Robert Schumann

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit artikel gaat over de componist Schumann. Zie Robert Schuman voor de politicus.
Robert Schumann
Robert Schumann in 1839
Robert Schumann in 1839
Algemene informatie
Volledige naam Robert Alexander Schumann
Geboren 8 juni 1810
Overleden 29 juli 1856
Land Vlag van Duitsland Duitsland
Werk
Genre(s) Klassiek
Beroep Componist, dirigent
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Robert (Alexander) Schumann (Zwickau, 8 juni 1810Endenich (bij Bonn), 29 juli 1856) was een Duitse componist in de tijd van de romantiek.

Levensloop[bewerken]

Robert Schumann-monument in Zwickau

Schumann werd geboren in Zwickau, Hauptmarkt 5, als het vijfde kind van August Schumann en Christiane. Zijn vader was boekhandelaar en uitgever, en dat verklaart grotendeels zijn literaire belangstelling. Robert had een zuster Emilie (geboren 1796) en drie broers, Eduard (geboren 1799), Carl (geboren 1801) en Julius (geboren 1805).

Vroege periode[bewerken]

Op zevenjarige leeftijd kreeg Robert Schumann zijn eerste pianoles. Zijn vader steunde de muzikale ambities van zijn zoon: er werd een vleugel aangekocht en zijn vader luisterde met plezier naar Roberts spel. Vader probeerde zelfs Carl Maria von Weber als pianoleraar voor zijn zoon te krijgen, tevergeefs. Tot zijn achttiende ging Robert naar het lyceum van zijn geboortestad. Robert Schumann noteerde later: Ich genoss eine sorgfältigste und liebevolle Erziehung (Ik heb een zorgvuldige en liefdevolle opvoeding genoten).

Op twaalfjarige leeftijd schreef hij zijn eerste composities, de Psalm 150 en de Ouverture met koor voor solisten, koor en orkest met obligate pianopartij. Zijn tweede creatieve werkterrein was de literatuur: hij schreef al jong gedichten, toespraken en artikelen en had vanzelfsprekend in de boekhandel van zijn vader toegang tot de nieuwste werken van de bekende schrijvers en dichters van zijn tijd.

In 1826 pleegde zijn zusje Emilie zelfmoord, enkele weken later overleed ook zijn vader. Volgens de wens van zijn moeder, maar vooral op advies van zijn curator Gottlob Rudel studeerde hij - zonder veel belangstelling - eerst rechtswetenschap in Leipzig en Heidelberg. Het bijwonen van een concert van Niccolò Paganini in Frankfurt am Main gaf de doorslag zich helemaal aan de muziek te wijden.

Schumann studeerde piano bij de befaamde Friedrich Wieck, maar een vingerverrekking verhinderde hem een loopbaan als pianovirtuoos of concertpianist te beginnen. Evenals de andere studenten ging Schumann te Leipzig bij Wieck inwonen. Hij maakte er kennis met Wiecks dochter Clara, die hij later zou huwen.

Bij Heinrich Dorn in Leipzig studeerde hij in 1831 muziektheorie.

De Davidsbündler[bewerken]

Zijn uitgebreide literaire belangstelling kwam tot uitdrukking in publicaties tegen filistreuse vervalverschijnselen op het gebied van de muziek. Samen met Clara Wieck en een paar andere kunstenaars richtte hij in 1834 het Neue Zeitschrift für Musik op. Vanaf 1835 nam Schumann de volledige leiding op zich. Dit tijdschrift werd in Duitsland het vooraanstaande medium op muziekgebied. In dit blad schreef hij zijn artikelen onder verschillende pseudoniemen. Eusebius was bezonnen en fijngevoelig, Florestan sterk, inspirerend en enthousiast, Meister Raro evenwichtig en verzoenend. Deze figuren noemde hij de Davidsbündler (leden van de bond van David).

