Tillenmethode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De tillenmethode is een methode om duivenoverlast te reguleren, waarbij de populatie duiven teruggedrongen wordt door het broedsel te vernietigen.

Concept[bewerken]

Het concept van de tillenmethode is als volgt: in de vorm van een duivenhok, een duiventil[1] of een duiventoren wordt aan groepen stadsduiven een ruimte aangeboden om in te eten, te slapen en te nestelen. Doorgaans vinden tussen de 100 en de 300 stadsduiven hier een plek. Zodra zij gaan broeden, wordt bij wijze van geboortebeperking 99% van de eitjes vervangen door kunsteitjes, waarna de bevruchte eieren worden vernietigd. Omdat de duivin niet doorheeft dat zij op een kunstei broedt, wordt de geboorte van een nieuwe generatie duiven beperkt.[bron?]

Herkomst en inzet van de methode[bewerken]

De methode komt oorspronkelijk uit Beieren (Zuid-Duitsland) en werd in de begin jaren 90 in Augsburg ontwikkeld door Rudolf Reichert en Elisabeth (Elly) Hess uit Aken. Het bood een alternatief aan het afmaken van de duif door afschot, vergiftiging, vergassing en het bejagen met roofvogels. Inmiddels wordt op deze wijze al in circa vijftig Duitse steden de overlast bestreden. In Nederland en België staan 'tillen' in onder andere Amsterdam, Soest, Winschoten en Antwerpen.