Trappen van vergelijking

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De trappen van vergelijking zijn vormen van een bijvoeglijk naamwoord of een bijwoord.

In sommige talen kan de vergrotende trap ook bij een zelfstandig naamwoord gevormd worden. Zo kan men in het Fins zeggen:

  • Hän asuu rannempana. (letterlijk: hij/zij woont 'strander'), oftwel dichterbij het strand.

Gebruik in het Nederlands[bewerken]

Een bijvoeglijk naamwoord kan in het Nederlands drie vormen aannemen om de sterkte van het naamwoord aan te geven (in sommige andere talen meer of minder).

De trappen van vergelijking (in het Nederlands) bestaan uit:

  1. de stellende trap of positief, de standaardvorm van een bijvoeglijk naamwoord; groot
  2. de vergrotende trap of comparatief; groter
  3. de overtreffende trap of superlatief; grootst.

In het Nederlands worden de trappen van vergelijking gewoonlijk gevormd door de achtervoegsels -er en -st aan een bijvoeglijk naamwoord toe te voegen. Bijvoeglijke naamwoorden die op een -r eindigen, krijgen in de vergrotende trap een tussengevoegde -d- (bijvoorbeeld raar - raarder, ver – verder).

Voorbeelden:

  • groot – groter – grootst
  • belangrijk – belangrijker – belangrijkst
  • oud – ouder – oudst.

Een aantal veel voorkomende bijvoeglijke naamwoorden vormen hun trappen van vergelijking onregelmatig, met suppletie:

  • goed – beter – best
  • veel – meer – meest
  • weinig – minder – minst
  • graag – liever – liefst.

Woorden die een samenstelling zijn van bijwoord en een bijvoeglijk naamwoord worden gesplitst. Alleen het bijwoord verschijnt dan in de vergrotende of overtreffende trap:

  • dichtbevolkt – dichter bevolkt – dichtst bevolkt.

Bij woorden die al een uiterste aanduiden worden vaak geen trappen van vergelijking gevormd. Algemener gezegd: er zijn meestal geen gradaties van termen die inhoudelijk een dichotomie vormen, wat het geval is wanneer iets een zekere eigenschap heeft of niet en er geen tussenweg bestaat. Het algemeen bekende voorbeeld daarvan is "zwangerschap". Men kan niet een beetje of heel erg zwanger zijn en alle termen die een uiterste aanduiden vallen ook in die categorie: iets heeft die uiterste staat of heeft deze niet en daarom is er geen tussenweg, geen gradatie.

Desondanks worden bij sommige van dergelijke woorden toch trappen van vergelijking gevormd. Voorbeelden zijn "de meer/meest ideale" of "minder ideaal", terwijl het "ideale" doorgaans al het hoogst denkbare is. Ook "heel uniek" is een voorbeeld, met de gedachte dat als iets uniek is, dat er maar één van bestaat. Dit soort constructies kan gezien worden als verandering in de taal: woorden krijgen er (bij)betekenissen bij. Het woord "uniek" wordt bijvoorbeeld ook gebruikt in de betekenis van "speciaal" of "weinig lijkend op iets anders", dat wel trappen van vergelijking toestaat.

Gebruik van dan of als[bewerken]

In het standaardnederlands volgt na vergrotende trap (of meer algemeen na een ongelijkheid) het woord dan. Na een gelijkheid volgt als. Voorbeelden:

  • Thomas is groter dan Maxim (ongelijkheid);
  • Marjan is kleiner dan Dieter (ongelijkheid);
  • Kim is even vrolijk als Els (gelijkheid).

Na een gelijkheid binnen een ongelijkheid volgt als. Voorbeelden:

  • Piet is twee keer zo lang als Jan (gelijkheid binnen een ongelijkheid);
  • Sneeuwwitje is duizendmaal zo mooi als de boze heks (gelijkheid binnen een ongelijkheid).

In sommige streken en dialecten wordt als in beide gevallen gebruikt: "Hij is groter als ik". Dit wordt in het standaardnederlands als onjuist gezien.

Gebruik van meer of meest[bewerken]

Niet in alle talen bestaan de trappen van vergelijking zoals in het Nederlands. Het Engels kent de trappen wel (great, greater, greatest), maar niet voor alle bijvoeglijke naamwoorden. Voor de vergrotende en overtreffende trap worden vaak respectievelijk de bijwoorden "more" en "most" geplaatst. Bijvoorbeeld recent, more recent, most recent (In het Nederlands zou dit zijn recent, recenter, recentst).

Steeds meer Nederlandstaligen hebben de neiging om, tenminste in het mondeling taalgebruik, de Engelse regels toe te passen, waardoor een anglicisme ontstaat, zoals in meest bekende in plaats van bekendste e.d. Het gebruik van uitdrukkingen als de tweede grootste in plaats van het van oudsher gebruikelijke de op één na grootste wijst ook op dat fenomeen (zie Engelse ziekte (taal)). In het Nederlands werd altijd de voorkeur gegeven aan een niet samengestelde constructie, maar het Engelse gebruik breidt zich de laatste jaren zelfs ook uit tot constructies die men in het Engels nooit zou toepassen, zoals meest goede in plaats van beste. Dit valt moeilijk te verklaren uit de behoefte om de samengestelde constructie te gebruiken als middel om zeer lange woorden of woorden die met het achtervoegsel een onduidelijk woordbeeld zouden krijgen, leesbaarder of beter uitspreekbaar te maken.

In sommige gevallen wordt echter ook in het Nederlands standaard de toevoeging meer of meest gebruikt. Een voorbeeld is wanneer het een meer bijwoordelijke functie heeft:

  • Ze zijn meer bereid tot extra financiële steun dan tot een wijziging van het beleid.

Ook bij voltooide deelwoorden die bijvoeglijk worden gebruikt:

  • Zij is de meest verdorven persoon die ik ooit ontmoet heb.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]