Robert en Clara[bewerken]

Robert en Clara Schumann, 1847

Na een korte verloving met Ernestine von Fricken voelde Schumann zich sterk tot Clara Wieck aangetrokken. Zijn liefde voor haar leidde tot jarenlange debatten met zijn pianoleraar, de vader van Clara. Zij was de oogappel van haar vader en een veelbelovend pianiste, de kroon op zijn leraarschap. Friedrich Wieck was daarom bijzonder trots op zijn dochter. Het kwam tot een openlijke breuk met de familie-Wieck. Vader Wieck had Schumann verboden Clara te ontmoeten en ging met haar op concertreis. Maar in Schumanns werken uit deze tijd blijft Clara aanwezig. In 1837 verloofde het paar zich tegen de wil van vader Wieck. De intriges van Wieck leidden bij Schumann tot een zenuwcrisis en aanvallen van zwaarmoedigheid.

Via de rechtbank werd de toestemming voor het huwelijk geforceerd. Eindelijk kon het paar op 12 september 1840, daags voor de 21e verjaardag van Clara, in de dorpskerk van Schönefeld trouwen. Nog in datzelfde jaar werd Schumann door de Universiteit van Jena tot eredoctor benoemd en maakte hij kennis met Franz Liszt.

Liederen, symfonieën en kamermuziek[bewerken]

De eerste huwelijksjaren waren de gelukkigste van Schumanns leven. Het echtpaar bleef tot 1844 in Leipzig wonen.

Schumann schreef tot 1839 uitsluitend pianomuziek. Toen ontstonden de grote pianocycli, waarmee hij beroemd zou worden. 1840 was voor Schumann het jaar van de liederencycli: hij schreef 138 liederen, waaronder Liederkreis, op. 39, Frauenliebe und -leben, op. 42 en Dichterliebe, op. 48. Pas na het huwelijk werd de breedte van het compositorisch oeuvre vergroot. In 1841 ontstond de Symfonie Nr. 1 in Bes-groot, de zogenaamde "Lentesymfonie (Frühlingssinfonie)", op. 38. De première in het Gewandhaus te Leipzig onder leiding van Felix Mendelssohn Bartholdy was een van de grootste successen in Schumanns carrière.

1842 werd het jaar van de kamermuziek van Schumann met de Drie strijkkwartetten, op. 41.

Ten tijde dat hij met het wereldlijke oratorium Das Paradies und die Peri, op. 50 triomfeerde, liep het minder goed met zijn werk als compositieleraar aan het nieuwe conservatorium.

Schumann schreef zo'n twee- à driehonderd liederen, waarvan er zo'n vijftig tot honderd echt bekend geworden zijn.

Spanningsveld Dresden[bewerken]

In 1844 vertrok het echtpaar Schumann naar Dresden. In deze tijd had hij verscheidene ontmoetingen met Richard Wagner. In 1847 werd hij dirigent van het koor Liedertafel in Dresden. Het jaar 1848, met de Europese revoluties, werd een van de productiefste van Schumann: hij voltooide zijn opera Genoveva, begon met het schrijven van de muziek voor het toneelstuk Manfred van Lord George Gordon Byron en voltooide het derde deel van de Scènes uit Faust van Johann Wolfgang von Goethe. Maar de familie Schumann voelde zich in Dresden steeds geïsoleerder, want zij ergerden zich aan de muzikale smaak van het conservatieve Dresdener publiek. Zo nam Schumann in 1850 het aanbod van Ferdinand Hiller aan om hem als zijn opvolger als stedelijke muziekdirecteur in Düsseldorf voor te dragen.

Muziekdirecteur in Düsseldorf[bewerken]

In Düsseldorf was Schumann verantwoordelijk voor de abonnementsconcerten van de Städtische Allgemeine Musikverein, de repetities van de verschillende koren en adviseur voor bijzondere muzikale festiviteiten in twee Rooms-Katholieke kerken. Hij was zeer ambitieus en het eerste concert, waarop Clara als soliste optrad, was een overweldigend succes. Zijn zwijgzaamheid, sterke bijziendheid, die in die tijd met een bril niet te verhelpen was, zijn zachte stem en onvoldoende pedagogische vaardigheid om orkestleden te motiveren, leidden tot een gebrekkige discipline in het orkest.

