Textuur (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bij textuur van geïmproviseerde en gecomponeerde muziek gaat het om om de gelaagdheid van melodieën en eventuele begeleiding. Textuur kan worden opgevat als een combinatie van melodie, harmonie en ritme. De belangrijkste onderscheiding is in monofonie, heterofonie, homofonie en polyfonie.

Monofonie (monodie)[bewerken | brontekst bewerken]

Bij monofonie is sprake van een eenstemmige melodie. Als er een schaarse op de achtergrond blijvende begeleiding is, spreekt men ook wel van monodie.

Gregoriaanse muziek is een voorbeeld van monofone muziek. Deze is ontstaan in de Katholieke Kerk voor de Romeinse liturgie. De Gregoriaanse muziek werd oorspronkelijk niet genoteerd en was niet aan een maatsoort gebonden.

Het organum is een ontwikkeling hieruit naar meerstemmige muziek. Bij de eenvoudige vormen van het organum is er een eerste stem (een Gregoriaanse melodie, de vox principalis, later cantus firmus) en een tweede stem (vox organalis) met vaste toonhoogte (drone), of een parallelle stem met een vaste afstand onder of boven de hoofdmelodie. Noodzaak tot het noteren van muziek was nog niet aanwezig. Bij een tweede stem met meer variatie werd het nodig de muziek te noteren.

Heterofonie[bewerken | brontekst bewerken]

Bij heterofone of meerstemmige muziek zingen of spelen meerdere stemmen dezelfde melodie tegelijk, maar elk op hun eigen manier. Heterofonie is een term die gehanteerd wordt om de afwijkingen van de eenstemmigheid (monofonie) van een melodie in verschillende muzikale partijen aan te duiden. Dit betekent dat twee of meer muzikale stemmen (instrumenten of zangstemmen) verschillende tonen produceren.

Homofonie[bewerken | brontekst bewerken]

Homofonie duidt op meerstemmige muziek, waarbij alle stemmen en woorden als ze gezongen worden, (ongeveer) gelijktijdig declameren. In andere woorden: wanneer de afzonderlijke partijen van een meerstemmig stuk allemaal grotendeels hetzelfde ritme hebben, spreken we van homofone muziek. Verticaal gezien vormen de stemmen tezamen vaak akkoorden. Homofonie is het tegenovergestelde van polyfonie. Voorbeelden van homofone muziek zijn de gezongen hymnes in de protestantse traditie evenals het Anglicaanse gezang.

Polyfonie[bewerken | brontekst bewerken]

Bij polyfonie is er meer dan één stem. Er zijn meerdere melodieën tegelijkertijd in al dan niet verschillende stemregisters. Het basisprincipe is daarbij dat alle stemmen hebben en volwaardige rol of zijn gelijkwaardig. De stemmen verschillen van elkaar in zowel noten als in ritmes. De verschillende ritmes helpen de stemmen gescheiden te houden. Er is sprake van homofonie als de afzonderlijke stemmen grotendeels hetzelfde ritme hebben.

Polyfonie wordt doorgaans beschouwd als de hoogste prestatie van westerse kunstmuziek. Contrapunt is hier het klassieke voorbeeld. Bekende voorbeelden zijn de canon en de fuga.