Toraja

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tana Toraja (of Toraja-land), is een gebied in Zuid-Celebes op het eiland Celebes (Sulawesi) in het huidige Indonesië. In het Nederlands spreek je het uit als "Toradja". De meeste Torajanesen zijn in de koloniale tijd tot het christendom bekeerd, maar veel van de oude religieuze gebruiken en gewoontes leven voort tot op de dag van vandaag. Deze rituelen (zoals voorouderverering) worden tegenwoordig officieel geschaard onder het Balinees hindoeïsme, hoewel zij daar feitelijk niet veel mee te maken hebben.[bron?]

Godsdienst[bewerken]

Toraja kent een eigen ongeschreven taal. De Torajanese godsdienst bestaat al sinds ongeveer 1000 v.Chr., is vooral gebaseerd op voorouderverering, en kent heel veel regels. Er zijn enkele basisregels die elke Torajanees volgt, en verder zijn er specifieke regels. Elke stam, familie of dorp heeft andere specifieke regels. Ten tijde van de kolonisatie met Nederland is het schrift aan de bevolking aangeleerd. Een belangrijk boek toen daarbij was de bijbel, waardoor veel Torajanesen ook Christelijk zijn geworden. Het Christendom is op een vreemde manier verweven met de eigen geloofsovertuiging. De Torajenezen geloven dat de mensen uit luchthemel komen, en ook via de lucht naar de tweede wereld gaan Puya. Het Christendom stelt echter dat de mensen uit de aardbodem zijn gecreëerd en terugkeren tot de aarde, dat hebben de Torajenesen alvast niet overgenomen.

Verder is er ook een minderheid Islamitische Torajanezen.

De huizen van de bevolking in Toraja-land hebben een bijzondere vorm. De met geometrische patronen versierde daken zijn gekromd. Er zijn meerdere (onzekere) verklaringen gangbaar voor deze vorm. Een eerste is dat het dat een deel van de levensweg vormt, de mens komt uit de lucht, en keer er na zijn aards leven naar terug. Een tweede verklaring is de vorm van omgekeerde schepen, wat zou verwijzen naar methode hoe dit volk op Sulawesi is beland. Ze zouden in het begin onder de omgekeerde boten geslapen hebben, en zo is de vorm van het dak geëvolueerd naar de huidige vorm.

Begrafenisrituelen[bewerken]

Toraja-land staat bekend om de uitgebreide en kostbare uitvaartrituelen. Vele waterbuffels (karbouwen) en varkens worden op deze festiviteiten ter ere van de overledenen geslacht. Soms zelfs met honderden tegelijk. Een uitvaart kan in zijn weelderigste vorm tot zeven dagen duren. Hoe rijker de overledene was, hoe uitgebreider de begrafenis. Het idee hierbij is dat een persoon ook in de luchthemel (puya) veel kan verwezenlijken, althans als die daar een hoge status kan verkrijgen. Alles wat hij in de eerste wereld (aardse wereld) heeft kan hij tijdens zijn begrafenis meekrijgen. Het is aan de nabestaanden om dit te doen door middel van de offers. Hieronder wordt de uitgebreidste vorm van de begrafenissen verwoord, gebeurd in meerdere fases, verspreid over de verschillende dagen. De meest beknopte vorm duurt één dag, met rijstoffers.

In een eerste fase, net na het overlijden, wordt het lijk gebalsemd en bewaard in het familiehuis (de tongkonan). Deze fase kan maanden tot een jaar duren. Men zal pas overgaan naar de volgende fase indien alle regels voldaan zijn en de omstandigheden perfect zijn. In deze fase is er de mogelijkheid om de overledene nog te bezoeken. De toraja-godsdienst gaat er namelijk van uit dat de geest zich nog steeds in het lichaam bevindt. Het is ook zo dat men een overledene niet naar puya mag laten gaan indien er nog vetes zijn, het is aan de persoon met wie de vete is om vergiffenis te bieden. Er wordt soms ook een beeld van de overledene gemaakt, een tau-tau. Dat beeld wordt telkens mee met het lijk gedragen tot aan het graf. Aan het graf wordt het beeld buiten opgesteld.

In een tweede fase beginnen de echte begrafenisdagen. Het lijkt wordt dan voor de tonkonan gelegd. De genodigden voor de begrafenis kamperen dan in uit bamboe gemaakte kampeerplaatsen rond de tongkonan. Traditioneel gaat elke verhuis van het lijk gepaard met lachen en dansen. De overledene moet zijn laatste aardse dagen in volle plezier kunnen doorbrengen. Dit wordt de hele begrafenis volgehouden, de emotionele periode van het verlies van de persoon is intussen al weggedeemsterd.

In een volgende fase wordt het lijk verplaatst onder een rijstschuur. Dichtbij de tongkonan staan er meestal meerdere rijstschuren.

De daaropvolgende fase is de laatste fase dichtbij de tongkonan. Daarbij wordt de overledene van onder de rijstschuur in een hoge bamboe-toren gelegd. Dit gebeurd opnieuw met het nodige plezier en gedans, ook met de kist. Op deze dag worden de eerste buffels geofferd.

De daaropvolgende dag worden alle buffels en varkens geofferd die nog niet zijn geslacht. De offerdieren worden namelijk de hele periode door geslacht om de genodigden van eten te voorzien.

Op de finale begrafenisdag wordt het lijk dan eventueel na een kerkelijke viering naar het graf gedragen. Op deze dag verlaat de ziel het lichaam, en zal het met de gedane offer de weg nemen naar puya.

Er zijn verschillende graven gangbaar bij de toraja:

De bekendste zijn de grafgrotten. De kisten worden in groten, zowel natuurlijke als door mens gehouwen grotten geplaatst. De houwer doet er ongeveer een half jaar over om een nieuw graf te houwen.

In de grote steden, zoals Rantepao, is het onmogelijk om nog grafgrotten te vinden of te maken. Veel kisten worden dan in grafgebouwtje geplaatst.

Een derde methode zijn de hangende graven. Hierbij wordt in een grote grot de kist op balken gelegd. Zo zweven de kisten hoog boven de grond. Nadeel hierbij is de vertering van de kisten. Na vele jaren vallen de stoffelijke overschotten en/of de kist zelf uit elkaar, op de grond.

Een vierde methode is het graf-in-boom. Deze methode wordt enkel toegepast bij het overlijden van babys, die nog geen melktanden hebben. (Dat is jonger dan ongeveer 1 jaar.) Hierbij wordt een rechthoekige uitsparing gemaakt in de grafbooom. Het lijkje wordt er rechtopstaand ingebracht. De opening in de boom wordt geografisch aan de andere kant van de boom gemaakt, ten opzicht van de richting waar de familie woont. De opening wordt afgedekt met geweven palmharen. Deze begrafenis duurt maar één dag.

Trivia[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Buijs, Kees, Powers of blessing from the wilderness and from heaven. Structure and transformations in the religion of the Toraja in the Mamasa area of West Sulawesi, Leiden 2006 KITLV