Swaprente

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Swaprente is een gedeeltelijk vertaald woord in de Nederlandse taal, afkomstig van het Engelse swap rate. Een Nederlandse term zou kunnen worden: “ruilrente”. Financiële instellingen lenen onderling geld van elkaar. Indien zij een voldoende rating hebben, minimaal A, dan geeft hun onderling ruilgedrag van rentecontracten en andere renteverplichtingen de koers van de werkelijke rente. Dat wil dan zeggen dat die ruilrente, de swaprente, de feitelijke rente is zonder dat het failliet gaan van de geldlener een rol speelt middels een risico-opslag. Bekende merknamen met een looptijd tot 1 jaar zijn Euribor en Libor.

Bij de beoordeling van de verplichtingen van pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen is de swaprente bepalend. Bij rentecontracten langer dan 20 jaar is er volgens de Europese Commissie te weinig sprake van voldoende onderlinge ruilhandel. Daarom kwam zij in 2012 met de ultimate forward rate, welke langstetermijnrente op een vast historisch bepaald niveau van 4,2% werd vastgezet op het ijkpunt van 60 jaar. Tussen 20 en 60 jaar moet dan altijd worden geëxtrapoleerd richting dit asymptotische punt toe.[1]

Marktverstoring door centrale banken[bewerken]

Sinds de kredietcrisis houden de centrale banken aangevoerd door de Federal Reserve de rente dichtbij de nul procent. Mede hierdoor zijn de swaprentes naar steeds lagere niveaus gedaald, omdat dit immers een risicovrije rente is. Het failliet gaan van de geldlener mag geen rol spelen dus de debiteur is zeer bonafide en kan zo zelf vaak tegen 0% bij de centrale bank lenen. Het gevolg is wel dat de swaprente als rekenrente voor pensioenfondsen en verzekeraars geen waarheidsgetrouw beeld meer geeft van de beleggingsresultaten van deze instellingen, die decennia lang rendementen van gemiddeld 5 tot 7% behalen.

Voetnoot[bewerken]

  1. Brief Minister Kamp over de ultimate forward rate 30 mei 2012