Toegankelijkheidsrelatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de filosofie en logica is een toegankelijkheidsrelatie of bereikbaarheidsrelatie een binaire relatie tussen mogelijke werelden. De relatie duidt aan welke werelden toegankelijk zijn vanuit een bepaalde wereld en de verzameling werelden die toegankelijk is kan per wereld verschillen. Toegankelijkheidsrelaties worden gebruikt in modale logica (en logica's die daarop gebaseerd zijn).

Modale logica[bewerken | brontekst bewerken]

In de modale logica is de toegankelijkheidsrelatie een onderdeel van een Kripkemodellen waarmee de semantiek van modale logica uitgedrukt kan worden. Een Kripkemodel is een tupel waarbij een verzameling werelden is, de toegankelijkheidsrelatie (een binaire relatie tussen werelden) en een functie die aan een atomaire formule een verzameling werelden toekent waarin waar is. De verzameling en de toegankelijkheidsrelatie worden samen ook het frame genoemd.

Om een modale logica te verkrijgen kan men propositielogica uitbreiden met twee operatoren, en , om modaliteiten uit te drukken. Hierbij kan staan voor "het is noodzakelijk dat ..." en voor "het is mogelijk dat ..." (er geldt: ). In deze modale logica bestaan logische formules uit propositionele formules waarin ook deze modale operatoren kunnen voorkomen. Voorbeelden van formules zijn , en .

De semantiek van een formule in deze modale logica kan worden geïnterpreteerd met behulp van Kripkemodellen. Een formule kan gelden in een wereld van het model: als bijvoorbeeld de atomaire formules en gelden in een wereld (formeel genoteerd als: en ) dan geldt ook (een propositionele formule) in die wereld ().

Als een formule modale operatoren bevat dan wordt de toegankelijkheidsrelatie gebruikt om een formule te interpreteren: een formule met de vorm geldt in een wereld als in alle werelden die toegankelijk zijn vanuit de formule geldt. Een formule met de vorm geldt als er tenminste een wereld is die toegankelijk is vanuit w waarin geldt. Formeel genoteerd:

Uit deze definities volgt dat een -formule ook waar is als er geen zijn voor een bepaalde wereld terwijl een -formule alleen waar is als er tenminste een is voor wereld .

Kenmerken van een frame[bewerken | brontekst bewerken]

Het is mogelijk om beperkingen op te leggen aan wat wel en niet een geldige toegankelijkheidsrelatie is. Zo kan men modellen beschouwen waarin elke wereld ook toegankelijk is vanuit zichzelf: de toegankelijkheidsrelatie is dan een reflexieve relatie aangezien er voor elke wereld een element bestaat.

Enkele bekende kenmerken van een frame (de verzameling en de toegankelijkheidsrelatie ) zijn:

  • (reflexiviteit)
  • en (transitiviteit)
  • (symmetrie)
  • en (euclidiciteit)
  • (serialiteit)

Door de toegankelijkheidsrelatie van een frame te beperken zijn er formules die waar zijn voor elke wereld in een model met dat frame. In een model met een reflexieve toegankelijkheidsrelatie geldt bijvoorbeeld de formule in elke wereld. In een propositionele modale logica waarbij er geen beperkingen op de toegankelijkheidsrelatie worden gelegd, zijn alle propositionele tautologieën en het K-axioma - - waar voor alle werelden in een model. In een model met beperkingen op de toegankelijkheidsrelatie zijn meer formules waar: het modale systeem wordt dus uitgebreid met meer axioma's die gelden.

Voor elk van de bovenstaande eigenschappen bestaat een axioma die geldt op frames met die eigenschap. Hieronder staan de axioma's die gelden op frames met bepaalde kenmerken:

  • reflexiviteit: (ook bekend als het M-axioma)
  • transitiviteit: (4-axioma)
  • symmetrie: (B-axioma)
  • euclidiciteit: (5-axioma)
  • serialiteit: (D-axioma)

Men kan bewijzen dat voor elk frame met de eigenschap het bijbehorende axioma geldt en andersom. Deze overeenkomsten tussen axioma's die gelden in een modaal systeem en de eigenschappen van een frame wordt correspondentie genoemd.

Axiomatische systemen[bewerken | brontekst bewerken]

De bovenstaande axioma's kunnen gebruikt worden om een logisch systeem samen te stellen dat alle modale formules op bepaalde frames kan afleiden. Zo is het mogelijk om met het volgende systeem alle formules af te leiden die geldig zijn op elk frame:

Alle propositionele tautologieën
Het K-axioma:
De necessesitatie-regel: als dan [1]
Modus ponens: als en dan .

Een modale formule wordt afgeleid door axioma's te introduceren en door afleidingsregels toe te passen hierop en eventueel de resultaten daarvan. Door axioma's toe te voegen aan het systeem wordt het systeem stricter gemaakt en gelden sommige afgeleide formules alleen nog op bepaalde typen frames. Door bijvoorbeeld aan het bovenstaande systeem het axioma toe te voegen, krijgt men een systeem dat formules kan afleiden die gelden op reflexieve frames.

Een voorbeeld van een afleiding: de formule geldt op alle frames wat als volgt aangetoond kan worden:

1. (axioma)
2. (necessitatie, 1)
3. (K-axioma)
4. (modus ponens, 2, 3)

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]