Tisrok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tisrok (Engels: Tisroc) is de erfelijke titel van de koning van Calormen in De Kronieken van Narnia door C.S. Lewis. Hij komt voor in Het paard en de jongen en Het laatste gevecht.

Zijn paleis staat, samen met de tempel van Tash, op de hoogste heuvel van Tashbaan en heeft een tuin die zich uitstrekt tot aan de rivier.

Zijn naam wordt niet genoemd, hij wordt steeds aangeduid als “de Tisrok” met de verplichte toevoeging “Hij leve in eeuwigheid”. Dit komt overeen met de Islamitische gewoonte om steeds een heilwens toe te voegen aan de naam van een profeet of aartsvader. Alleen Brie waagt het de toevoeging weg te laten, “want ik wil niet dat hij eeuwig leeft, en zelfs als ik het wilde, dan leeft hij toch niet eeuwig”.

Het paard en de jongen[bewerken]

Hierin is hij een oude, dikke man, die niet gelooft dat zijn zoon hem als Tisrok op zal volgen, want iedereen wenst immers dat de Tisrok eeuwig leeft. Hij is erg wreed, zo heeft hij een kok ter dood gebracht na een kleine indigestie.

Het laatste gevecht[bewerken]

Eeuwen later waait de standaard van de Tisrok nog even op het paleis Cair Paravel in Narnia, nadat Calormen Cair Paravel heeft veroverd.