Laatste jaren[bewerken]

In november 1853 werd hem meegedeeld dat hij uitsluitend nog eigen werk kon dirigeren: een regelrecht ontslag. Schumann kreeg steeds meer last van gehoorhallucinaties, die gepaard gingen met depressies en angstvisioenen. Enkele maanden later, op 27 februari 1854, sprong hij tijdens het plaatselijke carnavalsfeest in een vlaag van innerlijke verscheurdheid in de Rijn maar werd gered door brugopzichter Joseph Jüngermann en enkele onbekende omstanders[1] (waaronder volgens sommigen een Nederlandse schipper). Hij werd ontoerekeningsvatbaar verklaard en in een inrichting voor geesteszieken in Endenich (nabij Bonn) opgenomen. Daar woonde hij tot zijn overlijden helemaal geïsoleerd; zelfs zijn vrouw Clara heeft hem hier pas twee dagen voor zijn dood voor het eerst opgezocht.

Stijl[bewerken]

Robert Schumann behoorde zonder twijfel tot de belangrijkste componisten van de muzikale periode van de Romantiek. Hij heeft niet alleen een groot aantal belangrijke pianowerken en liederen nagelaten, maar verkende met zijn late koor- en orkestwerken vaak nieuwe mogelijkheden.

Musea[bewerken]

Verschillende musea wijden zich aan het werk en leven Schumann, en soms daarnaast ook aan zijn vrouw Clara. Er zijn bijvoorbeeld het Schumannhaus Bonn, het Schumannhaus Leipzig en het Robert-Schumann-Haus in Zwickau. Verder zijn er musea met een deelcollectie over hem, zoals het Brahms-Institut in Lübeck en Brahmshaus in Baden-Baden.

Publicaties[bewerken]

  • Robert Schumann- Schriften über Musik und Musiker - Ausgwählt und herausgegeben von Josef Häusler, Universal Bibliothek Nr. 2472 (3) Stuttgard, ISBN 3-15-002472-2
  • Henk Stam: Rob. Schumann, J.H. Gottmer, Haarlem/Antwerpen, 1948
  • Siegfried Kross: Robert Schumann im Spannungsfeld von Romantik und Biedermann, in: Bonner Geschichtsblätter Band 33 (1981), Bonner Heimat- und Geschichtsverein en Stadtarchiv Bonn
  • Barbara Meier: Robert Schumann, rororo Monografie Nr.50522, Rowohlt Verlag Reinbek, 4. Aufl. 1995, ISBN 3-499-50522-3
  • Leander Hotaki: Robert Schumanns Mottosammlung. Übertragung, Kommentar, Einführung, Freiburg i.Br. 1998, ISBN 3-7930-9173-2
  • Ernst Burger: Robert Schumann – Eine Lebenschronik in Bilderrn und Dokumenten, Schott Verlag Mainz 1998, ISBN 3-7957-0343-3
  • Arnfried Edler: Robert Schumann und seine Zeit, Laaber-Verlag, 2. Aufl. 2002, ISBN 3-89007-538-X
  • Wolfgang Boetticher: Robert Schumann – Leben und Werk, Noetzel Verlag 2004, ISBN 3-7959-0804-3
  • Udo Rauchfleisch: Robert Schumann – Eine psychoanalytische Annäherung, Verlag Vandenhoeck & Ruprecht 2004, ISBN 3-525-01627-1
  • Gerd Nauhaus/ Ingrid Bodsch (Hrsg.): Clara und Robert Schumann. Ehetagebücher, StadtMuseum Bonn, Bonn und Stroemfeld-Verlag, Frankfurt-Bazel 2006, ISBN 3-86600-002-2

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]