Tjerk Kloostra

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tjerk Kloostra (Nieuw Lekkerland, 18 juni 1910 - Den Haag, 24 februari 1943) was een Nederlandse communist en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Vooroorlogse periode[bewerken]

Tjerk Kloostra werd geboren in Nieuw-Lekkerland als zoon van Tjerk Kloostra en Josina Kooijman. Het gezin telde uiteindelijk twaalf kinderen. Zijn beroep was stoffeerder. Hij en vier van zijn vijf broers werden communist. Kloostra stond voor de CPN kandidaat bij verkiezingen voor de Haagse Gemeenteraad.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Kloostra meteen na de Nederlandse capitulatie actief in het verzet. Hij kreeg een leidinggevende rol in de Haagse De Waarheid-groep, die naast De Vonk-groep opereerde. Toen er in de periode begin juni-september 1941 massale arrestaties van communistische verzetsmensen plaatsvonden, wist hij tijdig onder te duiken, waarna de Duitsers hem op een opsporingslijst plaatsten.

In december 1942 wist de chef van de Documentatiedienst Cornelis Bakker, voor de oorlog lid van de Haagse Politie Inlichtingendienst en gedetacheerd bij de Centrale Inlichtingendienst, via de vooroorlogse infiltrant Johannes Hubertus van Soolingen de Joodse leider van de Vonkgroep Jaap Boekman in de val te laten lopen. Boekman werd zwaar gemarteld, maar gaf niets prijs. Vervolgens trapte Boekman in een truc die de Duitsers uithaalden door een V-Mann in zijn cel te plaatsen. Daardoor raakte toch veel informatie bij de Duitsers bekend, waarna een reeks arrestaties volgde. Bij een van de arrestanten werd een aantekening gevonden over een ontmoeting die hij op 12 februari 1943 om 14.00 uur op de Herman Costermarkt zou hebben. Achteraf zou blijken dat het om een ontmoeting met Kloostra ging.

Op 12 februari ging Kloostra met de tram naar de Haagse markt. Hij stapte uit op het Hobbemaplein en zag zijn medeverzetsman Willem Herder, zoon van de bekende communist Jan Herder. Herder was gearresteerd en was daar door de Documentatiedienst neergezet als lokaas voor een andere afgesproken ontmoeting. Herder kon door een bezemsteel in zijn broekspijpen niet weghollen en werd geobserveerd door onder anderen de politiemannen Cornelis van Hees en Jochem de Graaf. Herder waarschuwde Kloostra voor gevaar en die ging snel weg. Hij werd gevolgd door de twee politiemannen. Op de markt kwam hij bij de ontmoetingsplaats en daar verscheen een communistisch verzetsman vergezeld door twee andere mannen. De verzetsman waarschuwde Kloostra voor gevaar en die trok zijn pistool en schoot een van de begeleidende mannen in het hoofd, die dodelijk gewond inzakte. Het was de Duitse SD-man Erich Zinkel die in januari 1941 de Geus Sjaak Boezeman had doodgemarteld. Kloostra vluchtte weg achtervolgd door de twee observerende politiemannen Hendrikus Figee en Folkert de Groot en de twee eerder genoemde politiemannen. Kloostra klom over een muurtje in de Terwestenstraat en drong een woning binnen en verschool zich achter het bed waarin een doodzieke vrouw lag. De politiemannen drongen de woning van de voorkant binnen en er ontstond een vuurgevecht over de zieke vrouw heen. Na enige tijd vluchtte Kloostra de tuin in en verschool zich in het kolenhok van een pand in De Heemstraat. Er ontstond weer een vuurgevecht, waarna Figee de arm van Tjerk die door een kier van de deur stak wist te grijpen. Er ontstond een worsteling tussen Tjerk en twee politiemannen, waarbij Tjerk riep: schiet mij maar dood. Vervolgens schoot De Graaf twee keer van zeer dichtbij, waarvan een keer door het hoofd. Tjerk werd bewusteloos naar het ziekenhuis Zuidwal gebracht. In het ziekenhuis kwam hij weer bij kennis. Hij kreeg permanente politiebewaking. De artsen van Kloostra zeiden tegen de politie en de Duitsers dat Kloostra niet meer te redden was. Volgens de familie hebben artsen op verzoek van Kloostra euthanasie gepleegd. Kloostra wist voor de ontmoeting al dat hij waarschijnlijk gefusilleerd zou worden als de politie hem in handen kreeg en na zijn arrestatie wist hij dat daar eerst nog zware martelingen aan vooraf zouden gaan.[1]

De vier politiemannen kregen een paar weken van de hoofdcommissaris een beloning van 300 gulden uitgereikt en kregen een eervolle vermelding in het politieblad. Na de oorlog kwam Van Hees weer bij de Haagse Politie Inlichtingendienst werken. Hij kreeg in 1949 opdracht om vergaderingen van de CPN bij te wonen om te rapporteren over wie wat zei. Toen daar vragen in de Gemeenteraad over gesteld werden, antwoordde iemand uit het college van B&W dat ze Van Hees eerzaam vonden en dat dit geen provocatie was.[2]

Trivia[bewerken]

In Den Haag is een straat naar Tjerk Kloostra vernoemd.