeft dat ermee te maken dat de sobere instrumentatie van vier gelijksoortige instrumenten, zonder toeters en bellen of grootse effecten, de componist ertoe aanzet een muzikale idee in een zuivere vorm te gieten.

Zowat alle grote componisten hebben belangwekkende strijkkwartetten geschreven, onder anderen Joseph Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart, Ludwig van Beethoven, Franz Schubert, Felix Mendelssohn, Robert Schumann, Johannes Brahms, Giuseppe Verdi, Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, Aleksandr Borodin, Aleksandr Glazoenov, Antonín Dvořák, Edvard Grieg, Jean Sibelius, Bedřich Smetana, César Franck, Max Reger, Claude Debussy, Maurice Ravel, Béla Bartók, Arnold Schönberg, Paul Hindemith, Alban Berg, Anton Webern, Leoš Janáček, Karol Szymanowski, Benjamin Britten, Michael Tippett, Dmitri Sjostakovitsj, Mieczysław Weinberg, György Ligeti en Elliott Carter.

Sommige musicologen hebben zich gebogen over de vraag waarom het strijkkwartet betrekkelijk laat voet aan de grond kreeg in de Franse muziek, maar na 1880 schreven Debussy, Gabriel Fauré, Ravel, de in Frankrijk wonende en werkende Belg Franck, Louis Vierne, Albéric Magnard, Albert Roussel en Henri Dutilleux elk één (meesterlijk) strijkkwartet. Camille Saint-Saëns schreef er twee, Darius Milhaud zelfs vijftien.

Af en toe wordt een strijkkwartet voor afwijkende bezetting geschreven. Zo schreef Georg Christoph Wagenseil zes kwartetten voor twee altviolen, cello en contrabas (of voor drie cello's en contrabas). Franz Anton Hoffmeister schreef een viertal kwartetten voor viool, altviool, cello en contrabas, waarbij dat laatste instrument bijna solistisch wordt opgevoerd. Carl Stamitz, Giuseppe Maria Cambini en Johann Albrechtsberger schreven kwartetten voor viool, twee altviolen en cello. Het tweede strijkkwartet van Anton Arenski vraagt een bezetting van viool, altviool en twee cello's. En verder zijn er talrijke arrangementen of originele composities voor vier dezelfde strijkers (vier violen, vier altviolen of vier cello's).

Muziekensemble[bewerken]

Met strijkkwartet wordt ook de groep musici aangeduid die strijkkwartetten uitvoeren. Bekende strijkkwartetten zijn onder andere het Amadeus Quartet, Borodin Quartet, Brodsky Quartet, Emerson String Quartet, Quartetto Italiano, Juilliard String Quartet, Hagen Quartett, Alban Berg Quartett, Párkányí Kwartet, Pražák Quartet, Quatuor Mosaïques en het Kronos Quartet. Bekende strijkkwartetten uit vroeger tijden zijn het Beethoven Quartet, het Budapest String Quartet, het Busch Quartet, het Kolisch Quartett en het Schuppanzigh Quartett.

Belgische en Nederlandse strijkkwartetten

Enkele willekeurige namen uit heden en verleden zijn in België ARSIS4, Quatuor Danel, Donnacorda Strijkkwartet, Ensor strijkkwartet, Kuijken Strijkkwartet, Malibran Quartet, Rubio strijkkwartet, Quatuor Ysaÿe en in Nederland Athena Quartett, Hekster Kwartet, Matangi Quartet, Nederlands Strijkkwartet, Orlando Kwartet, Utrecht String Quartet. Het EnAccord Strijkkwartet is Belgisch-Nederlands. In 2001 werd de Nederlandse Strijkkwartet Academie opgericht.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Griffiths, Paul, The String Quartet. A History. Thames and Hudson, London, 1983. ISBN 0500-27383-9
  • Heimeran, Ernst & Aulich, Bruno, Het fijnbesnaarde strijkkwartet. Vertaling en bewerking Dick van der Meer. Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1981³. ISBN 978-90-2841457-0
  • Krummacher, Friedhelm, Geschichte des Streichquartetts. Laaber-Verlag, Laaber, 2005. ISBN 9783890075877
  • Samama, Leo, Het strijkkwartet. Amsterdam University Press, 2018. ISBN 978-94-6298-888-0
  • Stowell, Robin (ed.), The Cambridge companion to the string quartet. Cambridge University Press, 2003. ISBN 0521000424
  • Sadie, Stanley & John Tyrrell (ed.), The New Grove Dictionary of Music and Musicians. Oxford University Press, 2001. ISBN 0195170679; ISBN 9780195170672
  • Vuibert, Francis, Répertoire universel du quatuor à cordes. ProQuartet-CEMC, 2009. ISBN 978-2-9531544-0-5